Paul Verheijen

LONGINUS

Roomse Martelaarsboek

Het Roomse Martelaarsboek schrijft voor om te herdenken op 15 maart:
Te Casarea in Cappadocië de marteldood van de heilige krijgsman Longinus, die, naar men zegt, de zijde van de Zaligmaker met zijn lans had doorstoken.

Legendarisch

In het Tweede Testament treedt een anonieme Romeinse honderdman op die Christus na zijn kruisdood erkent als Zoon van God (Matteüs 27,54 en Marcus 15,39).
Verder is er een soldaat die Christus' zijde na zijn dood met een lans doorsteekt (Johannes 19,34).
Een middeleeuwse Griekse legende uit de 4e eeuw smolt deze twee soldaten samen en maakten hem tevens de aanvoerder van de groep soldaten die Christus' graf moesten bewaken (Matteüs 27,65 - 28,15).
De speer zorgde in de traditie voor de naam van deze anonieme soldaat.
Speer is lonchè in het Grieks en de soldaat kreeg de naam Longinus.
Dat is onder andere te lezen in de apocriefe Akten van Pontius Pilatus uit de vierde/vijfde eeuw en in het korte hoofdstuk 47 van de Legenda Aurea.
Volgens deze legenden was hij blind, maar het bloed van Christus' zijde viel op zijn ogen waardoor hij weer kon zien.
Vanzelfsprekend dat deze soldaat zich hierdoor tot het christendom bekeerde.
Lange tijd leefde hij als monnik in Cappadocië en bekeerde daar veel mensen.
Hij werd vanwege deze activiteiten en zijn weigering afgoden te aanbidden door een rechter gevangen gezet, zijn tanden werden uit zijn mond geslagen en zijn tong afgesneden, maar hij verloor zijn spraakvermogen niet.
Met een bijl verwoestte hij de afgodsbeelden, waardoor een duivel die erin huisde in de rechter voerden.
Blaffend als een hond en blind geworden kroop die vervolgens naar Longinus.
Desondanks liet hij Longinus onthoofden (volgens een variant was Pontius Pilatus de opdrachtgever), maar kwam tot inkeer bij het dode lichaam, waardoor hij zijn gezichtsvermogen terug kreeg.
Terzijde: de anonieme soldaat die Christus een spons te drinken geeft kreeg in legendes de naam Stefaton, maar moet het helaas doen zonder kerkelijke feestdag.

Relikwie

Hoewel van de door Longinus gebruikte speer zowel de schacht als de speerpunt begerenswaardige relikwieën werden, werd hij nooit een echte volksheilige.
Keizerin Helena zou rond 320 samen met het kruis de lans van Longinus in Jeruzalem teruggevonden hebben.
Vanaf ongeveer 570 zijn er berichten dat de lans aldaar werd vereerd.
De lanspunt verhuisde bij de inval van de Perzen naar Constantinopel en tijdens de kruistochten via de Venetianen naar Parijs, om vanaf 1241 tot aan de Franse Revolutie in de Sainte-Chapelle vereerd te worden.
De schacht werd door de Moorse sultan Bajazet na de val van Granada in 1492 aan paus Innocentius VIII geschonken en kwam zo in de Sint Pieter te Rome terecht.
In de nissen van de vier pilaren die de koepel van de basiliek dragen, zijn in het midden van de 17e eeuw vier enorme barokbeelden geplaatst ter herinnering aan vier belangrijke relieken die in de kerk bewaard worden: naast de lans van Longinus, de zweetdoek van Veronica, een deel van het kruis (natuurlijk ook teruggevonden door keizerin Helena) en het hoofd van de apostel Andreas.
Een andere lans van Longinus (hij zal er meer dan een gehad hebben) bevindt zich nu in de Hofburg te Wenen.
Een verblijf van een lans in Praag werd rond 1350 aanleiding tot het ontstaan van het feest van de Arma Christi.
Dit zou invloed hebben op een grote verbreiding van dit gelijknamige iconografische thema.
Longinus' plaats in de Graal-legende komt hem in de eerst plaats toe op grond van een traditie die zegt dat hij het door Josef van Arimatea opgevangen bloed van Jezus naar Mantua zou hebben gebracht.
Ook droeg een gebruik in de oosterse liturgie vanaf de 8e/9e eeuw om het brood tijdens de voorbereiding van de eucharistieviering als in een symbolische slachting met een liturgische lans te doorsteken, droeg hiertoe bij.
Tenslotte ontstond de overtuiging dat Longinus' lans de lans van Jezus-rechter zou zijn bij het Laatste Oordeel.