Paul Verheijen

SINT PIETER & SINT PAULUS ROME

Kerkwijding

Kerkwijdingsfeesten

Binnen het rooms-katholicisme wordt elk jaar de dag van de wijding van een parochiekerk of een bisschopskerk gevierd door de parochie zelf.
Voor de hele Kerk geldt dat voor de vier hoofdkerken in Rome: de Sint Jan van Lateranen (op 9 november), de Santa Maria Maggiore (op 5 augustus), de Sint Pieter en de Sint Paulus buiten de Muren.
Het liturgische feest op 18 november van de kerkwijding van de Sint Pieter tesamen met de Sint Paulus in Rome is ingesteld omdat beide basilieken zijn gewijd aan de beide grondvesters van het christendom.
De Legenda Aurea beschrijft in het hoofdstuk De Dedicatione Ecclesiae, 'over de inwijding van de kerk', waarom een kerk en speciaal het altaar gewijd dient te worden, hoe dat moet gebeuren en wie dat mag doen.

Basilica San Pietro in Vaticano

De heilige plaatsen die de eerste christenen in ere hielden, waren vooral verbonden met de graven van martelaren.
Een extra grote verering kreeg dat deel van het Vaticaan waar het graf van Petrus lag.
Uit alle landen trokken christenen daarheen op bedevaart.
Volgens de traditie werd na de marteldood van Petrus in het circus van Nero zijn lichaam begraven aan de overzijde van de Via Cornelia.
Paus Anacletus bouwde er later een kleine kapel die tot in de derde eeuw middelpunt bleef van pauselijke begrafenissen.
Hierheen ging ook keizer Constantijn de Grote acht dagen na zijn doopsel, legde zijn kroon af, wierp zich deemoedig ter aarde en vergoot rijkelijk tranen, waarna hij met schop en houweel twaalf manden aarde wegschepte uit de grond om daarmee de omtrek aan te geven van de kerk die ter ere van Petrus gebouwd moest worden in plaats van de kleine kapel.
Hij voegde voor de ingang een zuilenportiek (of atrium) toe en waar de ronding van de apsis begon, liet hij een dwarsschip bouwen, zodat de kerk het grondpatroon vertoonde van een Latijns kruis.
Op de kruising (‘viering’) van schip en dwarsarm bevond zich het zogeheten martyrium, de plek waar zich de sarcofaag van Petrus bevond.
Deze kerk werd door paus Silvester I op 18 november ingewijd rond het jaar 325.
Nog in diezelfde eeuw moest de kerk al worden uitgebreid omdat ze te klein was geworden voor de toeloop van de vele pelgrims.
In 806 werd deze 'Constantijnse basiliek' verwoest door de Saracenen.
Hersteld maar van aanzien totaal veranderd bestond de kerk nog in de 15e eeuw, maar toen de pausen Rome verlieten en in Avignon gingen wonen, verviel de kerk tot een ruïne en gaf paus Nicolaas V de opdracht tot sloop en nieuwbouw, maar vervolgens gebeurde er niet veel.
Het was paus Julius II die de herbouw energiek ter hand nam en de grootste kunstenaars uit geheel Italië inschakelde, zoals Bramante, Rafaël en Michelangelo, resulterend in het gebouw zoals we dat kennen tot op de dag van vandaag.
De inwijding vond pas plaats op 18 november 1626 onder paus Urbanus VIII.
In de crypten van de basiliek liggen vele pausen begraven.
Henry William Brewer (1836-1903)
San Pietro in Vaticano (1891)
Tekening

Basilica San Paolo fuori le Mura

Na zijn marteldood was het lichaam van Paulus volgens de traditie door een zekere Lucina begraven langs de via Ostia.
Diezelfde paus Anacletus liet ook daar een kapel oprichten die veel leek op die van Petrus.
En de parallellen gaan verder want de pausenkroniek (Liber Pontificalis) schrijft dat Constantijn ‘er een basiliek bouwde voor de apostel Paulus, wiens stoffelijke resten hij in een schrijn legde en afsloot, precies zoals hij met die van Sint Petrus had gedaan’.
Keizer Valentinianus vond de afmetingen ervan echter te bescheiden en liet haar in 368 vervangen door een grote vijfschepige basiliek, verder voltooid door Theodosius en Honorius.
Maar de Saracenen brachten ook deze basiliek grote schade aan, waarop paus Johannes VIII een grote vestingmuur rondom de kerk en het bijbehorende klooster liet bouwen.

In de nacht van 15 op 16 juli 1823 vond er een ramp plaats: een bouwvakker liet bij herstelwerkzaamheden op het dak een vuurpan branden.
De kerk werd met kerkschatten en al volkomen door het vuur verwoest; er restte niet meer dan een rokende puinhoop waaruit wat verkoolde zuilstompen omhoog staken.
Met hulp van ruime giften uit de hele wereld werd de basiliek weer volledig opgebouwd.
De inwijding van de nieuwe kerk gebeurde op 10 december 1854 door paus Pius IX bij gelegenheid van de afkondiging van het dogma van de onbevlekte ontvangenis van Maria.
Giovanni Battista Piranesi (1720-1778)
San Paolo fuori le Mura (1748-78)
Ets, 41 x 62 cm
Amsterdam - Rijksmuseum