Paul Verheijen

DUCCIO DI BUONINSEGNA

Maestà (reconstructie achterzijde)

Schema van de scènes

De gehele achterzijde van de Maestà is gewijd aan leven, lijden, dood en verrijzenis van Christus.
De meeste scènes volgen niet een bepaald evangelie, maar bevatten gecombineerde elementen volgens een zogenaamd diatesseron.
  • Predella: scènes uit zijn openbare leven (A t/m H)
  • Centrale panelen: scènes uit zijn lijden, dood en verrijzenis (01 t/m 26)
    Deze scènes moeten min of meer zigzaggend worden 'gelezen'
  • Kroonlijst: scènes na zijn verrijzenis (I t/m N)

De afzonderlijke scènes

Scène 01 - Intocht in Jeruzalem

Scène 03 & 02 - Voetwassing & Laatste Avondmaal

Scène 05 & 04 - Judas' verraad & Jezus' afscheid

Scène 07 & 06 - Judaskus & Getsemane

Scène 09 & 08 - Aanklacht & Verhoor Pilatus (1)

Duccio wijdt maar liefst zes taferelen aan de rol van Pilatus.
In scène 09-08 zijn dat de aanklacht en het eerste verhoor.
Het tweede verhoor door Pilatus is door Duccio uitgebeeld in scène 15.
De andere scènes betreffen de bespotting (16), geseling (17) en wast hij zijn handen in onschuld (18).

Scène 11 & 10 - Bespotting & Verhoor Kajafas

Scène 13 & 12 - Verhoor Annas & Verloochening Petrus

Scène 15 & 14 - Verhoor Pilatus (2) & Verhoor Herodes

Het eerste verhoor door Pilatus is door Duccio uitgebeeld in scène 08.
Hoewel geplaatst in verschillende architecturale omgevingen, is de opstelling van de twee scènes van paneel 14 en 15 bijna identiek, zowel in de verdeling van de personages als in hun bewegingen.
Christus staart met extreem verdriet naar de toeschouwer.
De positie van zowel Pilatus als Herodes (in scène 14) hebben een nogal statisch effect geeft.
De troon van de koning met trappen, de basisstructuur verfraaid en versierd, is sierlijker dan de eenvoudige houten stoel van de prefect.
Toen Pilatus hoorde dat Jezus tot het rechtsgebied van Herodes behoorde, stuurde hij de gevangene naar de koning om door hem te worden beoordeeld.
Na Jezus te hebben ondervraagd en hem met spot en minachting te hebben behandeld, stuurde Herodes hem terug naar de Romeinse prefect gekleed in een opvallend gewaad, het witte gewaad dat gekken onderscheidde.
In scène 14 houdt een dienaar Christus het gewaad voor dat hij vervolgens in scène 15 draagt.

Scène 17 & 16 - Geseling & Bespotting

Ondanks het feit dat de geseling nauwelijks in de evangeliën wordt genoemd, wil Duccio of zijn opdrachtgever toch ook dit moment van de passie illustreren.
De figuur van Pilatus tart alle regels van het perspectief: hoewel het duidelijk is vanuit de stoel waarop hij staat dat hij in het gebouw is, slaagt hij erin zijn arm voor de pilaar te strekken, in een positie parallel aan het horizontale niveau van de verdieping.

De bespottingsscène volgt de bijbeltekst getrouw en de scène wordt door Duccio tot in de kleinste details geïllustreerd.

Scène 19 & 18 - Kruisweg & Pilatus' onschuld

De scène op weg naar Golgotha, zoals Duccio het voorstelt, heeft het specifieke doel om te fungeren als intermediair tussen gebeurtenissen in het verleden en de toekomst.
Aan de ene kant verwijst de slanke, rechtopstaande figuur van Christus, met zijn handen nog steeds vastgebonden, de toeschouwer naar de verschillende fasen van het proces.
Aan de andere kant verwijzen de richting waarin alle personages bewegen (naar rechts, naar het middelste paneel waarop de kruisiging is afgebeeld) en het kruis gedragen door Simon van Cyrene, naar de vreselijke ontknoping.

Een heel paneel is gewijd aan het wassen van zijn handen in onschuld door Pilatus, hoewel het verhaal kort en alleen door Matteüs wordt verteld.
Een dienaar giet water uit een kan over de handen van Pontius Pilatus, die zijn wasgebaar gebruikt om de soldaten en Farizeeën duidelijk te maken dat hij onschuldig is aan Christus' veroordeling.
Net als bij de geseling komt het weergeven van perspectief op de tweede plaats, het gaat allereerst om het weergeven van de handeling.
Om levendigheid te verlenen aan elke afzonderlijke beweging, schildert Duccio verschillende perspectiefvlakken in de scène, zowel in de figuur van Pilatus als in de grote groep die voor de linkerzuil staat.
De basis hiervan moet parallel zijn aan die van de kolom ernaast, maar het is veel verder terug.

Scène 20 - Kruisiging

Scène 22 & 21 - Graflegging & Kruisafneming

Scène 23 & 26 - Maria's bij het graf & Nederdaling ter helle

Scène 24 & 25 - Emmaüsgangers & 'Noli me tangere'

Scène A - Beproeving op de tempel

Scène B - Beproeving op de berg
(New York - Frick Collectie)

Scène C - Roeping Petrus en Andreas
(Washington - National Gallery)

Scène D - Bruiloft in Kana

Scène E - Gesprek met Samaritaanse vrouw
(Madrid - Museo Thyssen-Bornemisza)

Dit paneel onthult een aantal vernieuwingen die de Maestà tot een van de meest revolutionaire werken van zijn tijd maakten.
Duccio maakt gebruik van een architecturale structuur en verschillende rotsachtige aardlagen als decor.
Het verhaal vond plaats in de Samaritaanse stad Sichar die is afgebeeld aan de rechterkant.
Vier leerlingen komen tevoorschijn uit de Romeinse poort met eten dat ze hebben gekocht.
Gezeten op de put van Jakob, praat Christus met de Samaritaanse vrouw, een dialoog die Duccio via hun gebaren weergeeft.
Het schilderij probeert de omgeving zo gedetailleerd weer te geven dat de kijker een gevoel van ruimtelijke diepte krijgt.
De put met zijn trappen, de afbeelding van de stad Sichar, de rotsachtige weg die leidt van de stad naar de bron, en de positie van de kruik op het hoofd van de vrouw zijn allemaal afwijkingen van de Byzantijnse picturale conventies.
Het gebruik van goud op de achtergrond wordt weerspiegeld door de decoratieve gouden lijnen op de tuniek en de mantel van Christus die zijn gevormd als gordijnen.
De elegante combinatie van kleuren zijn kenmerkend voor Duccio's werk.
Ook het kleurengamma dat Duccio gebruikt voor de architecturale elementen, laten de veranderingen zien die Duccio heeft geïntroduceerd en die later op grote schaal zouden worden nagevolgd en verspreid.
Zou Duccio dit paneel met opzet bestemd hebben voor de predella, het onderstuk, van het retabel omdat een waterbron in de scène centraal staat?

Scène F - Genezing blinde
(Londen - National Gallery)

Scène G - Transfiguratie
(Londen - National Gallery)

Scène H - Opwekking Lazarus
(Fort Worth - Kimbell Art Museum)

Scène I - Verschijning

(Johannes 20,1-23)

Scène J - Ongelovige Tomas

(Johannes 20,24-29)

Scène K - Wonderbare visvangst

(Johannes 21,1-11)

Scène L - Onderricht

(Johannes 21,15-19)

Scène M - Maaltijd

(Johannes 21,12-14)

Scène N - Pinksteren

(Handelingen van de apostelen 2,1-4)

Duccio di Buoninsegna (circa 1255-1318/19)
Maestà (1310-11)
Tempera en goud op achterzijde
Siena - Museo dell'Opera del Duomo