Paul Verheijen

MARIA

Purificatio

Combiverhaal

Toen de tijd gekomen was dat zij zich volgens de wet van Mozes moesten reinigen, brachten ze hem naar Jeruzalem om hem aan te bieden aan de Heer.

De evangelist Lucas vermengt in het verhaal twee joodse offervoorschriften uit het Eerste Testament:

- Veertig na de geboorte van een zoon moet de moeder voor een reinigingsritueel naar de tempel om een brandoffer (een jong lam) en een zondeoffer (een duif en een tortel) aan te bieden.
Kan zij geen schaap betalen dan volstaan de duif en de tortel voor zowel brand- als zondeoffer.
(Leviticus 12)

- Alle eerstgeborenen van zowel mens als dier moeten aan God worden geofferd.
Het 'offeren' van een eerstgeboren baby kon echter worden 'afgekocht' tegen betaling van vijf sikkels.
(Exodus 13,2 en 13,12; Numeri 3,47-48 en 18,15-16)

Simeon en Hanna

Aan deze 'offercombinatie' voegt Lucas twee personages toe: Simeon en Hanna.
Zij waren getuige in de tempel.
Simeon wordt beschreven als een vrome jood die vanuit de messiaanse verwachting leefde in het vertrouwen zijn ogen nog te kunnen laten rusten op de Messias van de Heer.
Simeon herkende in het kind de verwachte van Israël, nam het in zijn armen en sprak een profetische lofprijzing over hem uit, waarover de ouders zich verwonderden.
Deze lofzang van Simeon is bekend geworden onder de beginwoorden van de Latijnse vertaling ervan: Nunc dimittis.
Nu laat u, Heer, uw dienaar in vrede heengaan, zoals u hebt beloofd.
Want met eigen ogen heb ik de redding gezien die u bewerkt hebt ten overstaan van alle volken:
een licht dat geopenbaard wordt aan de heidenen en dat tot eer strekt van Israël, uw volk.


Daarna sprak Simeon tot Maria, kondigde haar Jezus aan als een de geesten scheidend teken van tegenspraak en voorzegde haar een aandeel in diens lijden.
Weet wel dat velen in Israël door hem ten val zullen komen of juist zullen opstaan. Hij zal een teken zijn dat betwist wordt, en zelf zult u als door een zwaard doorstoken worden. Zo zal de gezindheid van velen aan het licht komen.
Deze 'zwaard-woord' tot Maria had invloed op het ontstaan in de tweede helft van de 15e eeuw van een bepaald iconografisch Maria-type, de Zeven van Smarten van Maria (zie onder).

Ook Hanna, een oude profetes, was getuige van de opdracht in de tempel.
Zij had, na de dood van haar na zeven jaar huwelijk, 84 jaar vastend en biddend in de tempel doorgebracht.
Zij sprak nu een dankgebed uit en vertelde aan allen die de bevrijding van Jeruzalem verwachtten over het kind.
(Lucas 2,22-38)

Het Proto-evangelie van Jakobus noemt Simeon een priester die door het lot aangewezen werd Zacharias (de vader van Johannes de Doper) op te volgen die in opdracht van koning Herodes was vermoord.
En zo werd Simeon zelfs hogepriester.
Dit had iconografisch tot gevolg dat het (hoge)priesterschap van Simeon steeds vaker werd benadrukt in zijn uitbundige kledij.
De Legenda Aurea weet verder nog aan te vullen dat Simeon twee zonen had, Carinus en Leucius, die bij Jezus' 'nederdaling ter helle' samen met hem zijn opgestaan.
Hoewel Lucas geen leeftijd van hem noemt wordt hij (onder invloed van Hanna's leeftijd wellicht) gewoonlijk als bejaard afgebeeld.
Het Romeins Martelaarsboek noemt hem senex, 'bejaard, grijsaard'.

Zeven Smarten van Maria

In de traditie is dit beeld van het zwaard de eerste geworden van de zogenaamde Zeven Smarten van Maria.
  • 1 - De lijdensvoorzegging door Simeon (bij het opdragen van Jezus in de Tempel)
    (Lucas 2,34-35)
  • 2 - De vlucht naar Egypte
    (Matteüs 2,14)
  • 3 - Het verlies van het goddelijk Kind in de Tempel
    (Lucas 2, 43-45)
  • 4 - De ontmoeting met haar kruisdragende Zoon
    (traditionele interpretatie van Lucas 23,27-31)
  • 5 - Jezus sterft aan het Kruis (Stabat Mater)
    (Johannes 19,25)
  • 6 - Maria ontvangt haar gestorven Zoon (Piëta)
    (traditionele interpretatie van Lucas 23,55)
  • 7 - Maria bij de graflegging van Jezus
    (Johannes 19,40-42)
De herdenking van deze zeven smarten ontstond in de middeleeuwen en werd in de 15e eeuw gevierd in Keulen en Erfurt.
In 1814 kreeg kreeg het plaats in de kerkelijke kalender op 15 september.
In de iconografie wordt Maria gewoonlijk afgebeeld met zeven zwaarden door het hart en / of omgeven door medaillons waarop de smarten zijn uitgebeeld.
Zie bijvoorbeeld het Van Belle Triptiek van Pieter Pourbus.

Data en namen van de feesten

Het feest van Simeon valt op 8 oktober en van Hanna op 1 september.
In het Oosten, waar men het feest voor Simeon en Hanna samen viert op 3 februari, wordt Simeon Theophoros of Christophoros genoemd (God- of Christusdrager).
Het feest waarmee de opdracht in de tempel wordt gevierd - in de Kerken van het Oosten Hypapantê tou Kuriou ('ontmoeting met de Heer', te weten met Simeon en Hanna), in het Westen Purificatio Beatae Mariae Virginis (zuivering van de heilige maagd Maria), later Candelaria (of Maria Lichtmis) genoemd - werd op de veertigste dag na de oude kerstdatum (=6 januari) gevierd (=14 februari).
De westerse naam purificatio gaat terug op de joodse overtuiging dat elke vrouw die een kind ter wereld had gebracht, vanwege het daarbij gestorte bloed een aantal dagen onrein was.
De keuze voor 14 februari maakt duidelijk dat we hier te doen hebben met een christianisering van een heidens feest, in dit geval de Lupercalia of Dies Februatus, die jaarlijks werden gehouden van 13-15 februari om Rome van boze geesten te zuiveren.

Omstreeks het midden van de 5e eeuw hielden christenen op die dag een lichtprocessie (vanwege Simeons woorden een licht voor de heidenen).
Oorspronkelijk was het een Jezus-feest; in het Westen werd het later een Maria-feest waarop kaarsen gewijd werden, nu gevierd op 2 februari, veertig dagen na de nieuwe kerstdatum (25 december).

Sinds de kerkelijke kalenderhervorming van 1969 is het weer een Jezus-feest geworden onder de naam Presentatie / Opdracht van de Heer.

Kerkgang

Als herinnering aan deze 'zuivering' van Maria ontstond vermoedelijk reeds in de 9e eeuw bij christenen de gewoonte van de 'kerkgang': de zegening van een moeder wanneer zij na de geboorte van een kind voor het eerst naar de kerk gaat om daar God dank te zeggen.
De moeder hield een kaars vast in haar linkerhand en het kind op haar rechterarm samen met de stool van de in het wit geklede priester.
Bij een zijaltaar werden dan twee antifonen gebeden en Psalm 23.
De jonge moeder kreeg soms een witte sluier omgelegd en het kind ook een scapulier.
Hoewel het gebruik volgens de officiële leer van de kerk niet was bedoeld om de moeder van schuld en onreinheid te zuiveren, lijkt het gebruik van witte gewaden echter toch in die richting te wijzen.
Veel moeders hebben de kerkgang als kwetsend ervaren.
Mede hierdoor raakte het ritueel na het Tweede Vaticaanse Concilie (1962-65) in onbruik.