Paul Verheijen

FRANCISCUS VAN ASSISI

Grote heilige - Legendes - Imitatio Christi - Stigmata en Broeder Leo - Algemene iconografie

Grote heilige

Franciscus (1181-1226) wordt wel beschouwd als de meest invloedrijke heilige van de westerse christenheid.
Geen heiligenleven is zo gevuld met legenden als dat van Giovanni Battista di Bernardone, die beter bekend werd onder zijn bijnaam Francissco, Fransmannetje.
Werkelijkheid en vrome legenden versmolten zodanig dat ijverige navolgers hem gelijk en soms zelfs boven Jezus stelden.
Na Jezus van Nazaret en zijn moeder Maria is niemand zo veelvuldig afgebeeld als Franciscus.

Zijn grote verering komt ook tot uiting in het aantal gedenkdagen op de kerkelijke kalender:
  • 4 oktober
  • 17 september (stigmatisatie)
  • 24 mei (kerkwijding San Francesco Assisi)
  • 25 mei (translatie)
  • 2 augustus (Portiunculafeest)

Legendes

Over Franciscus bestaat een massale collectie legendes.
Een greep uit de vele scènes:
  • Franciscus zou geboren zijn in een stal en na zijn bekering zijn mantel aan een arme ridder hebben geschonken.
  • In het vervallen kerkje van San Damiano sprak het kruisbeeld, voortaan centraal in zijn mystiek, hem toe: 'Franciscus, herstel mijn Kerk', een bevel dat hij eerst letterlijk verstond.
  • Na zijn bekering verstootte zijn vader hem, maar de bisschop van Assisi nam de naakte Frans, die van zijn erfenis en kleding afstand had gedaan, onder zijn mantel.
  • Na een droom, waarin paus Innocentius III een mannetje de instortende kerk van Lateranen met zijn schouder zag stutten, keurde hij de regel van de voor hem verschenen Franciscus goed.
  • Tijdens een visioen te Rivotorto 'verloofde' Franciscus zich met Vrouwe Armoede, die hem verscheen en een ring aan de vinger schoof.
  • Eens tekende hij broeder Leo, die aan zijn heil twijfelde, met het Hebreeuwse letter-cijfer T (Tav, die Franciscus' handtekening en het teken van de orde werd; Exodus 12,22-23; Ezechiël 9,4 en Apokalyps 7,3 -8: Tav betekent het getal 300 als teken van voltooiing).
  • Prekend voor sultan Almalik Alkamil van Egypte zou hij bereid geweest zijn ter staving van zijn boodschap de vuurproef af te leggen.
  • Eens preekte Franciscus, toen de mensen niet wilden luisteren, voor de aandachtige vogels.
  • Met een wolf te Gubbio, die het dorp teisterde, zou hij een gunstige regeling hebben getroffen.
  • Te Greccio gaf hij de viering en beleving van het Kerstfeest een nieuwe wending door zelf het kind Jezus in een nagebouwde stal en kribbe te leggen.
    Bij zijn voorlezen daarbij van het evangelieverhaal kwam hij vanwege zijn snikken bij het woord 'Betlehem' niet verder dan het schapengeluid bè-bè-bè!
  • Eens zou hij - weer in een visioen - Dominicus hebben ontmoet, waarbij Maria de twee mannen aanwees als hervormers van de christenheid.
  • Een andere keer onderging hij een bekoring door een vrouw.
Deze en andere legenden voedden de iconografie en de talloze literaire bewerkingen van Franciscus' leven.
Er waren twee vrouwen met wie Franciscus een bijzonder contact had: Chiara (Clara), die de eerste werd van zovele achter kloostermuren geborgen vrouwelijke volgelingen (de arme clarissen), en een adellijke weduwe Domina Jacobea de Settesoli, die hij - merkwaardig - 'broeder' noemde en bij wie hij zich thuisvoelde, maar verder meed hij uiteraard als goed asceet het gezelschap van vrouwen.

Imitatio Christi

In de loop van de veertiende en vijftiende eeuw werd de historische Franciscus steeds verder getheologiseerd.
Het verhaal van Franciscus' leven moest een volkomen parallel vertonen met het leven van Christus.
Dat ging zover dat elke scène uit het leven van de jongen uit Assisi naast een scène uit het leven van de man uit Nazareth werd gezet.
In de eerste helft van de veertiende eeuw verscheen een geschrift met de titel De conformitate vitae Beati Francesci ad vitam Domini Jesu van de franciscaanse theoloog Bartholomeus van Pisa (1338-1401).
Hij voerde deze Imitatio Christi consequent door.
Een eeuw na verschijning werd het boek geweldig populair en van grote betekenis voor kunstenaars.

Stigmata en Broeder Leo

In de Legenda Aurea is hoofdstuk 145 gewijd aan Franciscus.
De Voragine beschrijft de stigmatisatie van Franciscus daarin als volgt:
In een visioen aanschouwde de dienaar Gods boven zich een gekruisigde serafijn, die de tekens van zijn kruisiging zo duidelijk in Franciscus drukte dat het leek of hij zelf ook was gekruisigd. Zijn handen en voeten en zijde werden gemerkt met het merkteken van de kruisiging. Maar hij hield deze stigmata met grote angstvalligheid voor iedereen verborgen. Enkelen hebben ze tijdens zijn leven toch gezien, maar de meesten zagen ze pas toen hij was gestorven. Dat deze stigmata in alle opzichten echt waren, is door vele wonderen bewezen.
(Legenda Aurea 145,125-128)
In weerwil van deze beschrijving van Jacobus de Voragine is in de iconografie bij deze stigmatisatie gewoonlijk wél een metgezel van Franciscus aanwezig, meestal aangeduid als Broeder Leo.
De Legenda Aurea vertelt in het voorafgaande een aardige anekdote over hem:
Vermoeid van de reis reed de dienaar Gods op een ezel. Zijn metgezel, broeder Leonardus van Assisi, die even vermoeid was als hij, dacht bij zichzelf: Zijn ouders en de mijne speelden niet als gelijken met elkaar. Meteen steeg de man Gods van de ezel en zei tegen broeder Leonardus: ‘Het geeft geen pas dat ik rijd en jij te voet gaat. Jij was van hogere stand dan ik.' Verbijsterd wierp de broeder zich voor de voeten van de vader neer en vroeg om vergiffenis.
(Legenda Aurea, 145,51-55)
Het is niet bekend wanneer Leo precies is geboren en ook niet wanneer hij franciscaan werd.
Hij hoorde niet bij de eerste twaalf volgelingen van, maar was wel een van de eersten die zich bij de franciscanen aansloot nadat de eerste regel van de minderbroeders was goedgekeurd en ontwikkelde zich tot de meest dierbare volgeling, secretaris en biechtvader van Franciscus.
Broeder Leo komt voor in meerdere verhalen uit de Fioretti, de bundel die aan het leven en de leer van Franciscus is gewijd.
In de laatste levensjaren van Franciscus hoorde broeder Leo tot de kleine kring van zijn naaste vertrouwelingen.
Na de dood van Franciscus was Leo een aanvoerder in de eerste fasen van de strijd onder de franciscanen om aan de regel van radicale armoede vast te houden.
Daarmee werd hij de geestelijk vader van de spiritualen.
Zo kreeg Leo een vooraanstaande rol in het verzet tegen Elias van Cortona die een marmeren vaas had laten plaatsen om giften in te zamelen voor het afbouwen van de Sint-Franciscusbasiliek in Assisi.
Leo sloeg die in stukken en als straf hiervoor liet Elias hem geselen.
Deze ongehoorde maatregel tegen iemand die Franciscus zo dierbaar was geweest, maakte de weerstand tegen Elias groter en leidde tot zijn afzetting.
Leo trok zich terug in een kluizenarij en wijdde zich aan het schrijven van religieuze verhandelingen.
De leidende stroming onder de franciscanen wees zijn opvattingen af en bleef hem zijn verdere leven op de huid zitten.
Leo stond Chiara (Clara) bij op haar sterfbed in 1253.
Zelf overleed hij in 1271, waarschijnlijk op zeer hoge leeftijd, in de Portiuncula.

Algemene iconografie

Er zijn geen betrouwbare afbeeldingen die Franciscus tonen zoals hij was.
Er is één fresco bekend dat hoogstwaarschijnlijk tijdens zijn leven is gemaakt en zich bevindt in de Gregoriuskapel van het klooster van San Benedetto in Subiaco (zie afbeelding).
Opvallend is namelijk dat Franciscus op het fresco is afgebeeld zonder zijn gebruikelijke aureool en stigmata.
Hagiografen beschrijven Franciscus als klein en schriel met een slordige baard en slechte ogen, een min mannetje om te zien, klein van gestalte met flaporen.
In 1978 hebben metingen aan de resten van zijn skelet echter uitgewezen dat de lengte van Franciscus ongeveer 158 cm is geweest, hetgeen niet bijzonder klein was voor zijn tijd.

Franciscus wordt meestal afgebeeld in het verschoten grauw-bruine habijt dat hij altijd droeg.
Hij draagt als gordel een touw met drie knopen die verwijzen naar de drie geloften, die de Minderbroeders, de mannelijke volgelingen van Franciscus, afleggen.

Verder heeft hij (vanaf de 16e eeuw) soms een schedel bij zich, die de vergankelijkheid van al het stoffelijke symboliseert.

Dikwijls wordt hij afgebeeld met andere heiligen uit zijn eigen orde, zoals Antonius van Padua en Clara of met Dominicus, stichter van een andere grote bedelorde, de dominicanen.