Paul Verheijen

NINOKRUIS

Hét relikwie van Georgië

Wijnstok

Het kruis van de wijnstok (Georgisch: Jvari Vazisa), ook bekend als het 'Georgische kruis' of het 'Kruis van Sint Nino', is een belangrijk symbool van de Georgisch-orthodoxe kerk en dateert uit de 4e eeuw, toen het christendom de officiële religie werd in het koninkrijk van Iberia (nu Georgië).

Het kruis van de wijnstok is herkenbaar aan de opvallend licht hangende horizontale armen, die overigens pas voor het eerst te zien zijn op ikonen vanaf de 13e eeuw.

Bronnen brengen het kruis in verband met dé heilige van Georgië, Sint-Nino (zie verder).
Het kruis werd dan ook een relikwie dat wordt bewaard in de Sioni-kathedraal van de huidige hoofdstad Tblisi.

Het zilver waarin het wordt bewaard bevat zes reliëfs met scènes uit het leven van Nino.

Op 27 januari (haar sterfdag) en 1 juni (haar aankomst in Georgië) wordt het midden in de kathedraal getoond.

Nino

In het Westen is de hier op een ikoon afgebeelde vrouwelijke heilige vrijwel onbekend, maar in Georgië des te meer.
Ze staat bekend onder de namen Christiana, Chrétienne Captive, Cristina, Nina, Ninon, Nano, Nina, Nunia, maar vooral Nino.
Over haar zijn veel tegenstrijdige legenden ontstaan.
  • Ze woonde in Cappadocië (=midden-Turkije) en werd opgevoed (als slaaf?) door een christelijke oude vrouw afkomstig uit het buurland Georgië.
    Door haar verhalen droomde ze ervan in dat verre land de leer van Jezus te gaan verkondigen.
    Ze kwam daar inderdaad meegenomen door haar meester(es) toen deze emigreerde? Als oorlogsbuit? Of gevlucht uit haar door oorlog geteisterde thuisland en daar pas slaaf geworden?
    Tijdens christenvervolgingen aan het begin van de 4e eeuw, vluchtte ze allereerst met een groep andere maagden naar Armenië.
    Haar medemaagden stierven daar de marteldood, maar Nino vluchtte verder naar Georgië waar zij onderdak kreeg bij een vrouw, die omschreven wordt als arbeidster in de wijngaard van koning Mirian.
    Zijzelf werkte ook daadwerkelijk in de wijngaarden, tegelijk een bijbels beeld voor een goed christengelovige.
  • Zij verzorgde er zieken en als ze over Jezus vertelde, hield ze daarbij een kruis vast dat ze gemaakt had uit twee gekruiste wijntakken die ze met haar eigen hoofdharen aan elkaar had verbonden.
    Volgens een variant heeft ze dit kruis van Maria zelve ontvangen.
  • Ze genas een stervend kind door haar kleed op hem te leggen en voor hem te bidden.
  • Het nieuws van dit wonder bereikte koningin Nana van Georgië, die leed aan een niet nader gespecificeerde maar onbehandelbare kwaal.
    Ze ontbood Nino bij haar maar die antwoordde: 'Ik ben een slaaf, mijn plaats is niet in een paleis, waarop de koningin naar Nino ging, die haar genas door gebed.
    De koninklijke familie bood haar vervolgens elke beloning die Nino maar wilde.
    Ze vroeg dat ze zich zouden bekeren.
    De pas genezen koningin was gewillig, maar koning Mirian niet.
  • Zij zorgde er daarom voor dat de in de mist verdwaalde koning veilig thuis kwam, een wonder dat symbool staat voor het feit, dat zij de koning, die zich vanuit christelijk oogpunt op dwaalwegen bevond, op het juiste pad probeerde te brengen.
  • Kort daarna, tijdens een jacht, bevond Mirian zich omringd door wilde dieren en hij sloot een van die gebruikelijke deals met God en bood aan zich te bekeren als hij het overleefde.
    De dieren vertrokken en in 325 vroeg de koning aan keizer Constantijn om priesters en bisschoppen het geloof in heel Georgiëte te verspreiden.
    De inwoners van Iberië lieten zich dopen in de rivier de Aragvi, in Mtskheta (de oude hoofdstad).
  • Toen dit missiewerk begon, trok Nino zich terug om als een biddende kluizenaar te leven op een berghelling in Bodbe, alwaar ze op 27 januari is gestorven en begraven.
Haar feest wordt op verschillende dagen gevierd, al naar gelang de denominatie: op 14 januari (Georgisch-orthodox), 27 oktober (Grieks-orthodox) en 29 oktober (Armeens-orthodox).
Het Roomse Martelaarsboek herdenkt haar op 15 december:
In Iberië, aan gene zijde van de Zwarte Zee, de heilige dienstmaagd Christiana, die ten tijde van Constantinus door de kracht van haar wonderen dat volk tot het christengeloof bracht.