Paul Verheijen

REMBRANDT

Knielende Petrus

Gevangen maar niet geboeid

Rembrandt schilderde op dit werk Petrus in de gevangenis, nadat deze door Herodes is opgepakt, geboeid en ter dood veroordeeld.
Maar een engel breekt Petrus' boeien en bevrijdt hem uit de cel (Handelingen van de apostelen 12,1-19).
Zoals vaker verbindt Rembrandt in dit schilderij een aantal bijbelse scènes rond Petus met elkaar.
Petrus is niet geboeid, maar vouwt zijn handen, hetgeen lijkt te verwijzen naar zijn berouw na zijn drievoudige verloochening van Jezus tijdens diens proces (Matteüs 26,75).

Oude man

Als model heeft Rembrandt mogelijk een van de arme oude mannen uit Leiden genomen.
Rimpels op het kale voorhoofd en grijze haren in de baard vallen in het licht.
Als in het wapen van Leiden zijn de naast hem liggende sleutels gekruist, waarmee Petrus net als Rembrandt een Leidenaar lijkt te zijn geworden.

Leidse en Vaticaanse sleutels

De sleutels in het wapen van Leiden verwijzen naar Petrus, patroonheilige van de stad en naamgever van de voornaamste kerk, de Pieterskerk.
Petrus ontving van Jezus deze sleutels (Matteüs 16,18-19) en werd daarmee in de opvatting van de Rooms-Katholieke Kerk de grondlegger van het pausdom, dat wil zeggen dat hij Jezus' plaatsvervanger werd op aarde, evenals de daarop volgende pausen.
Vandaar dat vergelijkbare sleutels als die van Leiden voorkomen in het wapenschild van het Vaticaan.
Rembrandt Harmanszoon van Rijn (1606-1669)
Petrus in de gevangenis (1631)
Olieverf op paneel, 59 x 48 cm
Jeruzalem - Israël Museum