Paul Verheijen

JAN VICTORS

Samuel zalft David

De jongste

De HEER vroeg aan Samuel: ‘Hoe lang blijf je nog treuren om Saul, die Ik als koning van Israël verworpen heb? Kom, vul je hoorn met olie en ga voor Mij naar Isaï in Betlehem, want een van zijn zonen heb Ik als koning uitgekozen.’ ‘Hoe kan ik dat nu doen?’ wierp Samuel tegen. ‘Saul zal me vermoorden als hij het hoort.’ De HEER antwoordde: ‘Neem een jonge koe mee en zeg dat je bent gekomen om de HEER een offer te brengen. Nodig Isaï uit voor het offermaal, dan zal Ik je laten weten wat je doen moet. Wie Ik je aanwijs, die moet je voor Mij zalven.’ Samuel deed wat de HEER had gezegd. Toen hij in Betlehem aankwam, kwamen de oudsten van de stad hem geschrokken tegemoet en vroegen: ‘Uw komst is toch geen slecht teken?’ ‘Wees gerust,’ antwoordde Samuel. ‘Ik ben gekomen om de HEER een offer te brengen. Reinig u en neem met mij deel aan het offermaal.’ Ook Isaï en zijn zonen nodigde hij uit, en aan hen voltrok hij persoonlijk de reiniging. Bij hun aankomst viel zijn oog meteen op Eliab, en hij zei bij zichzelf: Hij die daar klaarstaat is vast en zeker degene die de HEER wil zalven. Maar de HEER zei tegen Samuel: ‘Ga niet af op zijn voorkomen en zijn rijzige gestalte. Ik heb hem afgewezen. Het gaat niet om wat de mens ziet: de mens kijkt naar het uiterlijk, maar de HEER kijkt naar het hart.’ Toen riep Isaï Abinadab en stelde hem aan Samuel voor, maar die zei: ‘Ook hem heeft de HEER niet gekozen.’ Isaï stelde Samma voor, maar weer zei Samuel: ‘Ook hem heeft de HEER niet gekozen.’ Zo stelde Isaï zijn zeven zonen aan Samuel voor, maar telkens zei Samuel dat dit niet degene was die de HEER gekozen had. ‘Zijn dit alle zonen die u hebt?’ vroeg hij. ‘Nee,’ antwoordde Isaï, ‘de jongste is er niet bij, die hoedt de schapen en de geiten.’ Toen zei Samuel tegen Isaï: ‘Laat hem hier komen. We beginnen niet aan de maaltijd voordat hij er is.’ Isaï liet hem halen. Het was een knappe jongen met rossig haar en sprekende ogen. En de HEER zei: ‘Hem moet je zalven. Hij is het.’ Samuel nam de hoorn met olie en zalfde hem te midden van zijn broers. Van toen af aan was David doordrongen van de geest van de HEER. Daarna vertrok Samuel weer naar Rama.
(1 Samuël 16,1-13)
Aldus begint het verhaal over een eenvoudige herdersjongen die het tot koning brengt.
Valt de schrik van de oudsten te verklaren uit het gegeven dat Betlehem buiten het rechtsgebied van Samuel valt, of omdat het ongewoon is dat een niet-Leviet een offer komt brengen?
Zeven zonen van Isaï worden aan God voorgesteld als koningskandidaat maar door God afgewezen, want God ziet niet zoals een mens ziet; een mens kijkt naar het uiterlijk, maar de Heer naar het hart.
Er is echter nog een achtste zoon.
Omdat deze de jongste is, moet hij het vee hoeden.
Die taak was verre van gemakkelijk.
Een veehoeder leerde niet bang te zijn, ook niet voor wilde dieren.
Hij moest ook een goed jager zijn.
David is de naam van die jongste zoon en de schrijver meldt verder dat hij rossig is, mooie ogen heeft en een prettig voorkomen.
Bijzonder, zo'n beschrijving, vlak na die opmerking van God over het uiterlijk, maar de schrijver is dan ook een mens.
Genoemde David moet door Samuel gezalfd worden.
Wanneer dat is gebeurd komt de Geest van God over David.

Zalving en hoorn

In het Eerste Testament worden koningen en priesters gezalfd, maar ook voorwerpen.
Hierdoor worden ze apart gezet, geheiligd, voor de dienst aan God.
Zo krijgt Mozes de opdracht om Aäron, de broer van Mozes, en diens zonen te zalven, zodat ze God kunnen en mogen dienen als priesters in de tabernakel.
Ze zijn aan God gewijd (Exodus 30,22-33).
Ook David is vanaf zijn zalving apart gezet voor God.
Pas veel later wordt hij ook daadwerkelijk koning.
Dan wordt hij nóg een keer door de mensen gezalfd die hem als koning aanvaarden (2 Samuël 2,1)
Voor het ritueel van het zalven gebruikt Samuel een hoorn.
Het Hebreeuwse woord qeren wordt gebruikt voor de hoorn van een ram, bok of stier en staat symbool voor kracht.
Daaruit werd de olie dan over het hoofd van de aanstaande koning of priester uitgegoten.

Rembrandts leerling

Jan Victors was van 1636 tot 1640 leerling van Rembrandt.
De invloed van zijn leermeester is in het hier afgebeelde werk te zien.
Victors heeft van de zalving een min of meer eigentijds tafereel gemaakt.
Alleen Samuel vertoont de trekken van een man Gods uit het Eerste Testament.
Hij is opgestaan van zijn zetel en keert een versierde hoorn met olie om boven het hoofd van David.
Die is daarvoor gaan knielen voor Samuel.
Dat David 'rossig' haar heeft volgens de bijbeltekst, is Victors blijkbaar ontgaan.
Het tasje dat hij draagt maakt hem tot herder.
Isaï kijkt zittend toe en de zeven broers doen dat staande.

Boom van Jesse

Volgens het hier geciteerde verhaal van de zalving van David had Isaï acht zonen.
Elders in de Bijbel is er echter sprake van zeven zonen:
Isaï verwekte de volgende kinderen: zijn oudste zoon was Eliab, de tweede Abinadab, de derde Sima, de vierde Netanel, de vijfde Raddai, de zesde Osem en de zevende David; hun zussen heetten Seruja en Abigaïl. Seruja had drie zonen: Absai, Joab en Asaël. Abigaïl was de moeder van Amasa, zijn vader was de Ismaëliet Jeter.
(1 Kronieken 2,13-17)
De Boom van Jesse is de benaming voor alle nakomelingen van Isaï tot en met Jezus van Nazaret.
In de stambomen van de evangelisten Matteüs (1,1-7) en Lucas (3,23-38) wordt gezegd, dat Jezus via Jozef afstamt van koning David en diens vader Isaï.
De Hebreeuwse naam Isaï wordt in het Grieks en Latijn vertaald als Jesse.

Op grond van de bijbeltekst Maar uit de stronk van Isaï schiet een telg op, een scheut van zijn wortels komt tot bloei (Jesaja 11,1) komen er vanaf de elfde eeuw voorstellingen op, waarin Jesse ligt te rusten of te slapen.
Uit zijn borst komt een wortel, die zich vertakt tot een grote boom.
De top van de boom wordt gewoonlijk gevormd door Maria en haar kind Jezus.
Uit het lichaam van Jesse ontspringt de boom met op zijn takken de twaalf koningen van Juda: David, Salomo, Rehabeam, Abia, Asa, Jehosafat, Joram, Uzzia en Jotam, Achaz, Hizkia en Manasse.
Op de hier afgebeelde Boom van Jesse van Geertgen tot Sint Jans zijn ook twee profeten uit het Eerste Testament afgebeeld, plus een non die de schenkster van dit werk was.

De Latijnse benaming voor twijg of loot van Jesse luidt Virga Jesse.
Strikt genomen is hiermee dus Jezus bedoeld.
Virga lijkt erg op virgo, 'maagd'.
Men spreekt dan ook wel over Maria als de Boom van Jesse.
Jan Victors(±1619-1676)
Samuel zalft David tot koning (1653)
Olieverf op doek, 180 x 201 cm
Braunschweig - Herzog Anton Ulrich-Museum

Geertgen tot Sint Jans (1460-65 - 1490-95)
De Boom van Jesse (1500)
Olieverf op paneel, 90 x 61 cm
Amsterdam - Rijksmuseum