Paul Verheijen

DE GEBROEDERS VAN LYMBORCH

Les belles heures du Jean de Berry

Miniaturen

Religieuze handschriften kwamen eeuwenlang vooral in kloosters tot stand.
Het vervaardigen ervan was met recht monnikenwerk.
Vanaf de 12de eeuw werden ze in toenemende mate gemaakt in boekateliers door meestal een team van verschillende handwerklieden of kunstenaars met ieder hun eigen specialisatie.
Afhankelijk van de smaak en rijkdom van de opdrachtgever werden ze eenvoudig of weelderig uitgevoerd, met soms vele miniaturen en rijke randdecoraties.
Deze versieringen en de miniaturen dienden niet uitsluitend voor het mooier maken van het handschrift.
Omdat de middeleeuwers geen gebruik maakten van een inhoudsopgave hadden de miniaturen en versieringen ook als doel de gebruiker wegwijs te maken in de inhoud.
Tot de bekende miniaturisten behoren o.a. de Gebroeders Van Limburg, afkomstig uit Nijmegen, die in opdracht van Filips de Stoute van Bourgondië en later hun Franse broodheer de Hertog van Berry verscheidene manuscripten illustreerden.
In 2018 bleek uit archiefonderzoek dat de officiële naam van de broers Van Lymborch was.
Les Belles Heures du Jean de Berry is het enige getijdenboek (zie onder) dat zij geheel hebben voltooid.
Het handschrift bevat 225 folia in 31 katernen van 238 x 170 mm.
Het is gemaakt van zeer fijn kalfsperkament en bevat maar liefst 172 miniaturen, waarvan 94 in volblad.
Het boek is geschreven in het Latijn, op het gebed tot het kruis (folium 93) na dat in het Middelfrans is geschreven.

Getijdenboek

In de middeleeuwen gebruikten sommige leken, monialen, begijnen en begarden tijdens het getijdengebed (zie onder) een speciaal handschrift, het getijdenboek (lat. horarium).
In de Nederlanden was dit dikwijls in de volkstaal indien de gebruikers het Latijn niet machtig waren.
Het getijdenboek moest gelijkwaardig zijn aan het brevier van de geestelijken, maar minder complex.
Tot het einde van de veertiende eeuw werden de meeste getijdenboeken gemaakt in opdracht van vorstenhuizen, de rijke adel en de hoge geestelijkheid.
Door de ontwikkeling van de steden en de stijging van de welvaart ging de rijke burgerij in het spoor van de adel zich ook getijdenboeken aanschaffen.
Het getijdenboek werd een statussymbool.
Zelfs na de uitvinding van de boekdrukkunst werden deze rijke, prachtig geïllustreerde handschriften nog ruim een eeuw lang vervaardigd.

Getijdengebed

Het Getijdengebed (lat. Liturgia horarum) is het dagelijkse door de katholieke kerk opgestelde gebed.
Het bestaat hoofdzakelijk uit de 150 bijbelse psalmen met daarnaast hymnen, kerkelijke gezangen en lezingen.
Deze gebeden worden op acht vaste tijden van de dag uitgesproken en daarom getijden (horae, uren) genoemd.

De dagelijkse gebeden worden onderverdeeld in
1 - de metten (matutinum) om middernacht; deze waren kort in lengte (vandaar: korte metten)
2 - de lauden (laudes) bij zonsopgang
- de vier kleine uren gedurende de dag, op het eerste, derde, zesde en negende uur van de dag (gerekend vanaf zes uur):
3 - de priem (primae) om zes uur ’s morgens
4 - de terts (tertiae) om negen uur
5 - de sext (sextae) om twaalf uur
6 - de noon (nonae) om drie uur in de namiddag
- de avonduren
7 - de vespers (vesperae) werd gebeden om zes uur 's avonds of bij zonsondergang
8 - de completen (completorium) om negen uur ’s avonds of bij het begin van de nacht

Voor geestelijken met hogere wijdingen, diakens, monniken, bisschoppen en priesters, is het getijdengebed een verplichting.
Voor leken die tot diaken gewijd zijn, kan het verplicht gesteld worden door het bisdom waaronder zij vallen.
Er zijn talloze termen in gebruik om het getijdengebed te benoemen.
Zo spreekt men bijvoorbeeld ook van Getijden zonder meer, Koorgebed, Heilig officie, Uren(gebed), Horologium of Brevier(gebed).

Selectie uit de inhoud

Herman, Paul en Johan van Lymborch
Getijdenboek Les Belles Heures van Jean de France, hertog van Berry (1405-09)
225 folio's (= 450 pagina's), 23,8 x 17 cm
New York - MET (The Cloisters Collection)