Paul Verheijen

DAVID

Echte man

In de bijbelboeken Samuël, Koningen, Kronieken en Psalmen lezen we over David, een jongen die zo mooi citer kan spelen dat boze geesten op de vlucht slaan.
Met succes neemt hij het op tegen de reusachtige tegenstander Goliat.
Hij is de onbetwiste leider van Juda, schildknaap, vluchteling en huurling, koning die met ontbloot bovenlijf danst en zingt voor zijn God, hij verenigt het zuidelijke Juda en het noordelijke Israël en maakt van Jeruzalem zijn hoofdstad, hij verovert vrouwen, doodt mannen, konkelt, liegt en jubelt, rouwt om geliefden en kinderen.
Zijn 'affaire' met Batseba werd voor veel kunstenaars een geliefd onderwerp al was het maar om badend naakt te kunnen schilderen.
Hoogbejaard sterft David met een jong meisje op schoot dat vergeefs probeert hem te verwarmen.
Kortom: David is man in alles en de hele David-cyclus leest als een roman.

Buiten de bijbel

David is de eerste persoon in de bijbel van wie ook buiten de bijbel aanwijzingen zijn gevonden dat hij werkelijk heeft bestaan.
In 1993 en 1994 zijn bij opgravingen in Dan twee stukken van een stèle ontdekt met een zwaargehavende Aramese inscriptie erop.
Vertaald en aangevuld luidt de tekst:
En ik doodde twee machtige koningen, die uitgerust hebben tweeduizend wagens en tweeduizend ruiters. Ik doodde Joram, zoon van Ahab, koning van Israël, en ik doodde Achazja, zoon van Joram, koning van het huis van David.

Hoewel er geen directe verwijzing is naar David, beschouwen ook sceptische wetenschappers de inscriptie als bewijs voor het bestaan van een koning David, omdat Joram en Achazja in de bijbel voorkomen als nazaten van David.
(Resp. 2 Koningen 8, 16-24 en 2 Koningen 8, 25 - 9, 29)
Zij zijn koningen van Juda, in de jaren 840 vóór onze jaartelling, ongeveer anderhalve eeuw na David.

Davidster

Niemand in het Eerste Testament krijgt zoveel aandacht als David.
Zijn naam leeft verder in het Tweede Testament en zelfs in onze tijd heet het hexagram, het zespuntige symbool van Israël de mageen David, de davidster, letterlijk: schild van David.
Er zijn talloze verklaringen voor de betekenis ervan, waarvan er één gebaseerd is op een joods volksverhaal dat een uitwerking is van het bijbelse verhaal dat David, op de vlucht voor koning Saul, zich verschuilt in de grot Adullam.
(1 Samuël 22,1; 2 Samuël 23,13; 1 Kronieken 11,15)

Eens zag David, de herder, spinnen hun web weven. Toen sprak hij: 'Heerser over de wereld, welk nut heeft deze spin, die U geschapen hebt? Het hele jaar door weeft zij haar web en het dient nergens voor, zij heeft helemaal geen nut.'
Toen antwoordde God: 'David, jij spot over dit nietige schepsel? Onthoud, er zal een tijd komen, dat jij het nodig hebt!'
Toen koning Sauls toorn over David kwam, vluchtte David naar de grot Adullam en verborg zich daar. Toen zond God een spin. Zij weefde voor de hele ingang van de grot een groot web en sloot zo de ingang af.
Saul en zijn gevolg achtervolgden David en zij kwamen bij de ingang van de grot Adullam. Saul zag het spinneweb en zei: 'Hier is beslist geen mens naar binnen gegaan. Als hier iemand naar binnen gegaan zou zijn, had hij het web kapot moeten maken.' Saul ging niet de grot in, maar vervolgde zijn weg.
Toen David uit de grot kwam en de spin in haar web zag zitten, kuste hij haar en zei: 'Jij hebt mijn leven gered. Geprezen zij je schepper, en geprezen zijt Gij, Heerser over de aarde! Kan iemand iets scheppen zoals U?! Al uw daden zijn van groot belang!'

(Uit: Israel Zwi Kanner - Jüdische Märchen)

De davidster zou een vereenvoudigde weergave zijn van dit spinneweb dat David beschermde.