Paul Verheijen

GIOTTO

Franciscus - Bardi kapel

Bardi familie

Omdat de Bardifamilie in Florence veel puissant rijke bankiers telde, kon zij zich veroorloven Giotto, de franciscanerschilder bij uitstek, te vragen hun kapel in de Santa Croce te decoreren met een Franciscuscyclus, naar analogie van de cyclus in de San Francesco in Assisi.
Het wandoppervlak was veel minder dan in Assisi en bood plaats aan slechts zes fresco in plaats van 28.
Nog meer dan in Assisi verbeeldde Giotto Franciscus als een tweede Christus.
De selectie onthult veel over de bedoelingen van de Bardifamilie.
Samen verbeelden de scènes de hoop zich aan de hemelpoort te mogen melden.
Ze zijn dan wel stinkend rijk, maar ze volgen toch Franciscus na die als tussenpersoon moet fungeren voor hun zieleheil.

1 - Franciscus doet afstand van zijn rijkdom


Zonder een woord te zeggen of een ander de kans ertoe te geven, ontdeed hij zich onmiddellijk van al zijn kleren en gaf ze aan zijn vader. Op dat moment is men er ook achter gekomen dat de man Gods onder zijn verfijnde, modieuze kleren op zijn blote lichaam een haren boetekleed droeg. Daarna gooide hij, door een wonderlijke, hem bedwelmende innerlijke gloed in vervoering meegesleept, ook zijn lendendoek af en zei, terwijl hij zich zo in volle naaktheid aan aller ogen prijsgaf, tot zijn vader: 'Tot nu toe heb ik u op aarde mijn vader genoemd, maar van nu af aan mag ik met recht zonder enige schroom zeggen: “Onze Vader, die in de hemel zijt, in wiens handen ik mijn hele rijkdom heb gelegd en op wie ik heel mijn hoopvol vertrouwen heb gesteld.”' Toen de bisschop dit zag, stond hij terstond vol bewondering voor de mateloze bezieling van de man Gods op, sloeg wenend zijn armen om hem heen en hulde hij hem in de mantel die hij droeg. Tegelijkertijd gaf hij ook opdracht aan zijn dienaren iets te gaan halen waarmee de man Gods zijn naaktheid kon bedekken. Die gaven hem toen de waardeloze, armzalige mantel van een boer die bij de bisschop in dienst was.
(Bonaventura - Legenda Major II,4)

Kinderen proberen stenen te gooien naar Franciscus, maar worden door hun moeders tegengehouden.

2 - Franciscus verschijnt in Arles


Eens immers hield een bijzonder begaafd prediker, Antonius – die we nu als een roemvol belijder van Christus vereren – op het kapittel van Arles een preek voor de broeders over het opschrift boven het kruis: 'Jezus van Nazareth, koning van de Joden.' Een zeer deugdzame broeder, Monaldus geheten, keek op een gegeven moment op goddelijke ingeving naar de deur van de zaal en zag toen met eigen ogen de zalige Franciscus. Hij zweefde in de lucht en met zijn als op een kruis uitgestrekte armen zegende hij zijn broeders.
(Bonaventura - Legenda Major IV,10)

De uitgestrekte armen van Franciscus maken duidelijk dat hij een alter Christus is.

3 - Ridder Hiëronymus controleert de stigmata van Franciscus

Toen de mensen hoorden dat de heilige Vader gestorven was, en het gerucht over het wonder zich verspreidde, stroomden ze haastig toe om het met hun eigen ogen te zien; dat zou hun iedere reden tot twijfel ontnemen en hun diepe genegenheid jegens hem aanleiding geven tot grote vreugde. Men liet de burgers van Assisi dan ook zoveel mogelijk toe om de wondtekenen te zien en ze met hun lippen te beroeren. Onder hen was ook een ridder, een ontwikkeld en onderlegd man met een grote naam en zeer bekend, Hiëronymus geheten. Omdat hij grote twijfel koesterde over de echtheid van die heilige tekenen en er als de Apostel Thomas niet aan kon geloven, betastte en onderzocht hij, in het bijzijn van de broeders en andere stadgenoten, de spijkers grondig en zonder ze te ontzien, en bevoelde hij ook de handen, voeten en de zijde van de heilige. Als de tekenen van de wonden van Christus, die hij aanraakte en betastte, waarachtig en echt waren, zou hij – want dat wilde hij – heel het gezwel van de twijfel uit zijn eigen hart en dat van anderen kunnen snijden. Het gevolg van dit alles is geweest dat hij later met beslistheid instond voor de echtheid van de wondtekenen en, samen met andere getuigen, dit ook met zijn hand op het evangelieboek onder ede heeft bevestigd. Van die echtheid had hij zich immers door zijn degelijk onderzoek terdege vergewist.
(Bonaventura - Legenda Major XV,4)

4 - Paus Innocentius III geeft goedkeuring aan de regel van de franciscanerorde


Toen ze de man Gods bij de paus hadden gebracht, vertelde Franciscus hem wat zijn plannen waren, en vroeg hij nederig en dringend zijn levensregel goed te keuren. De Stedehouder van Christus, paus Innocentius III, was in alle opzichten een zeer wijs man. Toen hij de bewonderenswaardige, verinnerlijkte, onbevangen eenvoudige, op God gerichte gezindheid van de man Gods zag, en merkte hoe vastberaden Franciscus was om zijn voornemen uit te voeren en hoe vurig hij ernaar verlangde, voelde de paus zich geneigd in te stemmen met wat Gods dienaar hem smekend vroeg.
(Bonaventura - Legenda Major III,9)

5 - Vuurproef voor de sultan

Want toen de sultan de wonderbaarlijke begeestering en geestkracht van de man Gods zag, luisterde hij ook graag naar hem; hij drong er met nadruk bij Franciscus op aan bij hem te blijven. Maar Christus' dienaar antwoordde hem, op ingeving van God: 'Als u zich met uw volk tot Christus wilt bekeren, zal ik uit liefde voor Hem graag bij u blijven. En als u er misschien tegenop ziet omwille van het geloof in Christus de wet van Mohammed af te zweren, laat dan een zeer groot vuur ontsteken; samen met uw priesters zal ik dat vuur ingaan, opdat u erachter zult komen aan welk geloof men zich terecht moet houden om zijn grotere zekerheid en heiligheid.' In antwoord hierop zei de sultan tot hem: 'Ik denk niet dat één van mijn priesters bereid is om dat vuur in te gaan of vrijwillig enige foltering te ondergaan om zijn geloof te verdedigen.' Want hij had gezien hoe een van zijn priesters, een hoogbejaarde vertrouweling van hem, zich bij het horen van dat voorstel onmiddellijk uit de voeten had gemaakt. Toen zei de heilige man: 'Ik wil ook wel alleen door dat vuur gaan. Maar dan moet u mij wel, ook namens uw volk, beloven dat u en uw volk tot de christelijke eredienst zullen overgaan wanneer ik er ongedeerd uit zal komen. Mocht ik verbranden, geef dan de schuld aan mijn zonden; maar als Gods macht mij zal beschermen, erken dan dat Christus, Gods kracht en Gods wijsheid, waarachtig God is en Heer en Verlosser van alle mensen.'
(Bonaventura - Legenda Major IX,8)

6 - Visioenen van broeder Augustinus en de bisschop van Assisi


In die tijd was in Terra di Lavoro broeder Augustinus minister van de broeders, een in alle opzichten voortreffelijk en heilig man. Hij lag op sterven en had al lang geen woord meer kunnen zeggen. Plotseling hoorden de omstanders hem luid roepen: 'Wacht toch even op mij, Vader, wacht even, ik ga met u mee!' De broeders waren zeer verbaasd en vroegen hem naar wie hij zo onstuimig riep. 'Zien jullie onze Vader Franciscus dan niet naar de hemel gaan?' vroeg hij hun. Meteen maakte zijn heilige ziel zich van zijn lichaam los en volgde de heilige Vader.
De bisschop van Assisi had juist in die tijd een bedevaart gehouden naar het heiligdom van de heilige Michaël op de berg Gargano. In de nacht van Franciscus' sterven verscheen de heilige man hem en zei: 'Zie, Vader, ik verlaat nu de wereld en ben op weg naar de hemel.' Toen de bisschop de volgende morgen opstond, vertelde hij aan zijn gevolg wat hij gezien had. Hij keerde terug naar Assisi en kwam na een zorgvuldig onderzoek tot de zekerheid dat de heilige Vader uit deze wereld was heengegaan precies op het uur waarop Franciscus het hem in dat droomgezicht had laten weten.

(Bonaventura - Legenda Major XIV,6)

Op dit meest beschadigde fresco zien we rechts de bisschop van Assisi in zijn bed liggen, terwijl links de omstanders rond het bed van broeder Augustinus staan.

7 - Franciscus ontvangt de stigmata


Op een morgen omstreeks het feest van Kruisverheffing was hij op de flank van de berg aan het bidden. Opeens zag hij een Serafijn met zes vleugels die straalden van een vurige gloed, vanuit het zenit van de hemel neerdalen. Toen de Serafijn in bliksemsnelle vlucht door de lucht in zijn nabijheid kwam, bemerkte hij tussen de vleugels de gestalte van een gekruisigde man, die met zijn in kruisvorm uitgestrekte handen en voeten aan een kruis genageld was. Twee vleugels reikten omhoog boven zijn hoofd, twee strekten zich uit als wilde hij gaan vliegen, de twee overige bedekten zijn gehele lichaam. Toen de man Gods dit zag, was hij verbijsterd en aan verschillende gevoelens ten prooi. [...] Toen de verschijning verdween, liet ze in zijn hart een wonderbare liefdesgloed achter. Maar niet minder wonderbaar was de indruk van de wondtekenen die ze in zijn lichaam achterliet; op hetzelfde moment begonnen er immers in zijn handen en voeten als het ware spijkers zichtbaar te worden zoals hij die zojuist in de gestalte van de gekruisigde man had gezien. Het leek alsof er midden door zijn handen en voeten spijkers geslagen waren. In de palm van zijn handen en op de wreef van zijn voeten zag je de koppen ervan, terwijl de punten er aan de andere kant uitstaken. De spijkerkoppen in zijn handen en op zijn voeten waren rond en zwart, de punten echter langwerpig en enigszins verbogen, alsof ze van opzij kromgeslagen waren. Ze kwamen uit het vlees te voorschijn en staken iets boven de rest van het vlees uit. Verder was zijn rechterzijde als met een lans doorboord. Daar had hij een rood litteken, waaruit nog vaak heilig bloed stroomde, waarvan de sporen op zijn habijt en lendendoek te zien waren.
(Bonaventura - Legenda Major XIII,3)
Giotto (1266/1267/1276(?) 1337)
Franciscus (±1317-25)
6 Fresco's
Florence - Santa Croce (Bardi kapel)