Paul Verheijen

MYROBLIETEN

Geur van heiligheid

Over heiligen wordt soms vermeld dat - als teken van heiligheid - een heerlijke geur van hun relieken uitging, zoals wanneer hun graven werden geopend.
We kennen het nog in de uitdrukking 'geur van heiligheid'.
Vaak lezen we over vocht, olie, balsem, manna of een andere substantie die van het lichaam uitgaat of uit het graf opstijgt en de kracht heeft zieken te genezen.

Jacobus de Voragine is daar in zijn Legenda Aurea bijzonder stellig in wanneer hij bij de behandeling van het feest van Allerheiligen Johannes Damascenus citeert:
Uit de relieken van de heiligen stroomt een olie die een goede geur verspreidt. En laat niemand daaraan twijfelen. Want als er uit de rots, uit de harde steen, water in de woestijn heeft gestroomd en voor de dorstige Simson uit de ezelskinnebak, is het geenszins ongeloofwaardig dat er uit de relieken van de martelaren heerlijk geurende olie stroomt, voor hen althans die weet hebben van de kracht van God en van de eer die de heiligen van Hem ontvangen.
(Legenda Aurea 158,68-69)
De Voragine verwijst hier naar Mozes in Exodus 17,6 en Simson in Rechters 15,19.