Paul Verheijen

FRA ANGELICO

Thebaïde

Asceten

Asceten beleven een vorm van christen-zijn waarin sterk de nadruk ligt op het aspect van de verloochening.
Vanouds werd hun levenswijze gewaardeerd en aangeprezen als een ideale christelijke levensstaat.
Het vroegchristelijk ascetisme gaat zeker terug op antieke (stoïcijnse) en joodse (esseense) vormen, maar vindt vooral zijn oorsprong in bijbelse aansporingen zoals onder meer Jezus' uitspraak om je kruis op te nemen (Marcus 8,34-37) en de aansporing om de wereld en begeerten te bestrijden (1 Johannes 2,16-17).
De vroegste voorbeelden vormen mannen en vrouwen die al in de 2e eeuw ongehuwd en bezitloos, verkondigend en bemoedigend in Syrië langs de christelijke gemeenten trokken.
Hun technische naam was monachoi (eenlingen; monniken).
De term askesis (bewerken, oefenen, trainen) is ontleend aan het spraakgebruik in de stadions en worstelscholen, waar men zich door het lichaam 'in bedwang' te houden voorbereidt op de overwinning (1 Korintiërs 9,23- 27: leven als in een wedstrijd; en 2 Korintiërs 10,3-4: de wapens waarmee wij strijden).

Vooral na het einde van de vervolgingen, toen het ondergaan van de marteldood als hoogste uiting van imitatio Christi niet meer mogelijk was, werd het zelf gekozen 'martelaarschap' der ascese een bij voorkeur nagestreefd ideaal.
Omwille van het Rijk Gods zag men of van sociaal contact, seksuele omgang en huwelijk en van bezit.
Werd in Palestina, Syrië en Egypte dit bestaan aanvankelijk in eenzaamheid (vooral in de woestijnen; anachoreten: zij die naar buiten trekken, of eremieten : zij die in de woestijn verkeren) of in zeer kleine groepen geleid, in het begin van de 4e eeuw ontstonden grote groepen, die in een door regels geordend sociaal verband (cenobieten: zij die in koinos bios, gemeenschap leven) de ascese bedreven in claustra (afgesloten gebieden).
Dit leidde tot het ontstaan van de kloosters, vooral in Egypte en Griekenland.
Uit deze levensvorm zouden later de kloosterorden voortkomen.
In het Westen werd lange tijd de individuele ascese beoefend op talloze eilandjes voor de Spaanse, Provencaalse en Italiaanse kusten.
Alle asceten streven naar teleioosis, perfectie, volmaaktheid, heiligheid.
De onthouding, de ascese, is daartoe middel.
De volmaaktheid bestaat uit het bestrijden en overwinnen van de ondeugden, vaak concreet beleefd als 'demonen', en het beoefenen van de deugden.
Het Laat antieke pessimistisch levensgevoel zal zeker een rol hebben gespeeld in het ontstaan van het ascetisme.

De meest bewonderde, maar ook vaak bekritiseerde vorm van ascetisme was die van de gyrovagen (zij die in kringen rondtrekken).`
Hun gelijkenis met Jezus, die 'niets heeft waar Hij zijn hoofd op kan laten rusten' (Matteüs 8,20), beleefden zij vooral door hun bezitloosheid zo ver mogelijk door te voeren en rusteloos rond te zwerven.
Hun gedrag en verschijning vertonen veel gelijkenis met die van de `hippies' uit de jaren zeventig van de vorige eeuw.
Men wantrouwde hen, niet het minst om hun kritiek op de gevestigde kerkleiding.
Vaak mengden zich onder hen ook klaplopers en asocialen.

Een andere door de kerk afgekeurde en fel bestreden vorm was die van de syneisacten of virgines subintroductae: echtelieden die in een ascetische onthouding leefden en die door het weerstaan van de verleiding juist tot de hoogste prestatie kwamen.
Even felle bestrijding ondervonden de encratieten (onthouders), die in hun trots meenden dat hun uiterst strenge, ascetische levenswijze voor elke christen verplicht was.

Het ascetisme bleef de eeuwen door christenen aantrekken en boeien.
Men kent vele kluizenaars en kluizenaressen, onder wie er sommigen zo ver gingen dat zij zich lieten insluiten (reclusen) in kleine vertrekken tegen of nabij kerken en kloosters, van waaruit werd voorzien in hun sobere levensonderhoud.
Sommige orden baseren hun regel nog steeds op het kluizenaarsideaal, bijvoorbeelde de karmelieten, augustijnen en kartuizers.

In de iconografie herkent men asceten vooral aan hun rafelige kleding, hun uitgemergelde en onverzorgde verschijning, de woeste omgeving en aan attributen zoals boek, lamp, steen, doodskop, gesels, strooien mat of homp brood.
Er bestaan zeer veel grote collecties met beschrijvingen van de levens van asceten.

Thebe

De term Thebaïde verwijst naar de voorstelling van een rotsachtig landschap waarin een groep monniken zich bezighoudt met verschillende activiteiten die verband houden met hun leven van gebed en ascese.
De term is afgeleid van een verzameling teksten die het leven van de heiligen in de woestijn vertellen, die vertelden over de monniken die zich in de eerste eeuwen van het christendom zouden terugtrekken in de woestijn rond de Egyptische stad Thebe om te bidden en te leven als asceten.
Dit thema was vooral populair in Florence in de vijftiende eeuw toen het werd afgebeeld op rechthoekige panelen.
Dit schilderij is het enige volledig intacte exemplaar dat nog steeds bestaat.
In het landschap worden talrijke taferelen uit het legendarische leven van verschillende heiligen afgewisseld met taferelen uit het dagelijks leven - de heilige die water uit de put haalt, de heilige die op een hert rijdt en de groep die een ouderling op een brancard draagt, bijvoorbeeld - die het pad van de monniken naar de hemel schetsen.

Rond een centrale kerk huizen asceten in hun cellen, biddend en mediterend, sommigen gaan op reis en anderen ontvangen bezoekers.
Het werk geeft een goed beeld van de wijze waarop men zich in de late middeleeuwen het oudste ascetisme voorstelde.

Het weelderige landschap wordt gedomineerd door een rivier die in zee stroomt en is gevuld met bomen, een metafoor voor de spirituele tuin waar de deugdzame asceten zouden gedijen.
Het schilderij straalt een sterke spiritualiteit uit en de oorsprong van een dergelijke uitbeelding moeten we zoeken in de omgeving van het Florentijnse kloosterleven.
Waardering was er echter ook door leken en de familie Medici bezat twee van dergelijke voorbeelden.

De toeschrijving van dit brede schilderij aan Fra Angelico wordt niet algemeen aanvaard.
Ook wordt Gherardo Starnina (±1360-1413) als de maker ervan gezien.
Fra Angelico ? (±1395-1455)
Thebaïde
Tempera op hout, 75 x 207 cm
Florence - Uffizi