Paul Verheijen

REMBRANDT

Een koningin uit de oudheid

Heldhaftige vrouw

Rembrandt schilderde dit werk toen hij 28 jaar was in 1634 (signatuur op linker stoelarm), het jaar van zijn huwelijk met Saskia, dochter van een handelaar in antiek.
Zij is mogelijk het model.
De wortels van de behandeling van het licht liggen bij het zogenaamde chiaroscuro van Caravaggio.
Rembrandt leerde het waarschijnlijk van zijn meester Pieter Lastman die enthousiast was over deze nieuwe techniek.
Het wordt in dit schilderij uitgebuit om het weefsel van het gewaad te intensiveren, het gezicht te benadrukken, het hoofd van de dienares en de oude vrouw op de achtergrond, maar bovenal op de kwistige geweven stoffen en de versierde nautiluskelk, een beker in vorm van schip.

De scène van dit schilderij maakt deel uit van een kleine groep allegorieën over heldhaftige vrouwen, godinnen of heldinnen uit de oudheid en het Eerste Testament die Rembrandt schilderde tussen 1633-1635.
De imposante vrouwelijke figuur valt op tegen de duisternis van de achtergrond.
Ze is prachtig gekleed in een geborduurde jurk met lange mouwen, een witte zijden doublet met gouden vlechten aan de zomen en sluitingen en een grote hermelijnen kraag versierd met een gouden ketting ingelegd met robijnen en saffieren.
Ze draagt een armband, parels, een dubbele koord ketting en oorbellen.
Het haar hangt op haar schouders en is versierd met een parelsnoer en gouden ketting.
Achter haar is nog net een donkerrood gordijn zichtbaar.

Ook vaag op de achtergrond is een bejaarde dienares zichtbaar.
Uit röntgenfoto's is gebleken dat zij veel groter was en zich over de schouder van de zittende vrouw boog, zodat haar gerimpelde in hoofddoek gehulde gezicht zich bevond naast het gladde, jonge en vlezige gezicht.
Oorsprnkelijk hield zij een groot glimmend rond object in haar handen, mogelijk een spiegel.
Het benadrukken van het verschil tussen oud en jong was een populair thema in de schilderkunst.

In een later stadium voegde Rembrandt een jonge dienares toe die neerknielt voor de zittende vrouw met haar rug naar de toeschouwer.
Ze biedt wijn aan – of in ieder geval een roze vloeistof – in een nautiluskelk op gouden voetstuk.
Ze is bijna geheel in schaduw gehuld, waardoor ze functioneert als repoussoir, de schildertechniek waarbij met opzet een voorwerp in de voorgrond van een schilderij wordt geplaatst, om de illusie van diepte te vergroten.
De figuren zijn in driekwart weergegeven en de achtergrond is verduisterd en grotendeels verdwenen.

Het was lange tijd niet duidelijk wie hier zittend is afgebeeld.
Identificatie is ook moeilijk omdat Rembrandt tijdens het schilderen het onderwerp mogelijk wijzigde.
Wellicht was het oorspronkelijke onderwerp een vrouw aan haar toilet.
Men dacht aan een koningin uit de oudheid, later gepreciseerd als Artemisia of Sophonisba (zie onder).
Niet uit te sluiten is dat de vrouw de bijbelse Ester of Judit is.
Onduidelijk blijft in al die gevallen wat de functie is van het opengeslagen boek op tafel.

Artemisia

Artemisia (±350 VGJ) was de vrouw en zus van koning Mausolos van Caria, het huidige Anatolia in Turkije, wiens dood haar in zo’n diepe rouw dompelde dat zij een geweldig groots grafmonument voor hem liet bouwen in Halikarnassos.
Het woord mausoleum hebben we eraan te danken.
Het was een van de zeven wereldwonderen.
Vervolgens besloot ze van haar eigen lichaam zijn reliquarium te maken door elke dag wat van zijn as in haar wijn te mengen en op te drinken en zo langzaamaan zelf ook te sterven, hetgeen na twee jaar geschiedde.

Sophonisba

Sophonisba (±210 VGJ) was de dochter van de Carthaagse opperbevelhebber Hasdrubal en vrouw van de Numidische koning Syphax.
Ze dreigt als zegepraal meegevoerd te worden naar Rome door generaal Scipio en smeekt haar geliefde Masinissa haar uit handen van de Romeinen te houden.
Masinissa laat haar een gifbeker drinken, hoewel Sophonisba niet weet of dit uit liefde of uit trots moet gebeuren.
Verwint u selven doch, en matight u verdriet:
Den hemel weet alleen waerom dit leet geschiet

(Woorden van de dienster die de beker aanreikt in het treurspel Sophonisba Aphricana van Guilliam van Nieuwelandt uit 1626)
Rembrandt Harmanszoon van Rijn (1606-1669)
Een koningin uit de Oudheid (1634)
Olieverf op doek, 142 x 153 cm
Madrid - Prado