Paul Verheijen

JOHAN MAELWAEL

Dionysiusretabel

Drie keer Dionysius

  • In de Handelingen van de Apostelen sluit een zekere Dionysius de Areopagiet zich in Athene aan bij Paulus (Handelingen 17,34).
    Volgens Eusebius van Caesarea, zou Dionysius de eerste bisschop van die stad zijn geweest.
  • Onder Dionysius' naam publiceerde een, wellicht uit Syrie afkomstige, auteur vanaf ongeveer 500 een aantal mysterieuze geschriften.
    Hij deed het voorkomen alsof hij bij Jezus' en Maria's dood aanwezig was geweest en de bekeerde Areopagiet was.
    Deze auteur wordt gewoonlijk aangeduid met de noodnaam Pseudo-Dionysius.
  • Rond 250 leefde bisschop Dionysius van Parijs.
In de loop der tijd werden deze drie personen tot één heilige verweven.
Mogelijk heeft de god Mars voor verwarring gezorgd.
Athene kende vier kwartieren die elk aan een godheid waren gewijd.
Zo was een van de vier wijken gewijd aan Ares (Latijn: Mars) en heette Areopagus (Rots van Mars).
Ook Parijs kende een heuvel gewijd aan Mars: de Mons Martis.

Montmartre

De derde Dionysius - waarschijnlijk in Italië geboren - werd door paus Fabianus als missionaris naar Gallië gestuurd.
In Lutetia Parisorium (het latere Parijs) werd zijn prediking zo'n succes dat er een missionarispost op het Ile de Cité kon worden opgericht.

Voor de Legenda Aurea (hoofdstuk 149) is er maar één Dionysius en De Voragine dateert zijn marteldood in het jaar 96.
Hij vertelt over hem diverse achtereenvolgende martelingen.
  • Door twaalf soldaten gegeseld.
  • Met zware ketenen vastgebonden en gevangengezet.
  • Naakt op een ijzeren rooster gelegde met daaronder een groot vuur, waarbij Dionysius God loofde met de woorden Ignitum eloquium tuum vehementer, et servus tuus dilexit illud, vurig is uw woord heer, en uw knecht heeft het lief (Psalm 119,140).
  • Voor uitgehongerde wilde dieren gegooid, maar die deden hem geen kwaad omdat Dionysius een kruisteken maakte.
  • In een oven geworpen, maar het vuur loste op en deerde hem niet.
  • Aan een kruis geslagen waaraan hij lang bleef hangen.
  • Teruggestuurd naar de gevangenis waar hij voor christelijke gevangenen de mis opdroeg, waarbij Christus zelf aan hem verscheen en hem in de dodencel de communie gaf.
  • Met zijn metgezellen Eleutherius en Rusticus onthoofd bij de zuil van Mercurius, waarbij de drie de heilige Drie-eenheid loofden.
Na deze wrede opsomming vertelt De Voragine dat Dionysius zijn hoofd oppakte op en ermee wandelde - begeleid door een engel en omgeven door hemels licht - twee mijl naar de Mons Martis (nu Mons Martirum genoemd, Montmartre), waarbij men engelen hoorde zingen.
De drie hoofden en lichamen werden naar de Seine gedragen om daarin geworpen te worden, terwijl de tongen nog bewogen om God te loven.
Een adelijke dame nodigde de lijkdragers uit voor een maaltijd en terwijl zij aten, haalde ze de lichamen als een dief weg en begroef die op een akker.
Andere bronnen weten nog te melden dat zij boven hun graf een kapel liet bouwen en dat de zomer erop op de akker het koren er schoner bij stond dan waar en wanneer ook.
Rond 470 werd op de ruïne van deze kapel een kerk gebouwd en Koning Dagobert I (603-638) stichtte op die plek de grote abdij Saint-Denis.
Vanzelfsprekend werd Dionysius patroonheilige van Frankrijk en kan hij worden aangeroepen tegen hoofdpijn.

Rooms Martelaarsboek

Voor het Roomse Martelaarsboek zijn Dionysius de Areopagiet en van Parijs een en dezelfde martelaar.
Op 9 oktober herdenkt het hem als volgt:
Te Parijs de geboorte van de heilige martelaren bisschop Dionysius de Areopagiet, de priester Rusticus en de diaken Eleutherius. Dionysius werd door de apostel Paulus gedoopt en tot eerste bisschop van Athene gewijd. Later kwam hij te Rome en werd vandaar door de zalige paus Clemens naar Gallië gezonden om er het Evangelie te verkondigen. Toen hij bij genoemde stad gekomen, daar enige jaren de hem toevertrouwde taak getrouw had volbracht, werd hij ten laatste op bevel van de prefect Fescenninus na zeer wrede folteringen tegelijk met zijn gezellen door het zwaard omgebracht en stierf als martelaar.
Dionysius wordt gerekend tot de zogenaamde veertien noodhelpers.

Genadestoel

Het hierboven getoonde retabel werd geschilderd voor de kerk van het Karthuizer klooster in Champmol, in de buurt van Dijon, gewijd aan de Drie-eenheid.
De toeschrijving van het retabel was in de kunsthistorische literatuur decennialang onderwerp van debat.
Het ging om johan Maelwael en/of Henri Bellechose.
De Stichting Maelwael Van Lymborch Studies schreef in 2022 op basis van bronnenonderzoek het werk definitief toe aan Johan Maelwael.

Centraal staat de Genadestoel, symbool van de Drie-eenheid of Triniteit.
We zien de heilige Geest als duif tussen de hoofden van God de Vader en Christus vliegen voor het aureool van Christus.
Mogelijk dat Dionysius, Eleutherius en Rusticus hierbij zijn afgebeeld omdat zij bij hun executie de heilige Drie-eenheid loofden.

Aan de linkerkant ontvangt Dionysius in zijn dodencel de communie van Christus.
Een engel draagt de stola transversa, een stool diagonaal over de linkerschouder, het liturgische kledingattribuut van een diaken.

Rechts zien we drie personen gekleed in een dalmatiek die een kopie lijkt van het kleed van Christus.
De eerste van Dionysius' beide gezellen of diakens is al onthoofd en zijn hoofd ligt gescheiden van zijn romp op de grond.
Het met een bisschopsmijter getooide hoofd van Dionysius leunt op een hakblok vlak voor zijn onthoofding, hoewel zijn nek al een wond vertoont.
De andere gezel wacht gelaten en geboeid op zijn beurt.
Johan Maelwael (Jean Malouel) (±1371-1415)
voorheen toegeschreven aan Henri Bellechose (gedocumenteerd van 1415 – 1444)
Het Martelaarschap van de heilige Dionysius (1415-16)
Van paneel overgebracht op doek, 162 x 211 cm
Parijs - Louvre
2016 Paul Verheijen / Nijmegen