Paul Verheijen

LODEWIJK DE HEILIGE

Sainte-Chapelle

Lodewijk IX

Lodewijk IX (1214-1270) besteeg reeds op elfjarige leeftijd - onder regentschap van zijn moeder Blanca van Castilië - de Franse troon.
Hij trouwde op zijn twintigste met de veertienjarige Margaretha van Provence die hem elf kinderen baarde.
Vanwege zijn vermeende voorbeeldige vaderschap, middeleeuws koningschap, weigering rijke kleren te dragen, armenzorg, wijsheid, rechtvaardigheid en barmhartigheid werd hij een kleine dertig jaar na zijn dood (als gevolg van de pest) heiligverklaard, mede omdat er bij zijn graf in het koninklijk mausoleum van de Saint-Denis-abdijkerk wonderen plaatsvonden.
Volgens een populaire legende zou het Kindje Jezus aan hem zijn verschenen.
Als Ludovicus IX van Frankrijk heeft hij op 25 augustus zijn feestdag op de heiligenkalender.

Desalniettemin kunnen wij naar hedendaagse begrippen wel enige 'smetjes' ontdekken op zijn heilige blazoen.
Hij was antsemitisch en liet in 1242 in Parijs openlijk de joodse Talmoed verbranden.
Hij hing de rampzalige gedachte van de kruistochten aan en nam hij zelf deel aan de zesde en zevende.
Openlijke godslasteraars veroordeelde hij met een gloeiend ijzer op de mond.
Zijn reliekencollectie zouden wij tegenwoordig bestempelen als verzamelwoede.
Om deze een fatsoenlijk onderkomen te bezorgen, liet hij in Parijs de Sainte-Chapelle bouwen.

Relikwieën van Christus' lijden

De reliekenverzameling van Lodewijk IX is nauw verbonden met keizer Boudewijn II (1217-1273) van Constantinopel die vanwege de kruistochten zijn macht aan het verliezen is.
Teneinde fondsen te verwerven voor militaire operaties geeft hij de doornenkroon van Christus - die hij beweert te bezitten - aan Venetiaanse lommerdhouders in beheer om vervolgens hulpzoekend naar Europa af te reizen.
In Parijs ontmoet hij Lodewijk IX die niets voelt voor een militaire expeditie, maar wel zeer geïnteresseerd is de doornenkroon in Venetië te kopen.
Daar wordt twee jaar over onderhandeld en uiteindelijk komt de doornenkroon op 18 augustus 1239 in Parijs aan voor de som van 135.000 ponden, een voor die tijd astronomisch bedrag.

Boudewijn II kan zijn honger naar geld nog meer uitbuiten door gebruik te maken van de goedgelovigheid en verzamelwoede van Lodewijk IX.
Zo komt Lodewijk voor veel geld verder nog in het bezit van: een groot stuk kruis, enkele spijkers, druppels bloed, een stuk grafsteen, de stok van de lans, een stuk spons, een deel van Veronica's zweetdoek, een stuk mantel en een lap van de lijkwade.
Als bonus verwerft hij daarenboven de schedel van Johannes de Doper, de staf van Mozes en nog veel meer ongeloofwaardige relieken als moedermelk en hoofdhaar van Maria.
Dan wordt het tijd om al deze relikwieën een definitieve goddelijke plaats te geven.

Reliekenkapel

De Sainte-Chapelle neemt een zeer belangrijke plaats in onder de monumenten vam Parijs.
Een 14e-eeuwse theoloog noemde de kapel één van de mooiste residenties van het paradijs.
In 1246 sticht Lodewijk een college van kanunniken en twee jaar later is de bouw van de kapel voltooid.
Elk jaar op Goede Vrijdag worden de relieken tentoongesteld voor devotie en mogen de gelovigen (vooral epileptici) ze aanraken.
Kleine stukjes relieken - bijvoorbeeld één doorn - dienen ook als cadeau voor bevriende monarchen.

De Sainte-Chapelle is gebouwd als een adelijke privé-kapel.
Dergelijke kapellen bestaan gewoonlijk uit twee verdiepingen: de bovenkapel is gereserveerd voor de adel en bevindt zich op dezelfde hoogte als de adelijke vertrekken, de onderkapel is bestemd voor het personeel.
Onder twee-verdiepingenkapellen is de Sainte-Chapelle uniek vanwege haar afmetingen en de glas-in-loodramen.

Bijbel in kleur en licht

De gebrandschilderde vensters hebben de Sainte-Chapelle haar faam gebracht.
Zij vormen een van de meest complete series van middeleeuwse kunst ter wereld.
Parijs was rond 1240 het centrum van het gebrandschilderde glas, er werd op ruime schaal geproduceerd in waarschijnlijk drie verschillende werkplaatsen.
Dat zouden we nu 'industrieel' noemen.
Op sommige ramen is er geen scheiding meer tussen blauw en rood en overschaduwt de felheid van de een de andere.
(Wijnkenners schijnen graag 'de kleur van de vensters van de Sainte-Chapelle' in de wijn te willen zien.)
De individuele scènes zijn soms moeilijk te identificeren.
Het Eerste Testament wordt voornamelijk behandeld op de zijramen.
Andere onderwerpen betreffen Johannes de Evangelist en Johannes de Doper, de jeugd en het lijden van Christus, de Apokalyps en het verhaal van de relikwieën.
De afbeelding op deze pagina is een detail van dat laatste onderwerp.
Dit venster is een van de minst goed bewaarde van de kapel, reden waarom er weinig afbeeldingen van te vinden zijn.
Van de 67 scènes zijn er nog slechts 26 origineel.

We zien de scène dat de heilige relikwieën in Sens arriveren.
Lodewijk de Heilige en achter hem zijn twee jaar jongere broer, Robert I van Artesië (in 1250 gesneuveld tijdens de zevende kruistocht), dragen een baar waarop een reliekschrijn is geplaatst.
Voor hen bevindt zich de stadspoort en aan hun voeten zit een kleine knielende figuur.