Paul Verheijen

DISMAS

Matteüs Marcus Lucas Johannes
Daarna werden er naast hem twee misdadigers gekruisigd, de een rechts van hem, de ander links. De voorbijgangers keken hoofdschuddend toe en dreven de spot met hem [...] Precies zo beschimpten hem de misdadigers die samen met hem gekruisigd waren.
(Mt 27,38-44)
Samen met hem kruisigden ze twee misdadigers, de een rechts van hem, de ander links. De voorbijgangers keken hoofdschuddend toe en dreven de spot met hem [...] Ook de twee andere gekruisigden beschimpten hem.
(Mc 15,27-32)
[...] samen met de twee misdadigers, de een rechts van hem, de ander links [...] een van de gekruisigde misdadigers zei spottend tegen hem: 'Jij bent toch de messias? Red jezelf dan en ons erbij!' Maar de ander wees hem terecht met de woorden: 'Heb jij dan zelfs geen ontzag voor God nu je dezelfde straf ondergaat? Wij hebben onze straf verdiend en worden beloond naar onze daden. Maar die man heeft niets onwettigs gedaan.' En hij zei: 'Jezus, denk aan mij wanneer u in uw koninkrijk komt.' Jezus antwoordde: 'Ik verzeker je: nog vandaag zul je met mij in het paradijs zijn.'
(Lc 23,33-43)
Daar kruisigden ze hem, met twee anderen, aan weerskanten één, en Jezus in het midden.
[...]
Toen braken de soldaten de benen van de eerste die tegelijk met Jezus gekruisigd was, en ook die van de ander.
(Joh 19,18 en 32)

Twee andere gekruisigden

De vier evangelisten in het Tweede Testament vermelden dat naast Jezus twee anderen werden gekruisigd.
Matteüs en Marcus noemen ze letterlijk ‘bandieten’, situeren ze nadrukkelijk links en rechts van Jezus en laten ze met de omstanders bij het kruis meedoen met het beschimpen, zij het woordeloos, van Jezus.
Lucas noemt ze letterlijk ‘schurken’, en schrijft dat de ene schurk Jezus bespot, terwijl de andere Jezus vraagt om aan hem te denken wanneer hij in zijn koninkrijk komt, wat Jezus inwilligt.
Johannes tenslotte noemt nadrukkelijk dat Jezus 'in het midden' hangt en weet bovendien dat de benen van de twee werden gebroken.
Op grond van Lucas’ relaas ontstond de traditie van de goede en de slechte ‘moordenaar’, die dan vervolgens ook een naam kregen en een rol gingen spelen in bijzonder fantasierijke legenden (zie verder).
De apocriefe geschriften hanteren verschillende namen voor de goede en de slechte moordenaar, respectievelijk Dismas (Limas) & Gestas (Gesmas), Zoatham & Cammatha, Joathas & Maggatra of Titus & Dumachus.
In de christelijke iconografie ontstond het gebruik dat de goede moordenaar rechts van Jezus hangt (voor de kijker links) en zijn gezicht in de richting van Jezus heeft gedraaid.
De slechte moordenaar hangt links van Jezus (links is altijd de slechte kant; Latijn: sinister) en kijkt van Jezus weg.

Legendevorming

Het Arabische Kindsheidevangelie uit de zesde eeuw (dat ook gebruik maakt van oudere bronnen vanaf de tweede eeuw) verhaalt dat Dismas, lid van een roversbende, Jozef, Maria en het kind Jezus al op de vlucht naar Egypte overvallen maar geen schade berokkend zou hebben, waarvoor hij de belofte ontving van heil op de dag van Jezus' sterven.
In de middeleeuwen groeide het bericht over de overval uit tot een fantastisch verhaal, waarin de goede moordenaar, van plan de ouders van Jezus te doden, door de aanblik van het kind tot inkeer kwam en de familie gastvrij in zijn huis opnam.
In het badwater van het kind Jezus werd zijn eigen zoon wonderbaarlijk van melaatsheid genezen.
Hij wees zijn gasten toen de weg naar Egypte.
Zelf overvallen en dodelijk verwond werd hij op zijn beurt genezen door het schuim van het bad.
Bij haar terugkeer vond Jezus' familie wederom onthaal bij de rover.
In sommige versies is de genezen zoon de goede moordenaar.
Volgens het apokriefe Evangelie van Nikodemus volgde de goede moordenaar Jezus bij diens ‘nederdaling ter helle’, waar hij aan de rechtvaardigen uitleg gaf over diens verschijnen aldaar.

De Latijnse Vulgaat vertaalt de 'schurken' uit het evangelie volgens Lucas met het woord latrones, wat ertoe leidde dat men wist dat Dismas afkomstig was uit Latrun, 25 km ten westen van Jeruzalem.

Het kruis van de goede moordenaar dat met dat van Jezus door keizerin Helena rond 324 in Jeruzalem was gevonden, zou op Cyprus bewaard en vereerd zijn geweest.
Een fragment ervan kwam met andere relieken van Dismas terecht in Bologna, vanwaaruit in de 17e en 18e eeuw zijn verering zich verspreidde in het Westen, met name in Zuid-Duitsland.
In het Oosten vereerde men hem al vanouds.
Hij gold als patroon van ter dood veroordeelden en van voerlui.
Men riep hem aan voor het verkrijgen van waarachtig berouw over zijn zonden en van een zalige dood.
De heiligencanon gedenkt Dismas op 25 maart.