Paul Verheijen

MORETTO DA BRESCIA

Lijdende Christus met een engel

Broederschap

In de Duomo Vecchio in Brescia stond dit schilderij van Moretto da Brescia oorspronkelijk opgesteld op het altaar van de broederschap van de gegeselde Christus.
Deze broederschap spoorde gelovigen aan boete te doen, in lijn met het streven naar morele verheffing en innerlijke bekering dat in die tijd bijzonder actueel was in Brescia.
Opkomst van ketterijen en verharding van religieuze conflicten dreigden de eenheid van de kerk te verscheuren.

Op het doek zien we Christus tijdens de kruisweg.
Hij is ontkleed en draagt de doornenkroon en stok.
Aan zijn voeten heeft Moretto het kruis afgebeeld.
Achter Christus staat een huilende engel met een gewaad.
De blikken van de twee zijn indirect gericht op de toeschouwer die zo deelgenoot wordt van de scène.
De compositie beschrijft summier de architectuur van het pretorium van Pilatus en wordt bijna geheel in beslag genomen door het kruis en de Christus- en engelfiguur.

Het gewaad

Het grote gewaad dat de engel vasthoudt is bijna een derde personage.
Het verwijst mogelijk naar Jezus' tunica die genoemd wordt in een tekst uit Johannes:
Nadat ze Jezus gekruisigd hadden, verdeelden de soldaten zijn kleren in vieren, voor iedere soldaat een deel. Maar zijn onderkleed was in één stuk geweven, van boven tot beneden. Ze zeiden tegen elkaar: 'Laten we het niet scheuren, maar laten we loten wie het hebben mag'. Zo ging in vervulling wat de Schrift zegt: 'Ze verdeelden mijn kleren onder elkaar en wierpen het lot om mijn gewaad.' Dat is wat de soldaten deden.
(Johannes 19,23-24)
De vraag is waarom Jezus’ gewaad niet verscheurd mag worden.
Het werkwoord ‘scheuren’ en het zelfstandige naamwoord ‘scheuring’, heeft een bijzondere lading.
Johannes gebruikt het om de verdeeldheid onder het volk aan te geven of Jezus nu wel of niet de Messias is, zich wel of niet houdt aan sabbatregels en wel of niet bezeten is.
Is het Johannes te doen - en in zijn spoor Moretto - om de tegenstelling scheuring-niet-scheuring?
Wordt het ongerepte kleed tot symbool gemaakt van de niet te verscheuren eenheid of heelheid tussen God ‘van boven’ en Jezus, tussen Jezus en zijn volgelingen en tussen de volgelingen onderling?
Is niet het behoud van het kleed, maar het behoud van de eenheid vanuit of rondom de persoon van Jezus het centrale gegeven?
Neemt Moretto met dit schilderij stelling tegen een ketterse droevigmakende scheuring in de kerk?
Of spoort hij met het kruis aan te gedenken dat Christus voor 'onze zonden is gestorven' (1 Korintiërs 15,3) of verwijst hij naar een andere tekst uit een van de brieven van Paulus?
U allen die door de doop één met Christus bent geworden, hebt u met Christus omkleed.
(Galaten 3,27)
Moretto da Brescia (Alessandro Bovicino) (±1498-1554)
Lijdende Christus met een engel (±1550)
Olieverf op doek, 218 x 128 cm
Brescia - Pinacoteca Tosio Martinengo