Paul Verheijen

BARNABAS

Extra apostel

Hoewel Barnabas voor de eerste christengemeenschap in Jeruzalem in het begin belangrijker was dan iemand als Paulus, staat hij nu volledig in diens schaduw.
Zijn huidige verering heeft Barnabas dan op zijn beurt weer aan diezelfde Paulus te danken.
Barnabas leefde in Jeruzalem eendrachtig samen in gemeenschap van goederen en Lucas introduceert hem aldus:
Een van hen was Josef, een Leviet uit Cyprus, die van de apostelen de bijnaam Barnabas had gekregen, wat in onze taal 'zoon van de vertroosting' betekent. Hij bezat een akker, die hij verkocht, waarna hij het geld naar de apostelen bracht.
(Handelingen van de apostelen 4,36-37)*
Het was de ruim denkende Barnabas die Paulus na diens bekering in contact bracht met de apostelen.
Na de dood van Stefanus werd daar een vervolging tegen de gemeente ontketend, en velen vluchtten.
Van hen verkondigden enkelen vervolgens in Fenicië, op Cyprus en in Antiochië het evangelie met succes aan niet-joden.
Hun bekering wekte argwaan in Jeruzalem en daarom werd Barnabas uitgezonden om poolshoogte te nemen.
Tevreden over wat hij gezien had, bezocht hij de inmiddels ook uitgeweken Paulus in Tarsus en introduceerde hem ditmaal bij de nieuwe beweging in Antiochië, waar de volgelingen van Jezus ‘christenen’ werden genoemd.
Vanuit deze stad, waar Barnabas goed bekend stond (Handelingen 11,19-30), had men een collecte georganiseerd in verband met hongersnood in Jeruzalem.
Barnabas en Paulus ontplooiden vervolgens samen bekeringsactiviteiten.
In Lystra in Lykaonië werd Barnabas, na de wonderbaarlijke genezing van een lamme door Paulus, voor Zeus aangezien en Paulus voor diens woordvoerder Hermes (zie de werken van Rafaël en Lastman).
Toen bij een nieuwe reis bleek dat Barnabas zijn neef Marcus weer mee wilde nemen, weigerde Paulus.
Dat werd de oorzaak van een breuk tussen de twee mannen.
Paulus schrijft over hem in zijn brieven.**
* Lucas schrijft nog meer over Barnabas in Handelingen 9,26-30 en in de hoofdstukken 11 tot en met 15.
** Zie 1 Korintiërs 9,6; Galaten 2,1-14 en Kolossenzen 4,10.

Roomse Martelaarsboek

Het Roomse Martelaarsboek herdenkt hem op 11 juni door zijn leven en dood als volgt samen te vatten:
Te Salamis op Cyprus de geboorte van de heilige apostel Barnabas. Hij was van Cyprus afkomstig en werd door de leerlingen tegelijk met Paulus bestemd voor het apostolaat onder de heidenen. Vele gewesten doortrok hij met hem, om de taak van de evangelieprediking, die hem was opgedragen, te vervullen. Ten laatste trok hij naar Cyprus, waar hij zijn apostolaat verheerlijkte door een roemvolle marteldood. Zijn lichaam is ten tijde van keizer Zeno, op openbaring van hemzelf, gevonden tegelijk met een handschrift van het evangelie van Sint Matteüs, dat hij zelf had overgeschreven.
Barnabas behoort ook tot de zogenaamde regenheiligen.

Verdere berichten

Volgens latere buiten-bijbelse en legendarische bronnen was Barnabas een van de 70 of 72 (Lucas 10,1) leerlingen van Jezus en ondernam hij zendingsreizen naar Alexandrië, Macedonië, Rome en Milaan.
Van de laatste stad was hij de eerste bisschop.
Het evangelie van Matteüs droeg hij volgens de Legenda Aurea altijd bij zich en legde dat op het lichaam van zieken waardoor zij werden genezen.
Barnabas is in Salamis op Cyprus als martelaar gestorven, volgens sommige bronnen door steniging.
Maar volgens de Legenda Aurea werd hij met een touw om zijn hals naar de stadspoort gesleept waar hij levend werd verbrand, waarna de restanten in een loden vat werden gestopt om het de volgende dag in zee te werpen.
Leerlingen stalen het vat echter en begroeven het in een verborgen hol, waar ze tot het jaar 500 bleven liggen.
Rond die tijd verscheen Barnabas zelf aan christenen om aanwijzingen te geven voor het herontdekken van zijn graf op Cyprus, aldus de Legenda Aurea.

Zijn lichaam is daarna, mét het manuscript, naar Constantinopel overgebracht.
Barnabas' relieken werden vervolgens over veel Italiaanse steden verspreid, onder meer te Florence, waaraan hij op zijn feestdag 11 juni tweemaal, 1269 en 1289, een klinkende overwinning bezorgde, maar bereikten ook Toulouse, Praag, Keulen, Namen en Doornik.
Hij is de patroon van wevers en kuipers en biedt uitkomst bij depressies (vanwege zijn bijnaam), bij onenigheid (ruzie met Paulus) en bij hagel (steniging).
Zijn attributen zijn een steen, evangelierol (-boek) of olijftak, een enkele maal een hellebaard (vanwege de overwinning van Florence).
Hoewel hij niet tot de twaalf door Jezus uitgekozen apostelen behoorde, wordt hij evenals Paulus toch apostel genoemd en beeldt men hem ook meestal af als zodanig, van oudere leeftijd met volle grijze of witte baard, soms in het gewaad van een bisschop.