Paul Verheijen

STEFANUS

Diaken

In de Bijbel is het verhaal over Stefanus te lezen in de Handelingen van de apostelen (6,1 - 8,3).
De opkomst van Stefanus als een van de leiders van de gemeente in Jeruzalem is een gevolg van een conflict tussen de Hebreeuwse en Griekse christenen.
De gemeente zorgde voor haar armlastige weduwen, maar deze groep werd steeds groter en de Hellenistische weduwen voelden zich achtergesteld.
Om hieraan een einde te maken stelden de twaalf apostelen voor zeven diakens aan te stellen om de armenbedeling te verzorgen.
Men koos zeven mannen die op grond van hun namen allen waarschijnlijk Hellenistisch waren.
Een van deze zeven mannen was Stefanus, een diepgelovig man, die vervuld was van de heilige Geest.
Stefanus verrichtte dankzij Gods genade en kracht grote wonderen en tekenen onder het volk.
Hij had een grote kennis van de geschriften van het Eerste Testament en werd door het Sanhedrin beschuldigd van blasfemie.
Toen ze dit hoorden, ontstaken ze in woede en begonnen te knarsetanden. Maar vervuld van de heilige Geest sloeg Stefanus zijn blik op naar de hemel en zag de luister van God, en Jezus, die aan Gods rechterhand stond, en hij zei: 'Ik zie de hemelen geopend en de Mensenzoon, die aan Gods rechterhand staat.' Maar ze schreeuwden en tierden, hielden hun handen voor hun oren en stormden met zijn allen op hem af. Ze dreven hem de stad uit om hem te stenigen. De getuigen gaven hun mantel in bewaring bij een jongeman die Saulus heette. Hij viel op zijn knieën en riep luidkeels: 'Heer, reken hun deze zonde niet aan!'En na deze woorden stierf hij. Saulus keurde de moord op hem goed.
(Handelingen 7,54-60)

Martelaar

Stefanus wordt beschouwd als de eerste christen die vanwege zijn geloof in Christus is gedood.
De naam Stefanus betekent in het Grieks 'krans'.
De krans is het attribuut geworden van een martelaar.
In de klassieke oudheid werden lauwerkransen geschonken aan overwinnaars, zowel de winnaars in de atletiek zoals die destijds werd bedreven.
In Rome hadden ze een symboliek die te maken had met het overwinnen van een vijand door een succesvol bevelhebber tijdens zijn triomftocht, de corona triumphalis.
Zo werd een christelijke martelaar ook overwinnaar.
Bij de christenen leefde duidelijk het besef van de innerlijke waarde van het getuigenis waar de dood op volgt.
Een martelaar werd steeds meer gezien als de volmaakte christen, zijn lijden als een parallel met het lijden van Christus.
Hij ging, getooid met de krans van de overwinning, direct de hemelse zaligheid binnen zonder te worden geoordeeld.
Of de eerste martelaar van het christendom op voorhand al stefanos heette, is op grond van de bijbeltekst niet vast te stellen.
Goddelijk toeval?
De geleidelijk groeiende verering voor de martelaren werd een cultische verering.
Reeds vroeg werd de jaardag (dies natalis) van de dood herdacht en lijsten van deze data aangelegd (martyrologium).
Martelaarsakten werden vastgelegd om te lezen op de gedenkdag.

Verrezen haan

Naast het verhaal dat de evangelist Lucas ons heeft overgeleverd over Stefanus, ontstonden er vanaf de vroege middeleeuwen allerlei fantastische legenden over hem.
Ze zijn o.a. te lezen in de Vita fabulosa Sancti Stephani Protomartyris en de Legenda Aurea.
Een Scandinavische legende spant hierin de kroon.
Stefanus is daarin stalknecht van koning Herodes.
Tijdens een maaltijd meldt hij de koning de geboorte van een grotere koning in Betlehem.
Herodes belooft de kinderen in Betlehem niet te zullen doden als Stefanus de gebraden haan op tafel laat kraaien.
Stefanus krijgt dat uiteraard voor elkaar en de haan kraait 'Christus natus est', Christus is geboren.
Ondanks dit enorme wonder hield Herodes zich niet aan zijn belofte.

Relieken

Lucas meldt dat vrome mannen het lijk van Stefanus begroeven, maar hij zegt niet waar (Handelingen van de apostelen 8,2).
De Legenda Aurea vertelt dat Stefanus werd begraven door de het christendom goedgezinde joden Gamaliël en Nikodemus en dat in het jaar 417 de priester Lucianus in een droom tot drie keer toe Gamaliël zag die hen de plaats aanwees waar hij, zijn zoon Abibas (Abibon), Nikodemus en Stefanus begraven lagen die daarop het gebeente van Stefanus vond.
Het lichaam van Stefanus werd in Jeruzalem bijgezet in de kerk die de Byzantijnse keizerin Eudoxia in 460 had laten bouwen op de plek waar Stefanus de stenigingdood zou zijn gestorven.
Dit heiligdom werd echter in 614 door de Perzen verwoest en de relieken raakten verspreid.
De kerk werd in 1890 herbouwd door Franse dominicanen (Basilica Saint Étienne) als onderdeel van hun École biblique-complex.
Delen van de relieken werden naar Rome verplaatst en bijgezet in het graf van Laurentius (San Lorenzo fuori le Mura) die, zoals een legende vertelt, wat opschoof om plaats te maken voor Stefanus.
In het Italiaanse Ancona werden lange tijd stenen bewaard die afkomstig waren van de steniging.
In de middeleeuwen ontstond vooral in Duitsland het gebruik om rond zijn feestdag het voedsel voor paarden aan hem te wijden, een christelijke invulling van oudere gebruiken.
De linkerhand bevindt zich in Zwiefalten.
Rondom de relieken speelden zich uiteraard allerlei wonderen af.

Feestdagen

De hoofdfeestdag van Stefanus is Tweede Kerstdag, waarmee duidelijk wordt dat Kerstmis in het Christendom méér betekent dan een romantisch kindje in een kribbetje.
Het Roomse Martelaarsboek:
26 december:
Te Jeruzalem de geboorte van de heilige Stefanus, de eerste martelaar. niet lang na de Hemelvaart des Heren werd hij door de joden gestenigd.

7 mei:
Te Rome het overbrengen van het lichaam van de eerste martelaar, Sint Stefanus. Onder paus Palagius I werd het uit Constantinopel naar Rome vervoerd en in het graf van de heilige martelaar Laurentius op Campo Verano bijgezet, alwaar het door de gelovigen zeer godvruchtig wordt vereerd.

3 augustus:
Te Jeruzalem de vinding van het lichaam van de zalige Stefanus, de eerste martelaar, en van de heiligen Gamaliël, Nikodemus en Abibon, zoals het ten tijde van keizer Honorius van Godswege aan de priester Lucianus was geopenbaard.

Iconografie en patronaten

Stefanus wordt gewoonlijk afgebeeld gekleed als diaken in een rijk geborduurde dalmatiek, een koorhemd met mouwen, in de hand de martelaarspalm en stenen dragend.
In de loop der eeuwen werd hij vaak gekozen tot patroon van kerken en steden.
Stefanus is patroonheilige van vele beroepsgroepen.
Vanwege zijn dalmatiek beroepen in verband met kleding: kleermakers en wevers.
Vanwege zijn steniging beroepen in de bouw: metselaars, steengroevenarbeiders, steenhouwers, timmerlieden, vloerleggers.
Vanwege de Duitse paardenvoedselwijding: groentekwekers, koetsiers, kuipers, paardenknechten, stalknechten.
Hij wordt aangeroepen tegen allerlei ziektes met 'steen': steenpuisten, nierstenen, enzovoort.