Paul Verheijen

MARIA

Maria in de bijbel - Naam - Dogma's - Gebeden - Verschijningen - Feesten - Iconografie - Blauwe mantel - Bloemen

Maria in de bijbel

In de christelijke theologie en iconografie is een uiterst prominente plaats weggelegd voor de moeder van Jezus van Nazaret.
Dat is opmerkelijk te noemen omdat zij in het Tweede Testament slechts spaarzaam wordt genoemd en soms zelfs zonder naam.
De naam Maria wordt daar vermeld voor verschillende vrouwen:
  • Moeder van Jezus
  • Moeder van Jakobus en Jozef (Matteüs 27,55)
  • Van Klopas (Johannes 19,25)
  • Zus van Marta en Lazarus (Lucas 10 en Johannes 11-12)
  • Moeder van Johannes Marcus (Handelingen 12,12)
  • Van Magdala (zie de menupagina over Maria Magdalena)
Het is volstrekt onduidelijk en onzeker of sommige aanduidingen betrekking hebben op een en dezelfde vrouw.
Is dat niet het geval dan is er sprake van zes verschillende vrouwen die de naam Maria dragen.

De naam Maria voor de moeder van Jezus komt in het Tweede Testament slechts voor in de geboorteverhalen zoals Matteüs en Lucas die hebben opgetekend en in de scène waarin verbaasde omstanders Jezus als volgt betitelen:
Dat is toch de zoon van de timmerman, zijn moeder heet toch Maria en Jakobus, Jozef, Simon en Juda zijn toch zijn broers. Zijn zusters wonen toch allemaal bij ons?
(Matteüs 13,55-56 // Marcus 6,3)
Verder is er nog één naamsvermelding te lezen in de Handelingen van de Apostelen 1,14.
Het Evangelie volgens Johannes spreekt alleen over een anonieme 'moeder van Jezus'.
Ze speelt in dit evangelie een rol bij het wijnwonder op de bruiloft in Kana en bij Jezus' kruisiging.
In de andere geschriften van het Tweede Testament wordt zij verder niet genoemd.

Naam

Er bestaan zo'n zestig verklaringen voor de betekenis van de naam Maria.
Gewoonlijk wordt die afgeleid uit de naam van de zuster van Mozes: in het Hebreeuws en ongevocaliseerd MRJM, wat vertaald kan worden met 'bitterheid' of 'molligheid', voor het eerst genoemd in Exodus 14,20.
Maar Hiëronymus las de naam als een combinatie van de twee Hebreeuwse woorden mar ‘druppel’, en jam ‘zee’, dus ‘Druppel der Zee’, in het Latijn Stilla Maris (zie verder onder Litania Lauretana over de verbastering tot Stella Maris, 'Sterre der Zee').

De populariteit van Maria als meisjesnaam kwam in Nederland pas in de middeleeuwen omdat men lang schroomde de moeder van Jezus als persoonsnaam te gebruiken (vergelijk de naam Jezus als jongensnaam).
Sindsdien staat de naam - met alle mogelijke afleidingen - steevast op nummer 1 in het wereldlijstje meisjesnamen.
Maria wordt vaak aangesproken en benoemd als Onze Lieve Vrouw, al dan niet met koppeltekens tussen de woorden, vaak afgekort tot O.L.V.

Dogma's


Ondanks de spaarzame bijbelse gegevens is er een uitgebreide leer over Maria ontstaan, Mariologie geheten.
Daarbinnen heeft de rooms-katholieke vier dogma's afgekondigd waarover veel strijd is gevoerd, danwel waarover tot op de dag van vandaag veel misverstanden bestaan.
Klik op een afbeelding voor meer informatie

Johannes Paulus II (paus van 1978-2005; feestdag 22 oktober), een fervent Maria-vereerder, was voorstander van de afkondiging van een vijfde mariale dogma: Maria Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster.
Mogelijk dat de mislukte aanslag op zijn leven in 1981 deze wens heeft voortgebracht.
Hij geloofde namelijk dat zij het geweest was - en specifiek O.L.V. van Fatima - die de kogel zodanig haf (af)geleid dat vitale lichaamsdelen niet werden geraakt.
Waarom Maria niet heeft gezorgd dat de kogel de paus helemaal niet zou raken, blijft ongewis.
Benedictus XVI heeft zich echter duidelijk uitgesproken tegen het gebruik van de titel Medeverlosseres, en tevens tegen een eventueel vijfde dogma.
Een door het Vaticaan ingestelde mariologische commissie heeft zich daarbij aangesloten.

Gebeden

Ave Maria

Een van de bekendste gebeden tot Maria is het zogenaamde Ave Maria, in het Nederlands weesgegroet(je).
Het neemt een belangrijke plaats in binnen het rozenkransgebed (zie verder).
Pas na de 11e eeuw is het gebruik van het weesgegroet vast te stellen uit bronnen.
  • Het eerste gedeelte van het gebed is gebaseerd op Lukas 1,28 (de begroetingswoorden van Gabriël).
    Ave Maria, gratia plena, Dominus tecum
    Wees gegroet, Maria, vol van genade, de Heer is met U
  • Het tweede gedeelte van het gebed is gebaseerd op Lukas 1,42 (de begroetingswoorden van Elisabet).
    Benedicta tu in mulieribus, et benedictus fructus ventris tui, Iesus
    Gij zijt de gezegende onder de vrouwen, en gezegend is Jezus, de vrucht van uw schoot
  • Het laatste niet uit de bijbel afkomstig derde deel is rond de 16e eeuw toegevoegd.
    Sancta Maria, Mater Dei, ora pro nobis peccatoribus, nunc et in hora mortis nostrae. Amen.
    Heilige Maria, Moeder van God, bid voor ons, zondaars, nu en in het uur van onze dood. Amen.
Litania Lauretana


Aan dit gebed zijn in de loop der eeuwen talloze gebeden toegevoegd, waaronder ook litanieën.
De litanie als gebedsvorm is overgenomen uit het jodendom en bestaat uit een reeks aanroepingen die door een voorganger worden opgezegd, gevolgd door een repeterend antwoord van de gelovigen, zoals ‘bid voor ons’ of ‘ontferm U over ons’.
De bekendste litanie ter ere van Maria is ontstaan gedurende de 16e eeuw in het heiligdom van Loreto en om die reden ook de Litania Lauretana, Litanie van Loreto, wordt genoemd.
Ze bestaat uit een kleine vijftig zoete namen die aan Maria worden toegekend, vaak beginnend met Mater, Moeder, Virgo, Maagd of Regina, Koningin, zoals Regina Pacis, Koningin des Vredes.

De titel Stella Matutina, Morgenster, slaat feitelijk op Jezus (zie Openbaring van Johannes 22,16).
De Morgenster is mogelijk in de Marialitanie terecht gekomen vanwege de - onzekere - afleiding door Hiëronymus van de naam Maria (zie onder Naam)
Zijn verklaring ‘Stilla Maris’ werd namelijk verbasterd tot Stella Maris, ‘Sterre der Zee’.
Deze Mariatitel Stella Maris die als zodanig niet in de litanie staat, komt dus eigenlijk voort uit een leesfout.
In de Middeleeuwen was deze eretitel van Maria zeer geliefd.
Afbeelding: Albrecht Dürer - Betende Hände / Studie zu den Händen eines Apostels (1508, pentekening, 29 x 20 cm, Wenen - Albertina)

Het genadebeeld van O.L.V. ‘Sterre der Zee’ in de Basiliek van O.L.V. Tenhemelopneming in Maastricht, behoorde van oorsprong toe aan de paters Minderbroeders van de Sint-Pieterstraat.
De Minderbroeders waren vurige Maria-vereerders, en het is dus niet verwonderlijk dat zij, vermoedelijk omstreeks 1470, de schenking van een Mariabeeld aanvaardden van de edelman Nicolaus van Harlaer (Nicolas de Harlay), toen deze op latere leeftijd bij hen intrad.
Het Mariabeeld is een houten beeld, van Duitse makelij, volgens de klassieke voorstelling van een Schöne Madonna, op stijlkenmerken te dateren circa 1410: een staande Maria, die een bloot Jezuskindje op de linkerarm draagt, en die speelt met haar Kindje dat de handjes uitstrekt naar een vrucht die Maria in de rechterhand draagt, een appel, een peer of een druiventros; bij het Maastrichtse beeld was dit waarschijnlijk een peer.
Al snel werd dit beeld, naar Zuid-Europese, Spaanse mode, bekleed met een wijde kegelvormige mantel (zie de afbeelding).
Hiervoor moest het beeld ook aangepast worden: de vrucht die Maria draagt werd afgezaagd tot een soort houder voor een lelie, en het blote Jezuskindje kreeg een mantel aan, waarvoor hem een armpje werd afgezaagd, en een kroon op het hoofd, die het oorspronkelijke beeld niet had.
Rond het beeld ontstond een grote volksdevotie, die zelfs de verering van Servatius begon te verdringen.
Op Paasmaandag 1532 schijnt het beeld voor het eerst te zijn meegedragen in processie.

Rozenkrans & Rozenhoedje

Een rozenkrans of paternoster is een kralensnoer en ook de naam voor het 'rozenkransgebed'.
Het gehele gebed bestaat uit het bidden van het onzevader (15 maal) en het weesgegroet (150 maal) door de het gebedssnoer driemaal te doorlopen.
Gewoonlijk gaat men het gebedssnoer maar één maal rond ('rozenhoedje') en niet drie maal ('volledige rozenkrans').
De oorsprong van het rozenkransgebed moet worden gezocht in de vervanging van het monastieke psalmgebed: het bidden van 150 maal een weesgegroet is in feite een vereenvoudiging voor het gewone kerkvolk dat de 150 psalmen niet uit het hoofd kon opzeggen, zoals monniken dat wel konden.
Eerst werd er vooral 150 maal een onzevader gebeden.
Later werd hieraan de devotie tot Maria verbonden.
De rozenkrans en het stimuleren van het bidden ervan wordt vaak geassocieerd met Dominicus en zijn dominicanerorde.

Het bidden van een rozenkrans kan gepaard gaan met het gedenken van 'de geheimen van de rozenkrans', waarbij het woord 'geheim' slaat op 'mysterie'.

De blijde geheimen
  • De engel Gabriël brengt de blijde boodschap aan Maria
  • Maria bezoekt haar nicht Elisabet
  • Jezus wordt geboren in een stal van Betlehem
  • Jezus wordt in de tempel opgedragen
  • Jezus word in de tempel wedergevonden
De droevige geheimen
  • Jezus bidt in doodsangst tot zijn hemelse Vader
  • Jezus wordt gegeseld
  • Jezus wordt met doornen gekroond
  • Jezus draagt zijn kruis naar de berg van Calvarië
  • Jezus sterft aan het kruis
De glorievolle geheimen
  • Jezus verrijst uit de doden
  • Jezus stijgt op ten hemel
  • De heilige Geest daalt neder over de apostelen
  • Maria wordt in de hemel opgenomen
  • Maria wordt in de hemel gekroond
Paus Johannes Paulus II, een groot Mariavereerder, voegde aan het begin van het 'Jaar van de Rozenkrans' (2002), daar een vierde vijftal aan toe.

De geheimen van het Licht
  • De doop van Jezus in de Jordaan
  • De openbaring van Jezus op de bruiloft van Kana
  • Jezus' aankondiging van het Rijk Gods
  • De gedaanteverandering van Jezus op de berg Tabor
  • Jezus stelt de eucharistie in
De dominicaan Pius V (paus van 1566-72; feestdag 30 april) stelde ter herdenking van de overwinning op de Turkse vloot bij Lepanto in 1571 voor 7 oktober de feestdag in van Maria van de Rozenkrans.
De maanden mei en oktober staan in de westerse kerk ook bekend als 'Mariamaanden', de laatste specifiek voor de Rozenkrans.

Zie verder twee voorbeelden van een Madonna van de Rozenkrans:
- CARAVAGGIO
- ALONSO CANO

Verschijningen

Maria verscheen vanaf de vierde eeuw tot in onze tijd honderden keren aan vrome boerendochters, nietsvermoedende herderszonen of andere Maria-aanbidders.
'Slechts' zestien van dergelijke verschijningen zijn door kerkelijke autoriteiten op een of andere wijze erkend, waarvan er drie hier in Europa waarschijnlijk de meest bekende zijn.
  • Lourdes in 1858 aan Bernadette Soubirous - feestdag 11 februari (Bernadette heeft eigen dag op 18 februari)
  • Fatima in 1917 aan Franciscus en Hyacintha Marto - feestdag 20 februari
  • Banneux in 1933 aan Mariette Beco - feestdag 15 januari
Ook Amsterdam kent zijn Mariaverschijningen:
Ida Peerdeman (1905-1996) claimde in 1917 (toeval? zie Fatima) een drietal verschijningen van een vrouw in wie zij Maria meende te herkennen.
In de periode 1945-1959 rapporteerde zij nog meer Mariaverschijningen en bij deze gelegenheden 'kreeg zij ook boodschappen door', die door haar zus in een schrift werden genoteerd en later ook zijn gepubliceerd.
Naar aanleiding van deze verschijningen werd in de Amsterdamse Diepenbrockstraat de kapel 'Maria Vrouwe van alle Volkeren' opgericht.
Het Vaticaan staat zeer sceptisch tegenover deze verschijningen en in de (ook katholieke) pers werd Peerdeman veelal als hysterica afgeschilderd.
Henny Bomers (bisschop van 1983-1998) en zijn opvolger Jos Punt (bisschop van bisdom Haarlem-Amsterdam van 2002-2020 en groot Mariavereerder) toonden echter een welwillender houding, hetgeen in 2002 leidde tot erkenning van Peerdemans Mariaverschijningen in het zogenoemde constat de supernaturalitate, 'vaststelling van bovennatuurlijkheid'.

Maria wordt wereldwijd bijzonder vaak verbonden met een plaatsnaam:
Buiten Lourdes, Fatima en Banneux valt verder bijvoorbeeld te denken aan O.L.V. van Guadeloupe, O.L.V. van Medjugorje, O.L.V. van Akita, O.L.V. van Zeitoun, O.L.V. van Garabandal, O.L.V. Loreto en O.L.V. van Sevenwouden.
Het valt niet uit te sluiten dat erkenningen van Mariaverschijningen gerelateerd zijn aan de wens in bepaalde plaatsen of gebieden het bedevaartstoerisme te bevorderen.

De Rooms Katholieke Kerk kent tientallen Mariafeesten.
De oudste feesten waren nog vooral op Christus zelf gericht.
Later ontstonden feesten waarbij Maria als heilige werd geëerd.
Acht grote Mariafeesten die aansluiten bij belangrijke momenten uit haar leven, hebben op deze website een eigen menu. (Klik op een afbeelding hierboven).

Hieronder ter aanvulling een selectie van overige Mariafeesten.
  • O.L.V. van Banneux (15 januari)
  • Maria's verschijning in Lourdes (11 februari)
  • Moeder van de Sociëteit van Jezus (22 april)
  • O.L.V. van Goede Raad (26 april)
  • Troosteres der bedrukten (28 april)
  • Maria ter Martelaren (13 mei)
  • Hulp der christenen (24 mei)
  • Middelares van alle Genaden (31 mei)
  • Maria, Moeder van de Kerk (Tweede Pinksterdag)
  • Maria's Heilig Hart (70 dagen na Pasen)
  • O.L.V. van Altijddurende Bijstand (27 juni)
  • O.L.V. van de Hoop (9 juli)
  • Maria van de berg Karmel (16 juli)
  • Moeder van Barmhartigheid (Mantelmadonna - zaterdag voor de 4e zondag van juli)
  • Maria van de Engelen (2 augustus)
  • Kerkwijding Santa Maria Maggiore Rome (5 augustus)
  • Toevlucht van de zondaren (13 augustus)
  • Maria's Onbevlekt Hart / Koningin des Hemels (22 augustus)
  • Moeder van Troost (4 september)
  • Maria's Naam (12 september)
  • O.L.V. van Zeven Smarten (15 september)
  • Maria tot vrijkoop van slaven / Maria Mercedes (24 september)
  • Maria van de Rozenkrans (7 oktober)
  • Maria's Moederschap (11 oktober)
  • O.L.V. te Jeruzalem (21 november)
  • O.L.V. van de Wonderdadige Medaille (27 november)
  • Maria's huis in Loreto (10 december)
  • O.L.V. van Guadalupe (12 december)

Iconografie

  • Mater Dei / Moeder Gods / Theotokos (Deipara)
    Een sterke, ontzag inboezemende gekroonde koningin, gezeten op een troon. De Moeder Gods is een voorstelling die in de kerken van het oosten nog steeds de meest populaire afbeelding op ikonen is.
  • Marianum / Tota Pulchra
    Maria met Kind worden omgeven door een stralenkrans of rozenkrans, al dan niet in de amandelvormige figuur van een mandorla (Italiaans voor 'amandel'), ontstaan door twee cirkelsegmenten die het samenkomen van hemel en aarde symboliseren. De benaming tota pulchra is de Latijnse vertaling van een vers uit het Hooglied (4,7): Tota pulchra es, amica mea, et macula non est in te, 'Vriendin, aan jou is alles mooi, niets ontsiert je schoonheid'
  • Maestà / Sacra Conversazione
    Afbeeldingen van Maria met heiligen die in gesprek zijn met elkaar.
  • Mater Dolorosa
    Maria als Moeder van (zeven) smarten. Twee van deze smarten kregen later een eigen thematische behandeling:
    • Stabat Mater
      Moeder Maria staande onder het kruis van haar Zoon. Vooral door de 20 strofen tellende lofzang Stabat Mater Dolorosa van Jacopo da Todi (1230-1306) werd dit een zeer geliefd thema, ook in de muziek.
    • Piëta / O.L.V. ter Nood
      De Nood Gods verwijst naar Maria's droefheid met het lichaam van de gestorven Jezus op haar schoot. Een afbeelding hiervan noemt men een Piëta. In de kunstgeschiedenis wordt ook het Italiaanse woord Pietà gebruikt (de uitspraak is voor beide termen overigens identiek). De naam is afkomstig van het Latijnse piëtas dat evenals ons woord piëteit enkele betekenisnuances kent, waarvan ouderliefde, eerbied, vroomheid, gerechtigheid en zachtmoedigheid de belangrijkste zijn.
  • Mater Misericordiae / Mantelmadonna
    Een van de historische oorsprongen van dit model is de middeleeuwse theoloog en Duitse schrijver Caesarius van Heisterbach (±1180-±1240), die in zijn Dialogus Miraculorum schrijft over een visioen van een broeder van de cisterciënzers, waartoe hij zelf ook behoorde, die, ontvoerd in extase en naar het Paradijs gebracht, de kans had zich te verbergen onder de plooien van de brede mantel van de Maagd. Een grootse figuur van Maria beschut onder een wijd-uitgespreiden mantel een menigte knielende of staande monniken tegen dreigend onheil (oorspronkelijk voornamelijk de pest), later andere geestelijken en gelovigen.
  • Mater Gloriosa
    Maria als Moeder van (zeven) vreugden, de tegenhanger van het Mater Dolorosa-thema.
  • Maria Eleousa / Moeder van altijddurende bijstand / Theotokos van de Passie / Strasdnaia (Rus.)
    Maria wordt afgebeeld in een donkerrood gewaad met een blauwe mantel (zie onder) en sluier. Aan de linkerzijde is de aartsengel Michaël te zien. Hij draagt van de arma christi de lans en spons. Aan de rechterzijde is de aartsengel Gabriël afgebeeld met een 3-kruis en spijkers. Maria wijst naar haar zoon. Die voorvoelt zijn lijden en wendt zich al tot zijn moeder om zich te laten troosten. Maria brengt daarom haar wang zacht en moederlijk naar het gelaat van het kind en drukt daarmee de opofferende moederliefde uit. Opvallend is ook dat de sandaal van Jezus loszit. Dit verwijst naar een woord van Johannes de Doper die zei dat hij niet waard was om Jezus' sandaal los te maken (Johannes 1,27). Een andere, meer volkse uitleg is dat Maria schrikt van de boodschap van beide engelen over het komende lijden van het Kind. De schok van de schrikbeweging doet de sandaal van het voetje schieten. De afbeelding werd zeer populair gemaakt door de redemptoristen, volgelingen van Alfonso Maria di Liguori (1696-1787; feestdag 2 augustus).
  • Madonna Lactans
    Maria afgebeeld als melkgevende moeder.
  • Hortus Conclusus
    Deze benaming is afkomstig uit de Latijnse vertaling van wederom het Hooglied (4,12): Hortus conclusus, soror mea, sponsa, hortus conclusus, fons signatus, 'Zusje, bruid, een besloten hof ben jij, een gesloten tuin, een verzegelde bron'. Als maagd werd Maria in de late middeleeuwse en renaissance kunst symbolisch afgebeeld in of nabij zo'n gesloten tuin. In de tuin vindt men vaak nog andere symbolen daarvoor: de grote ceder (cedrus exalta), de bron van de levende wateren (puteus aquarum viventium), de vruchtbare olijfboom (oliva speciosa), de bron in de tuin (fons hortorum) en typische Maria-Bloemen (zie onder Bloemen). Men beeldde de tuin af als een veilige speelplaats waarin Maria (samen met engelen of vrouwelijke heiligen) speelt met het Christuskind. De tuin is meestal niet meer dan een door muren omgeven rozenperkje, dat verwijst naar het paradijs en naar haar maagdelijkheid en bruid-zijn.

Blauwe mantel

Op schilderijen van bijvoorbeeld een Madonna met Kind draagt Maria vrijwel altijd een blauwe jurk of mantel.
Die kleur is daarom symbool geworden voor haar heiligheid, deugd en bescheidenheid.
Het gebruikt van blauw voor de kleding van Maria is ontstaan in de 12e eeuw, toen Maria’s verering steeds verder verspreid raakte.
Ultramarijn was destijds het duurste pigment en de kerk dicteerde dat dit gebruikt werd voor de afbeeldingen van de maagd Maria.
Daarvoor werd Maria vaak afgebeeld in zwarte kleding of andere donkere kleuren.
Hiermee werd de rouw van Maria om de dood van Jezus benadrukt.
De verandering in kledingkleur benadrukte ook de verandering van de rol van Maria in het geloof.
Van de bescheiden moeder van Jezus werd Maria zelf steeds meer aanbeden.
Het blauw van haar kleding symboliseert daarmee het hemelse en vormt een contrast met het rood van de aarde, de kleur van het bloed.
Ook werd blauw symbool voor de puurheid, de maagdelijkheid van Maria.

Bloemen

Maria (al dan niet als Madonna met Kind) wordt vaak afgebeeld met bloemen, waarvan de lelie, de roos en de anjer het meest voorkomen.
De lelie is een van de meest polyinterpretabele bloemsymbolen.
De lelie wordt in verband gebracht met zowel vroomheid, reinheid, onschuld, voorspoed, genade en koninklijkheid als (vanwege geur en fallische stamper) met vruchtbaarheid (van de aardgodin) en erotische liefde, maar kan ook een negatieve betekenis hebben als (voor)teken van de dood of grafsymbool.
In de christelijke kunst werd de witte lelie de madonnalelie genoemd, vanwege de maagdelijkheid van Maria.
De aartsengel Gabriël houdt op Annunciatie-voorstellingen vaak een witte lelie in zijn hand.
De lelie fungeert ook als attribuut voor Jozef, Joachim & Anna en andere heiligen en kan in dat geval ook ontleend zijn aan woorden van Jezus wanneer hij spreekt over lelies die zonder te werken en te weven er prachtig uitzien (Matteüs 6,28-34 en Lucas 12,27-32).
Wanneer de lelie gestileerd wordt weergegeven met drie bloemen fleur-de-lis kan ze ook verwijzen naar de Drie-eenheid.
Verwant hieraan is het lelietje-van-dalen, ook wel 'meiklokje' genoemd (mei is ook 'Mariamaand').

Een soortgelijke meerduidigheid vinden we bij de roos.
Een van Maria's Latijnse eretitels is Plantatio Rosae in Jericho.
In de middeleeuwen werd het plantje 'de roos van jericho' door pelgrims in Europa geïntroduceerd.
De plant maakte veel indruk en het duurde niet lang voordat een legende de ronde deed.
Tijdens de Vlucht naar Egypte stapte Maria in de vlakte van Jericho van haar ezel om te rusten en met elke voetstap die zij maakte ontsprong er een 'roos' om het kind wat zij op haar arm droeg te begroeten.
De rozen floreerden tot het moment dat Jezus stierf aan het kruis, maar kwamen weer tot leven op het moment van zijn wederopstanding.
De plant, ook opstandingsplant genoemd, kent namelijk twee gedaanten: ze ziet er grauw, grijs en verschrompeld uit, zonder leven, maar als dit bolletje kokend water wordt gegoten, wordt zij binnen een halfuurtje een prachtige, frisse en groene plant, overigens geen echte roos.
Arabieren noemen dit plantje Id Fatma Bint el Nabi, 'de hand van Fatima dochter van de profeet (Mohammed)' en de eerste christenen spraken over 'de hand van Maria'.
De 'echte' roos is in de westerse traditie symbool van het hart en van vertrouwen, eerbied, respect, genegenheid en herinnering en sacrale, romantische en sensuele liefde.
In het christendom kan de witte roos verwijzen naar onschuld, zuiverheid en maagdelijkheid van Maria.
Ze wordt beschouwd als de 'koningin (Maria) der bloemen' en kan verder verwijzen naar de rozenkrans.
Wanneer op afbeeldingen de blaadjes verwelkt zijn, verwijst de roos gewoonlijk naar Christus' lijden en dood.
Tegenwoordig zijn witte rozen zowel gewild in een bruidsboeket als rouwboeket.
Een rode roos symboliseert hartstocht, verlangen en weelderige schoonheid en kan verwijzen naar verspild bloed, martelaarschap, dood en wederopstanding (Christus' lijden, dood en verrijzenis).
De roos staat ook symbool voor geheimhouding, wat nog te zien is op vroegere biechtstoelen versierd met rozen met vijf bloemblaadjes.
Nog steeds worden gesprekken die niet openbaar maar privé zijn, gehouden sub rosa, 'onder de roos'.

De anjer wordt als een goddelijke bloem beschouwd, vanwege de Latijnse naam Dianthus, een verbastering en samenstelling van de Griekse woorden Dios, 'van Zeus' en Anthos, 'bloem'.
De bloem staat daarenboven symbool voor hartstocht, verlangen, romantiek en het huwelijk.
Renaissanceschilders uit de 15de en 16de eeuw gaven de anjer graag een plekje in scènes met betrekking tot verlovings en huwelijk.
Ook op religieuze schilderijen is de bloem regelmatig te zien, symbool van Maria als 'Bruid' van de Verlosser of voor het lijden van Christus.

Andere maar minder frequent voorkomende 'Maria-bloemen' zijn de duifachtige akelei (heilige Geest), de iris (kuisheid) en de witgevlekte distel (moedermelk).