Paul Verheijen

REMBRANDT

Blindheid

Tobit

De hier uitgebeelde scène is afkomstig uit het deuterocanonieke bijbelboek Tobit.
Tobit is blind geworden doordat er mussendrek in zijn ogen is gevallen en hij witte vlekken ziet.
Artsen helpen hem niet en zijn vrouw Anna verdient geld met handwerken.
Als Anna eens met een bokje thuiskomt, gekregen van een opdrachtgever, denkt Tobit dat zij dit heeft gestolen, wat hem op een reprimande van Anna komt te staan.
Waar blijf jij met je aalmoezen en je goede werken? Nu komt je ware aard aan het licht.
Gekwetst weent hij en bidt hij verdrietig tot God uit zijn benauwenis gered te worden, anders sterft hij nog liever.
(Tobit 2,9 - 3,6)

Lakenstad

Vele beeldhouwers, schilders en glazeniers hebben de bonte reeks taferelen uit dit 14 hoofdstukjes tellende boekje vereeuwigd.
Rembrandt heeft er een leven lang inspiratie in gevonden, getuige de ruim vijftig etsen, tekeningen en schilderijen die hij eraan wijdde, meer dan aan welk bijbelfragment ook.
Rembrandt was amper twintig toen hij dit paneeltje schilderde.
Zijn later kenmerkende gebruik van clair-obscur is dan nog niet volledig ontwikkeld.
De uitbeelding is een goed voorbeeld van Rembrandts persoonlijke visie, want deze scène uit het boek was voor zover we weten nog nooit geschilderd.
Voor bijbelse voorstellingen dienden schilders een kernmoment in een verhaal te kiezen met een dramatische impact en liefst een stichtelijke boodschap.
De menselijke figuur staat in ‘historiestukken’ centraal.
Kunstenaars wilden bovendien de kijker imponeren, dus vaak waren deze werken van groot formaat.
Rembrandt geeft echter in een vrij klein paneel de menselijke kern van het verhaal weer en ziet een verhaal vaak anders dan zijn tijdgenoten.
Heeft Rembrandt voor deze scène uit Tobit gekozen omdat Leiden een lakenstad was?
Anna verdiende haar inkomen immers met spinnen en weven.

Zien en niet-zien

Zien en (ver)blindheid zijn terugkerende thema’s bij Rembrandt.
De jonge Rembrandt toont ons het armoedige interieur en de vergane glorie van Tobits ooit rijke kleding.
Gezeten naast Tobit kijkt een hondje bang naar de toeschouwer.
Onze aandacht wordt echter vooral getrokken door Anna’s verontwaardigde reactie en de vertwijfeling van Tobit, die niet langer wil leven.
Anna’s repliek hield in dat Tobits vrome daden het gezin niets hebben opgeleverd: een typisch menselijke en begrijpelijke reactie op zijn valse beschuldiging.
Haar geduld is duidelijk op, het gezin zit financieel én geestelijk aan de grond.
Juist dit kleine voorval koos Rembrandt voor zijn zorgvuldig geschilderde paneeltje.
Het contrast tussen Anna’s geschokte en Tobits blinde blikken sprak hem duidelijk aan.
In zijn Leidse periode schilderde hij veel oude vrouwelijke tronies, karakterstudies die doen denken aan bijbelse, literaire of historische figuren.
Wellicht heeft Rembrandts moeder Neeltgen van Zuytbrouck model gestaan voor Anna.

Voorbeeld

Het voorbeeld voor zijn compositie was de hier afgebeelde ets.
Niet alleen de houdingen van de twee hoofdpersonen nam hij over, maar ook het puntdak, de vogelkooi, de garenhaspel en de knoflookstreng.
Rembrandt maakt de scène echter meer voelbaar: kapotte ruitjes in het raam, bladderend pleisterwerk, ruwe houten stoel, blindenstok, haveloze kleren tonen de ellendige toestand waarin Tobit en Anna verkeren.
Verder voegde Rembrandt het hondje toe dat later de trouwe metgezel zou worden op de reis die hun zoon Tobias onderneemt om familiekapitaal terug te halen en daarbij met hulp van de aartsengel Rafaël het geneesmiddel vindt voor Tobits blindheid.

Het grootste verschil met de ets is echter dat Rembrandt een net iets later moment uit de scène heeft gekozen.
Op de ets lijkt Tobit de berisping van zijn vrouw Anna af te wimpelen, maar bij Rembrandt neemt hij de berisping ter harte en smeekt hij God hem te verlossen uit zijn lijden.

Rembrandt probeert moeilijk te visualiseren emoties uit te beelden en zet met dit paneeltje de eerste stap op weg naar zijn reputatie van 'meester van de hartstochten'.
Jan van de Velde (1593-1641) naar Willem Buytewech (1591/2-1624)
Tobit en Anna met het bokje (circa 1619)
Ets, 19,3 x 11,2 cm
Amsterdam - Rijksmuseum

Rembrandt Harmanszoon van Rijn (1606-1669)
Tobit en Anna met het bokje (1626)
Olieverf op paneel, 40 x 30 cm
Amsterdam - Rijksmuseum