Paul Verheijen

PARABEL VAN DE VERLOREN ZOON

De parabel van 'de verloren zoon' is een van de meer bekende gelijkenissen van Jezus en is te vinden in Lucas 15, 11-32.
Samengevat gaat het verhaal over een vader met twee zonen.
De jongste is een losbandige jongeman die zijn erfdeel opeist, het verbrast, tot armoede vervalt en berouwvol terugkeert naar zijn vader.
Zonder enige terughoudendheid verwelkomt deze zijn zoon met open armen en richt een groot feestmaal aan.
De oudste zoon ziet deze ontvangst met jalouzie aan omdat er voor hem nooit zoiets is georganiseerd.
Je kunt je afvragen of de gangbare titel van deze parabel, de verloren zoon, wel de lading dekt.
Deze parabel gaat immers zowel over een barmhartige vader, een zoon die niet echt verloren is gegaan, als over een mopperende oudste zoon.
De Willibrordvertaling (1995) noemt de parabel Gelijkenis van een vader met twee zonen, de NBV21 geeft hoofdstuk 15 als titel mee: De zorg om wat verloren is en de Bijbel in Gewone Taal uit 2014 kiest voor het kopje Het voorbeeld van de zoon die weggaat.

De parabel kent een rijke beeldtraditie, waarbij verschillende episodes eruit zijn verbeeld.

De scène waarin de verloren zoon zich misdraagt, is in de 16de en 17de eeuwse schilderkunst bijzonder populair.
Het geeft schilders de mogelijkheid kroegtaferelen en bordelen te schilderen met een religieuze boodschap.
De kracht van het verhaal zit in de herkenbaarheid: de verloren zoon wil niet deugen en iedereen kent wel zo iemand.
Wanneer hij zich te buiten gaat in een eigentijdse kroeg, kan de toeschouwer zich nog makkelijker in hem verplaatsen.