Paul Verheijen

CARAVAGGIO

Martelaarschap van de heilige Ursula

Onduidelijk onderwerp

Alleen grote schilders kunnen door middel van gebaren, houdingen en lichaamstaal van hun hoofdpersonen een interactie van karakters uitbeelden zelfs als niet onmiddellijk duidelijk is welk onderwerp nu precies is uitgebeeld.
Caravaggio was zo'n schilder, getuige dit werk, waarvan men aanneemt dat het zijn laatst geschilderde is.

Zuster Ursula

Het geschilderde onderwerp werd pas herkend, toen men een inventarisdocument ontdekte van de familie Doria uit Genua.
Caravaggio vervaardigde het vermoedelijk nadat hij uit ballingschap op Sicilië naar Napels was teruggekeerd, kort voor zijn laatste noodlottige reis naar Rome.
Opdrachtgever was Marcantonio Doria, wiens stiefdochter onder de naam Ursula als non in een klooster was ingetreden.
In het gevonden document heeft het schilderij de titel S. Orsola confitta dal tiranno, de heilige Ursula doorboord door de tiran.

Confrontatie

Het moment van de doorboring met de pijl is door Caravaggio uitgebeeld.
We worden geconfronteerd met twee halffiguren in close-up.
Caravaggio kiest niet voor een massascène met elfduizend maagden, maar brengt Ursula’s dood terug tot een confrontatie tussen haar en de tiran met slechts een handjevol omstanders.
De rode gewaden maken duidelijk dat dit de twee hoofdpersonen zijn.
Die twee staan zo dicht tegenover elkaar dat het praktisch gezien eigenlijk niet mogelijk is van zo’n korte afstand een pijl af te schieten met dodelijk gevolg.
De tiran heeft zojuist met een boog de pijl afgeschoten en Ursula bekijkt bijna ongelovig haar wond.
Zij houdt haar handen voor haar borst, de duimen gespreid rondom de pijl alsof ze die wil omlijsten.
Met halfopen mond kijkt ze naar een straaltje bloed dat uit de wond loopt.
Het rood van het bloed gaat over in het scharlaken rood van de plooien van de doek die van haar schouder afhangt (symbool van haar martelaarschap).

Is het in de kunsthistorie vaker voorgekomen dat een martelares en haar moordenaar in zo'n beladen setting bijeengebracht zijn?
De reactie van de Hunnenvorst lijkt tweeslachtig nu hij beseft wat hij heeft gedaan.
Ursula lijkt haar lot ootmoedig te aanvaarden door omlaag te kijken en met haar handen de plaats te omsluiten waar de pijl haar borst is binnengedrongen.
Een van de omstanders steekt spookachtig zijn hand uit tussen de tiran en Ursula, alsof hij de pijl wilde tegenhouden.
Of wil hij beiden van elkaar scheiden?

Het gezicht van de man achter Ursula wordt gezien als een zelfportret van Caravaggio.
Zijn hoofd lijkt bij Ursula te horen en de pijl die haar doorboort lijkt ook hem te treffen gezien zijn schreeuwende opengesperde mond.
Niet Ursula lijdt pijn, maar Caravaggio.
Michelangelo Merisi da Caravaggio (1571-1610)
Martirio di Santa Orsola (circa 1609-10)
Olieverf op doek, 143 x 180 cm
Napels - Palazzo Zevallos Stigliano