Paul Verheijen

GIOVANNI DALESSI

Gertrudis van Nijvel

Ratten en muizen

De oudste en belangrijkste bron van het leven van Gertrudis van Nijvel is de Vita Prima, opgetekend door een anonieme monnik uit haar tijd en omgeving.
Zij was een dochter van Pepijn de Oudere (Pepijn van Landen) en de heilige Ida (Iduberga) en een zus van Begga.
Zij werd geboren in 626 en trad in in het door haar moeder gestichte klooster van Nijvel waarvan zij na haar moeders dood abdis werd.
Leergierig als zij was liet zij boeken uit Rome en exegeten uit Ierland komen voor onderricht.
Zij verzoende vijanden, wist raad zowel bij liefdesproblemen als bij muizenplagen en werd patrones van de pelgrims (reisheilige), voor wie zij een hospitaal gesticht had.
Het sterfjaar van Gertrudis is niet precies bekend (rond 660) maar de dag weet men exact: 17 maart, niet toevallig de feestdag van de Ierse Saint Patrick.
Het Roomse Martelaarsboek herdenkt haar op 17 maart.
Te Nijvel in Belgisch Brabant de heilige maagd Gertrudis. Zij was van hoogadelijke geboorte, doch versmaadde de wereld, legde zich geheel haar leven lang op allerlei heilige oefeningen toe en verdiende aldus Christus in de hemel tot haar bruidegom te hebben.
Door haar werd Gertrude een zeer populaire meisjesnaam met vele varianten van Geertruida, Geertje, Gerrie, Trudy, Truida tot Truus.

Wonder

Een gezantschap uit Nijvel voer in volle zee, toen plotseling een vreselijk zeemonster opdook, dat het schip naar de diepte dreigde te sleuren.
De opvarenden herinnerden zich dat Gertrudis hun een voorspoedige reis had beloofd.
Ze baden tot haar en op slag verdween het ondier en kalmeerden de wateren.

Gertrudis is ook de beschermheilige van de stervenden en wordt vaak afgebeeld met muizen of ratten.
Die staan tevens symbool voor de ziel van de overledenen die bij Gertrudis langsgaan voor dat ze op reis gaan naar het hiernamaals.
Gertrudis waakt over over hen tijdens de eerste nacht na het overlijden.
Voor men vroeger op reis ging, proostte men elkaar eerst een sint-geerte-minne (een 'minne' is een dronk op een heilige) toe, op een voorspoedige reis en een behouden terugkeer.
Gertrudis werd ook aangeroepen bij rattenplagen om de beesten te verdrijven.
Het water dat ontsprong in een crypte van de Gertrudiskerk zou, als het over de akkers werd uitgegoten, de ratten verdrijven.

Legendes

Om Gertrudis werden tal van legendes gesponnen.

In de 11e eeuw ontstond de zogenaamde Ridderlegende.
Een Frankische ridder had in zonde en losbandigheid zijn rijke erfgoed over de balk gegooid.
Platzak en ten einde raad sloot hij een verbond met de duivel Rapax ('roofzuchtige meesleper') die de ridder beloofde dat hij zeven jaar onbekommerd in weelde kon leven als hij na afloop van die termijn zijn ziel mocht hebben voor de hel.
Met bloed werd het contract getekend in een donker woud onder een galg.
Zeven jaren verliepen en de ridder leefde er lekker op los, totdat het uur van de waarheid kwam: op de dag dat het contract afliep, hield de ridder een groot feestmaal en vertelde na afloop zijn vreselijke geheim.
Een oude knecht verbrak de ontstane droefenis en raadde de ridder aan een beker wijn te drinken ter ere van Sint Gertrudis.
De ridder zag daar geen bezwaar in, dronk de beker wijn en galoppeerde naar de plaats van de galg.
Op de lugubere rendez-vous plaats trof hij Rapax aan bungelend aan de galg.
Gertrudis, zo weet de legende te vertellen, was de duivel voorgeweest en het bloedcontract afhandig gemaakt, hem gegeseld met haar koord en hem daarmee tenslotte opgeknoopt.
De dankbare ridder kreeg zijn contract terug en leefde verder uiteraard in godsvrucht en boetedoening.

Een vromere variant van deze legende vertelt dat de ridder Gertrudis beminde met ontstuimige liefde.
Hij mocht haar tot zijn grote vreugde blijven bezoeken toen zij in het klooster was ingetreden.
Hij liet voor haar kerken en kapellen bouwen, waardoor hij zozeer verarmde dat hij niets meer bezat.
In zijn wanhoop reed hij uit in de donkere nacht over de woeste heide, waar de duivel op hem wachtte en hem het bekende contract aanbood.
Zeven jaar leefde de ridder verder en bouwde nog meer kapellen en kerken voor Gertrudis.
Toen deze jaren verstreken waren, nam hij afscheid van Gertrudis die hem een dronk aanbood ter ere van zowel de heilige Johannes als van haar.
De ridder leegde de beker en reed woest weg naar de met de duivel afgesproken plaats.
Aldaar smeet de duivel te paard hem het contract in het gezicht.
Achter op het paard zat namelijk Gertrudis.

Een andere legende verhaalt hoe de duivel, in de gestalte van een muis, Gertrudis hinderlijk treiterde bij het spinnen.
Met bovenmenselijke inspanning wist zij haar gemak te bewaren.
Giovanni Dalessi (1964)
Gertrudis van Nijvel (2013)
Olieverf op doek, 150 x 120 cm
Atelier kunstenaar - Tussenstadium