Paul Verheijen

JEREMIA

Jeremiëren

Jeremia (zijn naam betekent mogelijk 'JHWH vestigt' of 'JHWH verheft') was een profeet over wie in het gelijknamige bijbelboek te lezen is.
Dit boek is in wezen een verzameling godsspraken tegen het Zuidrijk Juda en zijn buitenlandse vijanden die Jeremia heeft gedicteerd aan zijn secretaris, de schriftgeleerde Baruch.
Hoewel het bijbelboek Klaagliederen in stijl en opzet sterk verschillen van Jeremia's uitspraken is het - mogelijk vanwege het klagen - op naam van Jeremia komen te staan.
Verder staat op Jeremia's naam een kort geschrift van 72 verzen, geschreven zo'n drie eeuwen na zijn dood.
Het staat in de NBV onder de titel Brief van Jeremia opgenomen bij de zogenaamde deuterocanonieke boeken waarin ook het boekje Baruch is geplaatst.

De profeet beklaagde zich voortdurend over de misstanden in zijn tijd, het goddeloze gedrag van zijn landgenoten en zijn eigen lot.
De Klaagliederen betreuren de vernietiging van Jeruzalem.
Dit soort teksten maken duidelijk waarom we aan hem het werkwoord jeremiëren voor 'klagen' te danken hebben.
In Jeremia 32 en 33 waarschuwde Jeremia koning Sedekia van Juda dat de hoofdstad Jeruzalem verwoest zou worden als hij zich los zou maken van het Babylonische Rijk, waarvan het land toen een vazalstaat was.
Sedekia sloeg Jeremia's profetie in de wind en ging een verbond aan met Egypte, waarna de Babylonische koning Nebukadnessar II in 587 vChr Jeruzalem innam en in vlammen deed opgaan.
Jeremia wordt misschien wel daarom beschouwd als de meest tragische onder de grote profeten.

Hij werd rond 650 in Anatot bij Jeruzalem uit een priesterfamilie geboren.
Het boek Jeremia laat de profeet verhalen hoe hij de roeping door JHWH afweerde met een beroep op zijn jeugdige onkunde, maar hoe JHWH zijn mond aanraakte en hem aldus de te spreken woorden in de mond legde.
Zijn leven en zijn werk stonden in het teken van een reeks conflicten van deze zichzelf wantrouwende man met God die hem zond, met de politieke leiders die hem niet konden of wilden begrijpen en met het volk dat hem zijn onheilsprofetieën niet in dank afnam.
Meer dan tot dit oppervlakkige, uiterlijk herstel van religieuze praktijken, riep Jeremia op tot werkelijke trouw aan JHWH, waarbij hij er geen twijfel over liet bestaan dat, als er geen echte bekering volgde, de straf van JHWH zou bestaan in de ondergang van Jeruzalem.

Volgens de joodse traditie verbleef Jeremia in Egypte totdat Nebukadnessar dat land veroverde en hem meenam naar Babylon, waar hij met zijn volk verenigd werd.
Legenden melden dat hij de Egyptenaren van een slangenplaag zou hebben bevrijd, maar daar desondanks ter dood zou zijn gebracht door steniging.
Venetië claimt zijn relieken te bezitten.

Uitspraken

Naar de profeet Jeremia wordt in het Tweede Testament ruim 50 keer verwezen in verband met leven, lijden en dood van Christus.
De evangelist Matteüs citeert hem twee keer met naamsvermelding:
  • Zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeet Jeremia: 'Er klonk een stem in Rama, luid wenend en klagend. Rachel beweende haar kinderen en wilde niet worden getroost, want ze zijn er niet meer.'
    (Na de kindermoord in Betlehem in Matteüs 2,17-18; citaat van Jeremia 31,15.)
    Het geklaag van Rachel berust op de gebeurtenis in 587 vChr (zie boven), maar Matteüs betrekt het dus op de moord op de onnozele kinderen.
  • Zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeet Jeremia: 'En ze verzamelden de dertig zilverstukken, het bedrag waarop hij geschat was en dat ze hadden bepaald met de zonen van Israël en ze betaalden er de akker van de pottenbakker mee, zoals de Heer mij had opgedragen.'
    (Na het berouw van Judas in Matteüs 27,9-10; mogelijke een gecomnineerde verwijzing naar de pottenbakker in Jeremia 18,1-4, het 'Moorddal' in Jeremia 19,1-13 en de aankoop van een akker in Jeremia 32-6-16.)
De christelijke traditie heeft van begin af aan parallellen gezien tussen Jezus en Jeremia.
De godsspraak van Jeremia dat de tempel geen 'rovershol' is (Jeremia 7,11), werd door Jezus dankbaar in de mond genomen toen hij de kooplieden de tempel in Jeruzalem uitdreef (Matteüs 21,13 // Mc 11,17 // Lucas 19,46).

Een aantal momenten uit de Klaagliederen over de val van Jeruzalem werd eeuwenlang op de lijdende verlosser toegepast en in de liturgie van de Goede Week gezongen.
Jullie die hier voorbijgaan, raakt het jullie niet? Merk toch op en zie: is er leed als het leed dat mij wordt aangedaan, dat JHWH op de dag van zijn toorn over mij heeft uitgestort?
(Klaagliederen 1,12)
Dit zelfbeklag van de als vrouw opgevoerde stad Jeruzalem, werd in de middeleeuwen Maria met de gestorven Jezus op haar schoot, de Pietà, in de mond gelegd.

Banderol en feestdag

Jeremia wordt meestal afgebeeld tussen rijen andere profeten, vaak van gevorderde leeftijd met een lange grijze baard.
Omdat hem slechts zelden een attribuut toebedeeld wordt, is hij dan moeilijk te herkennen, tenzij een tekst op zijn banderol of een bijschrift hem verraadt.
Bijvoorbeeld een tekst uit de Vulgaatvertaling:

QUIA CREAVIT DOMINUS NOVUM SUPER TERRAM: FEMINA (MULIER) CIRCUMDABIT VIRUM.
JHWH zal iets nieuws op aarde scheppen: een vrouw (echtgenote) maakt een man het hof.
(Jeremia 31,22)
Het Roomse Martelaarsboek herdenkt hem op 1 mei als volgt:
Te Egypte de heilige profeet Jeremia. Door zijn volk gestenigd, stierf hij te Taphna, alwaar hij ook begraven is. Zoals de heilige Epiphanius meedeelt, maakten de gelovigen zich gewoon op zijn graf te komen bidden en het stof, dat zij vandaar meenemen, gebruiken zij als geneesmiddel tegen slangenbeten