Paul Verheijen

RUBENS

Twee jezuïeten

Rubens en de jezuïeten

Peter Paul Rubens had intensieve contacten met de Sociëteit van Jezus (jezuïeten), die zeer actief was bij het propageren van de Contrareformatie.
In Italië had Rubens al altaarstukken voor hen geschilderd (in Mantua en Genua) en in 1609 illustraties gemaakt voor een biografie van hun stichter, Ignatius van Loyola (Vita Ignatii).
De jezuïeten richtten in 1609 de vereniging 'Broederschap der Gehuwde Mannen' op, waar Rubens lid van werd.
Hij kreeg grote opdrachten voor de nieuwe jezuietenkerk Sint-Carolus Borromeus in Antwerpen.
Voor het hoogaltaar werden vier groot formaat stukken geschilderd waaronder twee retabels van Rubens: De wonderen van de H. Ignatius van Loyola en De wonderen van de H. Franciscus Xaverius.
Toen de orde van de jezuïeten in 1773 werd opgeheven (in 1814 heropgericht) verdwenen deze twee schilderijen naar Wenen.
Dankzij een vernuftig katrolsysteem (dat in verscheidene jezuïetenkerken te vinden is) kon men de vier altaarstukken afwisselend tonen.
Deze schilderijenwissel vindt tot op de dag van vandaag plaats op Witte Donderdag, Tweede Paasdag en daags voor Maria Hemelvaart.

De twee door Rubens uitgebeelde jezuïeten werden pas heilig verklaard in 1622, een jaar ná de inwijding van de kerk.
De schilderijen dienden klaarblijkelijk als propaganda voor de canonisatie van de twee voormannen van de orde.
Zo werden ze bij de bevolking populair gemaakt.
Het is opmerkelijk dat in een kerk twee personen werden verheerlijkt van wie de heiligverklaring nog niet vaststond.

Ignatius van Loyola

Iñigo Lopez de Loyola werd in 1491 geboren op het kasteel Loyola in Baskenland.
Hij stamde uit een adellijke Baskische geslacht en werd na een opvoeding aan het hof in 1518 officier in het leger van de koning van Navarra.
Bij een belegering van Pamplona brak hij in 1521 een been.
Het herstel van de beenbreuk duurde langer dan gewenst want Ignatius liet het been opnieuw breken omdat het verkeerd gezet was.
Hij las toen de 14e-eeuwse Vita Christi van de kartuizer Ludolf van Saksen en de Legenda Aurea van Jacobus de Voragine.
Na een bedevaart naar Palestina besloot hij zijn leven aan de kerk te wijden en ging in Parijs van 1528 tot 1535 filosofie en theologie studeren.
Op het einde van die periode vielen de eerste aanzetten tot de stichting van de Compagnia di Gesù (in het Latijn Societas Jesu).
In Venetie in 1537 priester gewijd, vertrok Iñigo naar Rome waar hij zijn in 1540 goedgekeurde orde uitbouwde.
Deze verspreidde zich al tijdens zijn leven in een razend tempo over de oude en de nieuwe wereld.
Hij stierf op 31 juli (zijn gedenkdag op de heiligencanon) 1556 te Rome, waar zijn gebeente sinds 1587 in de eerste grote barokkerk, Il Gesù, rust.

Franciscus Xaverius

Francisco de Jassu y Javier(1506-1552), in het Latijn beter bekend als Franciscus Xaverius (de schitterende) was een Spaanse jonge wildebras die met het oog op een academische loopbaan als 18-jarige aan de Sorbonne in Parijs theologie en filosofie ging studeren en daar in 1533 een zekere Iñigo Lopez de Loyola (zie boven) leerde kennen.
Deze ontmoeting werd een keerpunt in zijn leven.
Samen met Ignatius en nog enkele andere sympathisanten kregen zij zeven jaar later pauselijke toestemming voor de stichting van de jezuïetenorde.

Het jaar daarop, in 1541, werd Xaverius door Ignatius als eerste missionaris van deze nieuwe orde naar India gestuurd omdat degene die Ignatius had willen sturen ziek was.
Deze 'missionaris bij toeval' ging daarna werken op de Molukken en in Japan.
Hij zou vervolgens naar het verboden en gesloten land China gaan om daar heimelijk het christendom te verspreiden (een inreisvisum werd hem geweigerd).
Met twee gezellen, Antonius en Christobal, strandde hij op het onbewoonde eiland Sancian voor de kust van China.
Daar werd Xaverius ziek van ellende, honger en kou.
Hij begon te ijlen en met hoge koorts lag hij vijf, zes uur achtereen te preken.
Later schreef Antonius: Ik gaf hem een kaars in de hand en zo ontsliep hij in de Heer; zijn zalige ziel verliet, zonder moeite, zonder strijd, zonder beweging het afgetobde lichaam.
Xaverius wordt over het algemeen beschouwd als de grondlegger van de nieuwe missie, waarbij 'nieuw' in verhouding staat tot de 'oude' missieactiviteiten van apostelen als Paulus.
Met een bel in de hand ging hij op de pleinen en sraathoeken staan en bekeerde hij honderdduizenden met het doopsel tot het christendom.
Met moegeworden armen van al dat bellen en dopen deed hij volgens de traditie ook nog eens talloze wonderen.
Hij wekte bijvoorbeeld enige doden ten leven, onder wie een dode die daags tevoren reeds begraven was.
Dat is toch weer een mooi voorbeeld hoe een heiligenleven gemodelleerd wordt naar het leven van Christus met bijvoorbeeld diens opwekking van Lazarus.
Xaverius werd patroon van missionarissen, matrozen en toeristen en kreeg zijn kerkelijke feestdag op 3 december.
Zijn stoffelijke resten worden bewaard in Goa (India), op zijn arm na wel te verstaan, want die wordt vereerd in de Il Gesù in Rome.

De schilderijen van Rubens


Ignatius van Loyola (links)
Wanneer op schilderijen hysterische houdingen van bepaalde personages te zien zijn zijn deze in extase of worden ze van de duivel bevrijd.
Ignatius Ignatius van Loyola geneest hier bezetenen.
Rubens kon de verwrongen lichaamshoudingen en de gelaatsuitdrukkingen zo precies schilderen dat we er direct lijders aan hysterie in kunnen herkennen.

Franciscus Xaverius (rechts)
Staand op een stenen verhoging zegent Xaverius de menigte voor hem en wijst naar een hemelse verschijning, de Fides Catholica met de kelk, de wereldbol en het Kruis gedragen door engelen.
Het schilderij toont geen eigenlijk verhaal, maar combineert een aantal scènes in verband met zijn missionering.
Op de voorgrond worden enkele zieken getoond, kreupele mannen en vrouwen die werden genezen, mensen die uit de dood werden opgewekt en een vrouw met een kind.
Dat laatste verwijst waarschijnlijk naar een passage uit Xaverius' Vita waarin wordt beschreven hoe de jezuïet het kind van een Indische vrouw dat verdronken was in een waterput, weer tot leven wekte.
De oosterse types die Rubens schilderde passen binnen de iconografie van Xaverius.
Ze zijn als het ware zijn attribuut die herinneren aan zijn langdurige missies.
De figuur die Rubens in het midden heeft afgebeeld werd door kunsthistorici langetijd aangeduid met wat vage termen als Koreaan of Aziaat.
Zijn kleren zouden aan de fantasie van Rubens zijn ontsprongen.
Dankzij een ontdekte tekening bleek het echter om een echt bestaande Chinese koopman te gaan, een zekere Yppong *.
Deze koopman reisde in 1600 vanuit het toenmalige Bantam op Java mee met de Middelburgse Compagnie.
Dat Rubens Yppong uitbeeldde had te maken met de hierboven genoemde poging Xaverius heilig te verklaren.
Daarvoor dienden ook wonderen te zijn geschied door Xaverius.
Yppong fungeerde op het schilderij dus als ooggetuige uit het Oosten van zulke wonderen.
* Wieteke van Zeil - 'Koreaan' van Rubens was Chinees, In: De Volkskrant 27 oktober 2016
Peter Paul Rubens (1577-1640)
De Wonderen van Ignatius van Loyola & Franciscus Xaverius (1617-18)
Olieverf op doek, elk 535 x 395 cm
Wenen - Kunsthistorische Museum