Paul Verheijen

GIOTTO

Decoraties in de Scrovegni kapel Padua
Vierpassen

Ateliermedewerkers

Aan de geschilderde vierpassen tussen de grote fresco's wordt gewoonlijk minder aandacht besteed, zowel door bezoekers van de kapel als kunsthistorici.
Men neemt aan dat ze zijn geschilderd door medewerkers uit het atelier van Giotto.
Een vierpas is een bepaalde vorm in maaswerk in de gotische architectuur waarbij vier overlappende cirkels (passen) in een vierhoek gelegen zijn en open zijn aan de kant waar ze elkaar raken.
Ze werden voornamelijk gebruikt in de gotische traceringen van vensters en veelvuldig in combinatie met andere sierlijke motieven.
De vier naar binnen wijzende punten worden ieder een toot genoemd.
Een vierpas heeft vier ronde cirkels en wanneer de cirkels van een motief ieder een spitse punt hebben wordt dat een vierblad genoemd.
Dit motief uit de architectuur werd hier overgenomen op de fresco's.

Register B links naast 22-26

Op de noordwand tussen de verschillende grote fresco's met de scènes zijn in gotische vierpassen tien scènes uit het Eerste Testament geschilderd die op een of andere manier een voorafbeelding willen zijn van de grote scène uit het Tweede Testament rechts daarvan.
Van sommige scènes is niet geheel duidelijk hoe deze dient te worden 'gelezen' en is meerdere uitleg mogelijk.
In het overzicht vindt u mijn interpretatie.
Een van deze tien vierpassen heeft geen connectie met het Eerste Testament en is daarom zeer bijzonder.

In register B zijn de vierpassen gevat in een cirkel.
  • Naast Doopsel van Christus (22):
    Abraham besnijdt zijn zoon Ismaël (Genesis 17,23)
    Paulus beschouwde het doopsel als een 'Christus-besnijdenis':
    In hem bent u ook besneden, niet door mensenhanden, maar met de besnijdenis van Christus, door het afleggen van het aardse lichaam. Toen u gedoopt werd bent u immers met hem begraven.
    (Kolossenzen 2,11)
  • Naast Bruiloft in Kana (23):
    Mozes slaat tweemaal op de rots en er stroomt water uit (Numeri 20,11)
    Dit 'waterwonder' wordt gezien als typologie voor de wonderbaarlijke verandering van water in wijn.
  • Naast Opwekking van Lazarus (24):
    Schepping van Adam (Genesis 2,7)
    Zoals God de geboetseerde mens met zijn adem leven inblies, zo wekte Christus de dode Lazarus tot leven.
  • Naast Intocht in Jeruzalem (25):
    Op weg naar Jericho voorzeggen profeten aan Elisa de hemelvaart van zijn meester Elia (2 Koningen 2,4-6)
    De tocht van Elia naar Jericho betekende het einde van Elia's aardse leven en is de voorafschaduwing van Christus' intocht in Jeruzalem waar hij zou worden gekruisigd.
  • Naast Tempeluitdrijving (26):
    De aartsengel Michaël bestrijdt de vorst der duivelen (Daniël 10,13-21 en 12,1)
    Zoals Michaël het kwaad bestreed, dreef Christus de kooplieden uit de tempel.

Register C links naast 34-38

In register C van de noordwand zijn de vierpassen gevat in een ruit.
  • Naast De kruisiging (34):
    Mozes en de koperen slang (Numeri 21,4-9)
    De typologie is door Christus zelf onder woorden gebracht:
    De Mensenzoon moet hoog verheven worden, zoals Mozes in de woestijn de slang omhooggeheven heeft.
    (Johannes 3,14)
    Giotto heeft de koperen slang geschilderd op een zuil en het dier heeft het uiterlijk van een draak, mogelijk op grond van de Latijnse Vulgaat die de Hebreeuwse woorden vertaalt met Fac serpentem aeneum et pone eum pro signo, 'Neem het koperen serpent en plaats het op een standaard.'
  • Naast Bewening van Christus (35):
    Jona en de walvis (Jona 2,1)
    Ook deze typologie is van Christus zelf afkomstig:
    Want zoals Jona drie dagen en drie nachten in de buik van een grote vis zat, zo zal de Mensenzoon drie dagen en drie nachten in het binnenste van de aarde verblijven.
    (Matteüs 12,41)
    De bewening van Christus vond plaats tussen zijn kruisdood en verrijzenis.
  • Naast Verrijzenis van Christus (36): Een leeuw lijkt te brullen naar drie welpen of staat hij op het punt ze schoon te likken?
    Nee, de leeuw brult niet, maar blaast.
    In de middeleeuwen nam men namelijk aan dat leeuwenwelpjes dood geboren werden en dat hun vader na drie dagen leven in hen blies.
    Dat is precies wat hij hier doet.
    De linker welp is blijkbaar nog 'dood' en moet nog tot leven worden geblazen.
    De vaderleeuw blaast naar de middelste en in deze welp lijkt al wat leven te zijn gekomen.
    De derde welp rechts is al volledig tot leven gekomen en kijkt kwiek omhoog.
    Het verband met de opstanding van Christus, op de derde dag bewerkstelligd door God de Vader, is duidelijk.
    Leeuw blaast drie welpen tot leven (zie boven)
    Giotto vertelt ons in deze opmerkelijke vierpas dat niet alleen verhalen uit het Eerste Testament typologisch geïnterpreteerd kunnen worden, maar dat de hele schepping van God daarvoor geschikt is.
  • Naast Hemelvaart van Christus (37):
    Hemelvaart van Elia (2 Koningen 2,11)
    Elia wordt al in het Tweede Testament gezien als een prefiguratie van zowel Johannes de Voorloper als Christus zelf (Marcus 6,14-15).
    Zijn hemelvaart werd dan ook probleemloos een voorafbeelding van de hemelvaart van Christus.
  • Naast Pinksteren (38):
    God overhandigt Ezechiël een boekrol
    Terwijl deze woorden klonken, voer er een geest in mij [...] Ik keek en zag een hand die naar mij was uitgestrekt en een boekrol vasthield.
    (Ezechiël 2)
    De geest die Ezechiël ontving werd de voorafschaduwing van de heilige Geest die de apostelen ontvingen op de dag van het Pinksterfeest.

Heiligen

Bovenstaande 10 vierpassen worden verder nog aangevuld op de noord- en zuidwand met afbeeldingen in busteformaat van 32 heiligen.
De heiligen hebben geen attribuut bij zich en zijn daarom moeilijk tot niet te identificeren.