Paul Verheijen

JOB

Samenvatting bijbelboek

Job is de hoofdpersoon in een 42 hoofdstukken tellend bijbelboek uit het Eerste Testament dat zijn naam draagt.
Wanneer de duivel, Satan, tegenover God staande houdt dat Jobs vroomheid slechts berust op zijn welvaart en geluk en bij tegenspoed een einde zal nemen, krijgt Satan verlof de man te treffen met alle denkbare plagen.
De ene ramp volgt op de andere: zijn vee en herders worden uitgeroeid, zijn kinderen komen om, hijzelf wordt geslagen met zweren over heel het lichaam.
Job echter, hoewel gezeten in as en vuil en om zijn nutteloze vroomheid bespot door zijn vrouw, blijft loyaal tegenover God.
Drie vrienden komen hem bezoeken en treuren zeven dagen en zeven nachten in stilzwijgen om zijn rampspoed.
In drie twistgesprekken houdt Job vervolgens, gezeten op de mestvaalt, ondanks alle mogelijke tegenwerpingen van zijn drie vrienden vast aan de opvatting, dat hij onschuldig is en dus ten onrechte lijdt en dat vroomheid geen garantie is voor voorspoed, zoals omgekeerd ongerechtigheid niet noodzakelijkerwijs gevolgd wordt door lijden.
Dan daagt Job God uit om zijn schuld te bewijzen.
Een vierde man, Elihu, neemt nu het woord en beweert dat lijden er is om de mens te louteren.
Tenslotte spreekt God zelf: het is slechts aan Hem in zijn almacht en niet aan de mens om het menselijk lot te begrijpen.
Job onderwerpt zich zeggende Ik ben onaanzienlijk. Wat zal ik u antwoorden? Ik leg zijn hand op mijn mond (Job 40,4).
In de epiloog wordt een nog grotere rijkdom en voorspoed zijn deel, schenkt God hem zonen en dochters en laat hij hem zijn kleinkinderen meemaken tot in het vierde geslacht.

Raamvertelling

Het boek behandelt het probleem van de rechtvaardige God en de onverdiend lijdende mens.
Literair behoort het bij de belangrijkste bijbelboeken.
Het genre is een raamvertelling waarin een aantal dialogen in versvorm plaatsvindt tussen de in zijn bezit, gezin en gezondheid beproefde Job enerzijds en zijn cynische vrienden Elifaz, Bildad en Sofar, een rechtlijnige Elihu en God zelf anderzijds.
Je kunt het boek ook een didactisch lees-drama noemen.
Het is in de 5e eeuw voor onze jaartelling geschreven door een auteur die een archaïserend Hebreeuws gebruikte.
Het verhaal van Job kan teruggaan op een zeer oude traditie; zijn naam is aanwijsbaar in nabije culturen vanaf de 20e-18e eeuw voor onze jaartelling (Egypte, Mari en Pella).
De naamsbetekenis is onzeker, mogelijk ‘beproefde’ of ‘waar is God’.
Elders in het Eerste Testament wordt een herinnering aan hem bewaard als een van de oer-rechtvaardigen (Ezechiël 14,14 en 20).
In de 1e eeuw ontstond in Alexandrië een Testament van Job, waarin Job niet meer rebelleert tegen God maar zich schikt.
In de koran roept Ayyub (Job) Allah aan en betuigt hem zijn gehoorzaamheid en rampspoed wordt uiteindelijk van hem weggenomen.

Christendom

In het Tweede Testament wordt Job slechts een keer vermeld:
U hebt gehoord hoe standvastig Job was, en u weet welke uitkomst de Heer gaf; de Heer is immers liefdevol en barmhartig.
(Jakobus 5,11)
Op grond van dit vers werd Job in de Roomskatholieke kerk een heilige en werd hij geschaard onder de pestheiligen.
Het Roomse Martelaarsboek gedenkt hem op 10 mei als volgt:
In het land Hus de heilige profeet Job, een man met een bewonderenswaardig geduld.
Deze kwalificaties 'standvastig' en 'geduld' zijn voornamelijk gebaseerd op de proloog van het boek Job.
Paulus citeert - op vrije wijze en zonder bronvermelding - in 1 Korintiërs 3,19 voor het onderbouwen van zijn stelling dat de wijsheid van deze wereld dwaasheid voor God is, de tekst Job 5,13: De wijzen overtroeft hij in hun wijsheid, verraderlijke plannen lopen op niets uit.

Iconografie

Job op de mestvaalt verwijst in de vroegchristelijke afbeeldingen naar het lijden van Jezus.
Het element van hoon daarin (en in de bijbeltekst) werd in de middeleeuwen de voorafbeelding van de geseling van Jezus.
Samen met Noach of Daniël is Job ook prototype van de rechtvaardige.
Als profeet werd hij altijd als een oudere man met baard en spaarzaam gekleed afgebeeld, zittend op de mesthoop, voor en na zijn beproeving soms als een koning, soms zich de zweren krabbend, of met een schraper als attribuut in de hand.
In de middeleeuwen werd Job herhaaldelijk gekozen als patroon van hospitalen, ziekenhuizen en vooral van melaatsentehuizen, later verdrongen door andere pestheiligen.
Hij wordt ook vereerd in Heeze en Berkel-Enschot (Noord-Brabant), waar men op 10 mei ook een St.-Jobsbedevaart houdt.
In de gebeden van de gelovigen werd zijn voorspraak ingeroepen tegen melaatsheid, syfilis, aambeien, huiduitslag, zweren, schrammen en builen; tegen alle vormen van narigheid en pijn; en tegen zwaarmoedigheid.
Daarnaast is hij ook patroon van musici en minstrelen.