Paul Verheijen

CARAVAGGIO

Bespotting & doornenkroning

.

Contrareformatie

In vroeg-christelijke voorstellingen van Jezus' lijden ging het in de eerste plaats om de overwinning op de dood door de verrijzenis, de bespotting hoorde daar niet bij.
In de middeleeuwen werd de bespotting sporadisch afgebeeld.
Vanaf de renaissance nam dat echter toe en versmolten de hierboven geciteerde twee bijbelfragmenten van bespotting door de hogepriesters en de bespotting en doornenkroning door de soldaten vaak tot één tafereel.
Het uitbeelden van de laatste dagen van het leven van Jezus kwam in de kruiswegstaties nog sterker naar voren.
De gelovige moest in zijn diepste wezen geraakt worden.

Michelangelo Merisi da Caravaggio (1571-1610)

afbeelding links:
Olieverf op doek, 178 x 125 (1602-03)
Vicenza - Banca Popolare

afbeelding rechts:
Olieverf op doek, 127 x 166,5 (1602-03)
Wenen - Kunsthistorische Museum


Caravaggio heeft op de beide werken vier levensgrote figuren zo dicht bij de beeldrand geplaatst dat de gewelddadigheid en het lijden de kijker als het ware in het gezicht springen.
Is dat ook de reden waarom we in beide werken een persoon op de rug zien?
Hij lijkt van dichtbij de gekwelde Christus te bestuderen alsof hij diens gedragen pijn wil achterhalen.
Beseft hij dat de lijdende persoon die hij voor zich ziet identiek is met het Allerhoogste?
Is hij daarover verbaasd en moeten wij met hem dat ook zijn?

Deze onduidelijkheid nodigt de toeschouwer uit zich te verdiepen in de voorstelling en te reflecteren op de affecten, zijn zieleroerselen die worden opgeroepen.
Caravaggio maakte van de rechterversie ook een kopie, zoals in 1996 bleek toen deze werd gevonden op de zolder van een kerk in Genua.
Deze werken kenden veel succes, want een soortgelijke compositie werd talloze malen in beeld gebracht door navolgers als de Utrechtse caravaggisten Gerard van Honthorst, Hendrick ter Brugghen en Dirck van Baburen.

De kopie is overigens niet helemaal voltooid door Caravaggio zelf, maar in de tweede helft van de zeventiende eeuw afgemaakt door schilders uit Genua.
Caravaggio was in augustus 1605 in Genua, nadat hij Rome was ontvlucht waar hij werd gezocht omdat hij er iemand had verwond.
In een teruggevonden briefje gedateerd 23 juni 1605 belooft Caravagio een Romeinse edelman om voor 1 augustus een Doornenkroning te maken, zoals hij er al eerder een voor hem had ervaardigd.
Misschien heeft de schilder het op zijn vlucht meegenomen naar Genua.

Is er iets bijzonders aan de hand met de rietstokken op het werk rechts?
Twee ervan worden als martelwerktuig ingezet en de derde als 'scepter'.
Men heeft wel geopperd dat de drie rietstokken de letters V en I voorstellen, de initialen van de opdrachtgever Vincenzo Iustinianus.

Gerard van Honthorst (1592-1656)

Tussen 1614 en 1622 beeldde Gerard van Honthorst in Italië de bespotting en doornenkroning van Christus uit als een nachtelijk tafereel bij kaars- of fakkellicht.

1 - Olieverf op doek, 146,1 x 207 cm (circa 1617)
Los Angeles - County Museum of Art

2 - Olieverf op doek, 22,3 x 173,4 cm (circa 1614)
Los Angeles - J.Paul Getty Museum

3 - Olieverf op doek, 179 x 210 cm (circa 1614)
Rome - Santa Maria Immacolata

4 - Olieverf op doek, 197,5 x 170,5 cm (circa 1614)
Londen - Spier Collection

5 - Olieverf op doek, 192,4 x 221,5 cm (1622)
Amsterdam - Rijksmuseum

Hendrick ter Brugghen (1588-1629)

Ook Hendrick ter Brugghen schilderde het thema verschillende keren (zie afbeeldingen).

afbeelding links:
Olieverf op doek, 207 x 240 cm (1620)
Kopenhagen - Statens Museum for Kunst

afbeelding midden:
Olieverf op doek, 108,5 x 133 cm (circa 1625)
v/h Sydney - James Fairfax Collection

afbeelding rechts:
Olieverf op doek, 157 x 118,5 cm (circa 1625)
Rennes - Musée des Beaux-Arts

Dirck van Baburen (ca 1595-1624)

Kort na zijn terugkeer uit Italië schilderde Dirck van Baburen twee keer een Doornenkroning.
De wijzigingen betreffen vooral de bijfiguren ter linkerzijde.

afbeelding links:
Olieverf op doek, 106 x 136 cm (1621-22)
Utrecht - Catharijneconvent

afbeelding rechts:
Olieverf op doek, 130,5 x 171,1 cm (1621-22)
Kansas City - Nelson-Atkins Museum of Art