Paul Verheijen

GIOTTO

Franciscus-cyclus in de bovenkerk Assisi

Legenda Major

De cyclus rond Franciscus in de bovenkerk van de San Francesco in Assisi is geïnspireerd op de uit twee delen bestaande Legenda Major van Bonaventura van Lyon (1221-1274).
Deze biografie was geschreven in 1263 in opdracht van het generaal kapittel van de franciscanen om drie oudere boeken van Thomas van Celano over Franciscus te vervangen.
De taferelen 01-24 zijn afkomstig uit het deel Vita beati Francisci en de laatste vier taferelen (25-28) uit het tweede deel De miraculis ipsius post mortem ostensis.
In de nieuwe biografie verwijdert Bonaventura alle radicale elementen, zoals de absolute armoede, het bezit van boeken bijvoorbeeld werd nu goedgekeurd.
De imitatio Christi is tot in het extreme doorgevoerd en Franciscus wordt tot een alter Christus.
Bij Bonaventura is Christus zelf de serafijn die Franciscus stigmatiseert (tafereel 19) en in de proloog is hij bovendien een alter angelus, de 'andere engel' die in de Openbaring van Johannes de uitverkorenen voor de eindtijd uitkiest: Ik zag in het oosten een andere engel opstijgen, die het zegel van de levende God had.
(Apokalyps 7,2-4)
Voor Bonaventure was Franciscus die engel en de eindtijd zou dus spoedig aanbreken.

De taferelen 14 en 15 zijn wat betreft plaatsing opmerkelijk te noemen in verband met de alter Christus-thematiek.
Naast de deuren waardoor je de kerk binnenkomt en verlaat, is aan de ene kant het wonder van de bron geschilderd (14) en aan de andere kant de vogelpreek (15).
Deze scènes doorbreken de verder redelijk nauwkeurig (op tafereel 18 na) gevolgde chronologie van de Legenda Major en brengen de formule ora et labora uit de benedictijnse traditie in herinnering.
Tafereel 14 verbeeldt het contemplatieve -bid- en 15 het actieve -werk- aspect van Franciscus' leven.

De 28 fresco's van de cyclus waren voorzien van Latijnse citaten uit de Legenda Major, maar zijn tegenwoordig praktisch onleesbaar.
In de slideshow hieronder zijn deze gereconstrueerde onderschriften in vertaling weergegeven zoals ze vermoedelijk oorspronkelijk volledig hebben geluid.

De 28 fresco's van de cyclus

01

Een eenvoudige man uit Assisi spreidde zijn kleren voor Franciscus die voorbij kwam uit en bewees hem eer. Hij geloofde op ingeving van God Franciscus te moeten eren, omdat die binnenkort grote dingen zou doen en daarom door allen geëerd zou worden.
(Legenda Major - Vita beati Francisci I,1)

02

Toen Franciscus een ridder ontmoette, die edelmoedig maar arm en slecht gekleed was, kreeg hij medelijden met de arme man, trok zijn mantel terstond uit en kleede hem daarmee.
(Legenda Major - Vita beati Francisci I,2)

03

Toen Franciscus de volgende nacht sliep, zag hij een mooi en groot paleis met ridderwapens, die met het kruis van Christus getekend waren. Toen hij vroeg van wie die waren, kreeg hij het antwoord van boven dat zij voor hem en zijn ridders zouden zijn.
(Legenda Major - Vita beati Francisci I,3)

04

Toen Franciscus voor het beeld van de gekruisigde bad, hoorde hij van het kruis een stem die hem drie maal zei: Franciscus, ga en herstel mijn huis, dat helemaal in verval is. De stem bedoelde daarmee de kerk van Rome.
(Legenda Major - Vita beati Francisci II,1)

05

Toen Franciscus aan zijn vader alles teruggaf, zijn kleren aflegde en afstand deed van het have en goed van zijn vader, zei hij hem: Nu kan ik vol vertrouwen zeggen: Onze Vader die in de hemel zijt, omdat Pietro Bernardone mij verstoten heeft.
(Legenda Major - Vita beati Francisci II,4)

06

De paus zag de basiliek van Sint Jan van Lateranen, die bijna een ruïne was en die een kleine, arme man, Franciscus namelijk, met zijn rug ondersteunde, zodat hij niet viel.
(Legenda Major - Vita beati Francisci III,10)

07

Paus Innocentius III bevestigde de regel, hij gaf opdracht de boetvaardigheid te preken en liet de broeders die in het gezelschap van de heilige waren, een tonsuur scheren zodat zij Gods woord konden preken.
(Legenda Major - Vita beati Francisci III,10)

08

Terwijl de heilige Franciscus in een hut bad en zijn broeders in een andere hut buiten de stad waren, zagen zij Franciscus, hoewel hij lijfelijk afwezig was, rond middernacht in een vurige en glanzende wagen door hun huis vliegen. De wakende broeders waren verbijsterd; de slapenden werden met schrik wakker.
(Legenda Major - Vita beati Francisci IV,4)

09

Een broeder zag in een hemels visioen veel zetels in de hemel, waarbij er één waardiger was dan de andere en vol glorie straalde. Hij hoorde een stem die hem zei: Deze zetel was van een gevallen engel. Nu dient hij voor de deemoedige Franciscus.
(Legenda Major - Vita beati Francisci VI,6)

10

Franciscus zag over Arezzo veel duivels jubelen. Hij zei tegen zijn broeder Silvester: Ga naar de stadspoort, en drijf zoals je opgedragen is, in Gods naam de duivels uit door aan de poort te roepen. Toen de broeder gehoorzaam riep, verdwenen de demonen en kwam de vrede tot stand.
(Legenda Major - Vita beati Francisci VI,9)

11

Toen de heilige Franciscus vanwege het geloof in Christus met de priesters van de sultan van Babel door een groot vuur wilde gaan, wilde geen van hen met hem gaan. Maar zij vluchtten meteen weg van de heilige en de sultan toen zij het zagen.
(Legenda Major - Vita beati Francisci IX,8)

12

Toen Franciscus in vurig gebed verzonken was, zagen zijn broeders hem met heel zijn lichaam boven de aarde verheven; zijn handen waren uitgestrekt en een glanzende wolk omgaf hem.
(Legenda Major - Vita beati Francisci X,4)

13

Ter herinnering aan de geboorte van Christus liet Franciscus een kribbe bereiden, hooi aanvoeren en een os en ezel brengen. Hij preekte over de geboorte van de arme koning met zo'n kracht, dat een ridder de heilige werkelijk het Jezuskind in handen zag dragen.
(Legenda Major - Vita beati Francisci X,7)

14

Toen Franciscus wegens ziekte op de ezel van een arme man een berg beklom, was die man door dorst uitgeput. Na gebed deed Franciscus water uit de rots ontspringen, dat er vroeger niet was en later nooit meer gezien werd.
(Legenda Major - Vita beati Francisci VII,12)

15

Toen Franciscus in Bevagna was, preekte hij voor veel vogels. Zij rekten hun hals uit, spreidden hun vleugels, openden hun bek en raakten zijn pij aan. Dat zagen zijn gezellen die op de weg wachtten.
(Legenda Major - Vita beati Francisci XII,3)

16

Franciscus zorgde voor het zieleheil van een ridder uit Celano, doe hem eerbiedig voor het middageten had uitgenodigd. Nadat hij gebiecht had en zijn huis op orde had gebracht, stierf hij terstond toen de anderen begonnen te eten en ontsliep in de Heer.
(Legenda Major - Vita beati Francisci XI,4)

17

Franciscus preekte zo vroom en doeltreffend voor de paus en de kardinalen, dat duidelijk werd dat hij niet door geleerde woorden van menselijke wijsheid, maar vervuld van de heilige Geest sprak.
(Legenda Major - Vita beati Francisci XII,7)

18

Toen Antonius in Arles op het kapittel over het opschrift van het kruis preekte, verscheen Franciscus, die lichamelijk afwezig was. En hij zegende met uitgestrekte armen de broeders. Broeder Monaldus zag het, en de andere broeders werden er zeer door getroost.
(Legenda Major - Vita beati Francisci IV,10)

19

Toen de heilige Franciscus op de berg Verna in gebed was verzonken zag hij Christus in de vorm van een gekruisigde serafijn, die hem in de handen, voeten en rechter zijde de wondtekenen van het kruis van onze Heer Jezus Christus indrukte.
(Legenda Major - Vita beati Francisci XIII,3)

20

Op het uur van het verscheiden van Franciscus zag een broeder zijn ziel in de vorm van een lichtende ster de hemel in stijgen.
(Legenda Major - Vita beati Francisci XIV,6)

21

Op het uur van de dood van de heilige, riep broeder Augustinus, de minister van de provincie die al lang niet meer had kunnen spreken: Wacht op mij, Vader, ik kom met U mee; en terstond overleed hij en hij volgde de heilige Vader. De bisschop van Assisi, die op de berg van de aartsengel Michaël was, zag Franciscus die hem zei: Zie, ik ga naar de hemel.
(Legenda Major - Vita beati Francisci XIV,6)

22

Toen de heilige Franciscus in Portiuncula lag opgebaard kwam een beroemd geleerde en intellectueel, heer Hiëronymus, die de spijkers uit de kist verwijderde en met zijn handen en voeten van de heilige bewoog; hij raakte ook eigenhandig diens zijde aan.
(Legenda Major - Vita beati Francisci XV,4)

23

De menigte droeg met boomtakken en een groot aantal brandende kaarsen het heilige lichaam, dat met hemelse edelstenen gesierd was, naar de stad Assisi. Zij stopten bij het klooster zodat de heilige Clara en de andere vrome maagden hem konden zien.
(Legenda Major - Vita beati Francisci XV,5)

24

De paus kwam persoonlijk naar Assisi en nadat de wonderen zorgvuldig besproken waren, verklaarde hij op advies van zijn broeders, de kardinalen, Franciscus heilig en schreef hem op de lijst van heiligen bij.
(Legenda Major - Vita beati Francisci XV,7)

25

Toen paus Gregorius IX twijfelde over de echtheid van de zijdewond, verscheen de heilige Franciscus hem in zijn slaap en zei: Geef mij een leeg flesje; en toen hij dat gegeven had, scheen het zich met bloed uit de zijdewond te vullen.
(Legenda Major - De miraculis ipsius post mortem ostensis I,2)

26

De heilige Franciscus maakte met zijn handen de zwachtels los en raakte zachtjes de wonden aan en Johannes van Ilerda, die dodelijk gewond en door de artsen opgegeven was, genas. Hij had Franciscus vroom aangeroepen toen hij gewond raakte.
(Legenda Major - De miraculis ipsius post mortem ostensis I,5)

27

De heilige Franciscus wekte deze dode vrouw ten leven. Zij biechtte een zonde, die ze nog niet beleden had. Nadat de geestelijken en andere aanwezigen dit gezien hadden, ontsliep zij in de Heer en ging de duivel verward heen.
(Legenda Major - De miraculis ipsius post mortem ostensis II,1)

28

De heilige Franciscus bevrijdde deze gevangene die beschuldigd was van ketterij. Op bevel van de paus was hij aan de bisschop van Tivoli overgeleverd. Dit gebeurde op het feest van Franciscus, op wiens vigilie de gevangene naar kerkelijk gebruik gevast had.
(Legenda Major - De miraculis ipsius post mortem ostensis V,4)

Atelier

De toeschrijving van de fresco's in het schip van de bovenkerk is een probleem onder kunsthistorici.
Vasari schrijft ze in zijn toe aan Giotto en noemt een getal van 32 taferelen, 16 per wand.
Naar de huidige inzichten werd het werk echter begonnen door de franciscaanse kunstenaar Jacopo Torriti.
Toen deze halverwege terugging naar Rome, nam Giotto het werk over die daarbij vrijwel zeker werd bijgestaan door leerlingen en oudere schilders.
Het werk werd in grote haast uitgevoerd omdat de populaire Giotto voortdurend andere opdrachten kreeg uit Rome en Florence.
Volgens de huidige inzichten zijn de scènes 18 tot en met 28 (met uitzondering van 22) niet van Giotto.
De laatste drie taferelen [25-28] worden toegeschreven aan een schilder met de noodnaam Meester van Sint Caecilia.
Toen Giotto Assisi verliet, liet hij een goed werkend en uitstekend georganiseerd atelier achter dat onder andere het decoratieve werk in de onderkerk van de San Francesco verzorgde.
Het franciscaanse thema werd door Giotto later ook opgenomen voor de Santa Croce in Florence.
Giotto (1266/1267/1276(?) 1337)
Leven van de heilige arme (1295)
28 Fresco's, 230 x 270 cm
Assisië - San Francesco (bovenkerk)