Paul Verheijen

LUCAS DE EVANGELIST

Bijbelse schrijver

Paulus noemt in drie van zijn brieven die in het Tweede Testament zijn opgenomen bij zijn groeten aan het eind van de brief een zekere Lucas:
  • Ook Lucas, onze geliefde arts, en Demas groeten u (Kolossenzen 4,14)
  • Alleen Lucas is bij me gebleven. Haal Marcus op en neem hem met je mee, want hij kan mij goede diensten bewijzen. (2 Timoteüs 4,11)
  • Epafras, die samen met mij omwille van Christus Jezus gevangenzit, laat u groeten, evenals mijn medewerkers Marcus, Aristarchus, Demas en Lucas.
Zoals alle evangelisten voert ook Lucas in zijn evangelie een niet met name genoemde persoon op die sommige tradities dan identificeren met de auteur op wiens naam het evangelie staat.
In het verhaal van de twee Emmaüsgangers noemt Lucas alleen de naam van Kleopas en bijgevolg moet hij dus wel de andere Emmaüsganger zijn, want hoe kan hij anders over deze ontmoeting met de verrezen Christus schrijven?
Omdat Lucas het in zijn evangelie ook heeft over een groep van ongeveer 70 leerlingen die Jezus twee aan twee vooruitstuurt naar steden waar hij heen wil gaan (Lucas 10,1), wordt ook gedacht dat Lucas tot deze groep behoorde.
Zulke identificaties lijken nogal willekeurig.

Het Roomse Martelaarsboek herdenkt hem op 18 oktober in deze woorden:
In Bithynië de geboorte van de zalige evangelist Lucas, die om de naam van Christus veel moest lijden en die vervuld van de heilige Geest gestorven is. Zijn gebeente is later naar Constantinopel vervoerd en vandaar naar Padua overgebracht.
Behalve als schrijver van het derde evangelie staat ook de Handelingen van de apostelen op zijn naam, vanwege het feit dat de beide prologen op elkaar aansluiten (Lucas 1,1-4 en Handelingen 1,1-3).
Volgens een oude overlevering was Lucas afkomstig uit Antiochië in Syrië.
Het Griekse geschrift Anti-Marcionitische Prologen uit circa 160-80 weet dat hij na Paulus' dood in Achaia gewerkt heeft en aldaar zijn geschriften samengesteld.
Andere bronnen melden nog meer 'feiten':
Lucas was ongehuwd, na de executie van Paulus preekte hij in Italië, Gallië, Dalmatië en Macedonië, hij stierf van ouderdom op 84-jarige leeftijd in Boëtië, dan wel werd hij gekruisigd aan een olijfboom in Patara (in het huidige Turkije) of in het Griekse Thebe, waarvandaan de translatie van zijn relieken (samen met die van Andreas en Timoteüs herdacht op 9 mei) plaatsvond in 357 naar de Apostelkerk te Constantinopel op last van keizer Constantijn.
Behalve Padua claimen overigens ook Venetië en het klooster op Athos (delen van) zijn gebeente te bewaren.

Schilder van Maria

In de Cappella Paolina van de Santa Maria Maggiore-basiliek in Rome bevindt zich een schilderij dat de naam draagt Salus Populi Romani, 'redding van het Romeinse volk' (zie afbeelding).
Volgens alweer een legende is dit werk (deskundigen dateren het nogal ruim tussen de 5de en 12de eeuw) van de hand van Lucas en werd het in 590 in processie naar de Sint Pieter in Rome gebracht teneinde het Romeinse volk te redden van een pestepidemie.

Er bestaan meer van dergelijke legenden over andere Mariaportretten die aan Lucas werden toegeschreven met als gevolg dat hij schutspatroon en naamgever werd van schildersgilden.
Lucas liet zo'n Mariaportret bij zijn zendingsactiviteiten ook zien aan heidenen die zich daarna bekeerden.

Dit idee van 'schilder' Lucas is waarschijnlijk ontstaan omdat Lucas de enige evangelist is die met veel liefde en aandacht Maria 'portretteert'.
Ter vergelijking: Lucas noemt haar naam 13 keer (waarvan 1x in Handelingen); Matteüs 5 keer; Marcus 1 keer en Johannes in het geheel niet.
Hij kruipt als het ware in de huid van Maria en verwoordt zelfs haar gevoelsleven: Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en bleef erover nadenken (Lucas 2,19) en Zijn moeder sloot alles wat er met hem gebeurd was in haar hart (Lucas 2,51b)