Paul Verheijen

DRIEKONINGEN

Van magiërs ...

Matteüs meldt in het tweede hoofdstuk van zijn evangelie dat magiërs uit het oosten een ster hebben gezien van een pasgeboren koning van de joden.
In Jeruzalem doen ze navraag bij koning Herodes.
Ze vinden het kind Jezus in Betlehem en brengen het hulde met goud, wierook en mirre.
In een droom gewaarschuwd gaan ze niet via Herodes terug.
Die ontsteekt in woede en laat in Betlehem alle jongetjes van twee jaar en jonger om zeep brengen.

Ook het Tweede Testament kent zijn gruwelijke verhalen.
Merk op dat Matteüs niet spreekt over koningen of over een aantal van drie.
Hij is overigens de enige evangelist die dit verhaal heeft opgetekend.
Met zulke schaarse gegevens over deze mysterieuze huldebrengers nam de traditie uiteraard geen genoegen en zo onstond er uitgebreide legendevorming rond die wijzen uit het oosten.

... naar Driekoningen


Op grond van de geschenken werden de wijzen in de 6e eeuw gereduceerd tot drie, ze werden koningen, gekoppeld aan werelddelen, huidskleuren, leeftijden en natuurlijk kregen ze namen.
In het Westen zijn ze bekend als Caspar, Melchior en Balthasar.
Wie precies wie is en bij wat hoort, weet niemand.
Matteüs schrijft er niets over.
Climax van de legendevorming werd tot slot de koppeling van de drie koningen aan skeletten, eerbiediger gezegd: relieken.
Zodoende kan men hedentendage bij een kostbare reliekschrijn in Dom te Keulen de beenderen vereren van de Heilige Driekoningen.

De ster

Over de vraag wat Matteüs voor ogen gehad zou kunnen hebben bij zijn beschrijving van de ster van Betlehem bestaan verschillende verklaringen.
Het kan bijvoorbeeld een nova of een supernova zijn geweest: een plotseling opvlammende ster die zich als een helder object manifesteert aan de sterrenhemel.
Dergelijke nova's zijn in het verleden wel meer waargenomen.
Als meest waarschijnlijke verklaring wordt echter de samenstand van drie heldere planeten genoemd.
In het jaar 7 vChr vond er een Jupiter, Saturnus en Mars conjunctie plaats.
Verder zou nog te denken zijn aan de komeet van Halley, een komeet die om de 76 jaar verschijnt.
In 12 vChr is deze in China waargenomen.
Jupiter en Saturnus vormden op 21 december 2020 een oplichtende stip toen de twee giganten elkaar ontmoetten aan de nachtelijke hemel.
Deze conjunctie was uniek, want voor het eerst in honderden jaren te zien.
Het kon natuurlijk niet uitblijven dat in het nieuws werd verwezen naar de ster van Betlehem.

6 januari

Op de datum van het Driekoningenfeest werd eeuwenlang de geboorte van Jezus gevierd (nog steeds in de oosters-orthodoxe kerken).
Toen door pauselijke decreten deze viering werd vervroegd naar 25 december, werd de datum van 6 januari gereserveerd voor Epifanie, het feest van de verschijning van de Heer, dat wil zeggen: de komst van God onder de mensen.
Met de naam Epifanie behield deze dag ook de gedachtenis aan de doop van Jezus, die volgens een bepaalde overlevering op 6 januari plaatsvond.
De doop wordt nu echter liturgisch gevierd op de zondag na 6 januari of als 6 januari op een zondag valt op maandag 7 januari.