Paul Verheijen

EZECHIËL

Vier levende wezens

Ezechiël werd na zijn deportatie naar Babylon in 598/97 vChr tot profeet geroepen en is een van de vier grote profeten van Israël van wie teksten schriftelijk overgeleverd zijn.
Hij trad als profeet op tot ca. 571; daarna trok hij zich terug.
Het boek dat zijn naam draagt en in de ik-vorm is geschreven, is een grillige verzameling van visioenen, beschrijvingen van symbolische handelingen, orakels tegen naties en een uiterst realistische preek over de ontrouw van Israël aan JHWH.
Ezechiël, wiens naam ‘God (is/maakt/make) sterk’ betekent, zag de heerlijkheid van JHWH in een visioen vol mysterieuze symbolen.
Boven een vlammende wolkenmassa, waarin zich vier levende wezens - mens, leeuw, stier en arend - bevinden en waaraan vier, zich in alle richtingen bewegende wielen zitten, troont onder een kristallen gewelf JHWH's vurige gestalte.
De leeuw, de mens, de stier en een arend, vertegenwoordigers van de totale schepping, werden later onder invloed van de geschriften van de kerkvaders symbolen voor de vier evangelisten.
Met de beschrijving daarvan begint het boek en tegen de achtergrond ervan ontrollen zich zijn uitspraken.
De God van het visioen, dat in de loop van het boek nog verder uitgewerkt wordt in hoofdstuk 10, gaf hem de opdracht de Israëlieten te waarschuwen tegen hun zondigheid en tegen het loslaten van de JHWH-cultus.
De profeet ontving - zo beschrijft hij de vorm waarin de opdracht gegeven werd - een boekrol met klaagliederen, treurzangen en weeklachten die door hem moest worden opgegeten.
Vervolgens hield hij aan zijn volk vele onheilsvoorspellingen en heilsprofetie-en voor.
De ondergang van Jeruzalem werd door hem uitgebeeld met een verdeling van zijn afgeschoren hoofd- en baardharen in drie porties.
Een deel moest worden verbrand in een (waarschijnlijk door hem op de grond) nagetekend Jeruzalem, een deel kort gehakt in het gebied rondom de stad en het derde deel in de wind verstrooid: symbolen van de moordpartijen in en rondom de stad en de verstrooiing van de overlevenden.
Van zijn heilsprofetieën kreeg het visioen van de doodsbeenderen bekendheid: de wederopstanding van Israël werd geschilderd als massa's dorre beenderen die verrezen en die van vlees en huid en tenslotte van levensgeest werden voorzien.
In zijn beschrijving van de nieuwe tempel die in Jeruzalem zou verrijzen verwerkte hij voorschriften waaraan het jodendom zich voortaan zou moeten houden.

Roomse Martelaarsboek

Ezechiël is opgenomen in de liturgische heiligencanon en wordt op 10 april als volgt herdacht:
Bij Babylon de heilige profeet Ezechiël. Hij werd gedood door een rechter van het volk Israëls, wijl hij dezen van afgoderij beschuldigde, en werd begraven in het graf van Sem en Arphaxad, Abrahams voorvaderen. Velen waren gewoon daar te komen bidden.