Paul Verheijen

REMBRANDT

Abraham en de engelen

Het paneeltje

Van de drie mannen in het verhaal (zie onder) is één JHWH en blijken de andere twee engelen te zijn (Genesis 18,16-33)
Rembrandt loopt hierop reeds vooruit.
De frontaal gepresenteerde engel is JHWH, in een wit gewaad wat suggereert dat er een licht op hem valt.
Hij brengt het nieuws van Isaaks geboorte over.
De oude Abraham houdt een kruik water vast en een kom om de voeten van JHWH te wassen.
De tweede engel zittend aan de linkerkant eet voedsel om het oosterse gebod van gastvrijheid te illustreren.
Rechts - verborgen achter de geopende deur - staat de negentigjarige Sara te luisteren naar het gesprek.
Vrouwen zijn gescheiden van mannen bij het eten van een maaltijd.

Te koop

Het schilderij wordt op 24 januari 2021 bij Sotheby's New York geveild.
De laatste keer dat het werd geveild, was in 1848.
Toen legde de koper 64 Britse ponden neer voor het werk.
De geschatte opbrengst ligt volgens Sotheby's tussen de 20 en 30 miljoen dollar (ongeveer tussen de 16,8 miljoen en 25,3 miljoen euro).
Rembrandt schilderde Abraham en de engelen in het Amsterdamse atelier waar nu museum Het Rembrandthuis is gevestigd.
Waar van veel werken van Rembrandt pas na jaren van onderzoek de echtheid kon worden vastgesteld, stond die bij dit paneeltje nooit ter discussie.
Het werk was onder anderen in eigendom van Ferdinand Bol (1616-1680), leerling van Rembrandt, die het verhaal zelf ook in een schilderij verwerkte.
Via hem kwam het in bezit van Jan Six (1618-1700), vriend van Rembrandt.

Kanttekeningen bij het verhaal



JHWH verscheen opnieuw aan Abraham, bij de eiken van Mamre. Op het heetst van de dag zat Abraham in de ingang van zijn tent. Toen hij opkeek, zag hij even verderop plotseling drie mannen staan. Onmiddelijk snelde hij de tent uit, naar hen toe. Hij boog diep en zei: 'Heer, wees toch zo goed uw dienaar niet voorbij te gaan. Ik zal wat water voor u laten halen zodat u uw voeten kunt wassen, maak het u hier onder de boom intussen gemakkelijk. Ik zal u ook iets te eten brengen, zodat u weer op krachten kunt komen voordat u verdergaat. Daarvoor bent u immers bij uw dienaar langsgekomen. Zij antwoordden: 'Wij nemen uw uitnodiging graag aan'. Abraham haastte zich naar de tent, naar Sara. 'Vlug,' zei hij, 'drie schepel fijn meel! Maak deeg en bak brood.' Daarna snelde hij naar de kudde, zocht een mooi kalf uit dat er mals uitzag, en gaf dat aan een knecht, die het onmiddellijk klaarmaakte. Hij haalde boter en melk, nam het gebraden kalf en zette alles aan zijn gasten voor. Terwijl zij aten, bleef hij bij hen staan onder de boom. 'Waar is Sara, ue vrouw?' vroegen zij hem. 'Daar, in de tent,' antwoordde hij. Toen zei een van hen: 'Ik kom over precies een jaar bij u terug en dan zal uw vrouw Sara een zoon hebben.' Sara, die in de ingang van de tent stond, achter de man, hoorde dat. Nu waren Abraham en zij op hoge leeftijd gekomen en de jaren dat een vrouw vruchtbaar is, lagen al ver achter haar. Daarom lachte ze in zichzelf. Zou de liefde voor mij dan nog weggelegd zijn? dacht ze. Ik ben immers verwelkt, en ook mijn man is al oud. Toen vroeg JHWH aan Abraham: 'Waarom lacht Sara, waarom vraagt ze zich af of ze op haar leeftijd nog wel een kind ter wereld kan brengen? Is ook maar iets voor JHWH onmogelijk? Op de vastgestelde tijd, over precies een jaar, kom ik bij je terug en dan heeft Sara een zoon.' Geschrokken ontkende Sara: 'Ik heb niet gelachen.' Maar hij zei: 'Ja, je hebt wel gelachen.'
(Genesis 18,1-15 - NBV 2004)

Genesis 18-19 en 21,1-7 is te beschouwen als één verhaalcomplex. Onderdelen daarvan vormden ooit afzonderlijke verhalen. Dat de losse verhalen zijn aangepast aan het grotere geheel blijkt uit het feit dat het eigenlijke uitgangspunt, de kinderloosheid van Abraham en Sara niet aan het begin staat, maar pas als tussenstuk ingelast is. Bovendien wordt het natuurlijke slotstuk, de geboorte van Izaak, pas in 21,1-7 vermeld. Bijzonder is dat de inleiding zo uitvoerig is dat ze overkomt als een zelfstandig verhaal. In 18,1-16a zijn feitelijk twee verhalen tot één samengevoegd: een verhaal over bezoek van vreemdelingen die een gastvrije ontvangst met een geschenk belonen en een verhaal over een belofte van een godsgezant aan een kinderloos echtpaar omtrent een zoon als redding in nood. Van beide verhalen bestaan er vele parallelle verhalen. Goden en/of godsgezanten brengen - al dan niet incognito - een bezoek aan bejaarde mensen, die hun gastvrij ontvangen. Te denken valt aan de Griekse sage over Filemoon en Baukis en in het Eerste Testament aan Rechters 13 (Simson); 1 Samuël 1 (Samuël); 2 Koningen 4 (zoon van de Sunammitische) en in het Tweede Testament: Lucas 1,15-25 (Johannes de Doper) en Lucas 1,26-38 (Jezus). En wat te denken van de rol die het verhaal heeft gespeeld in de iconografie? (Zie bijvoorbeeld hieronder bij de gerelateerde werken.
De samensmelting van twee verhalen is duidelijk merkbaar in de wisselingen tussen drie bezoekers en één bezoeker (=JHWH).
Het eerste verhaal tekent op meesterlijk wijze, de komst, de uitnodiging en het gastvrij onthaal van bezoekers. Milieu en levenswijze van nomade Abraham komen op verrassende wijze dichtbij. De lezer wordt deelgenoot van Abrahams ijverige optreden en de attente wijze waarop hij, staande tegenover zijn gasten hun bedient. Gastvrijheid heeft in een nomadencultuur grote betekenis, want kan een kwestie van leven of dood zijn. Bovendien komen vreemdelingen uit van elders en kunnen nieuws brengen.
Het tafereel begint met de onverwachte komst van drie vreemdelingen voor de tent van Abraham. De beginwoorden JHWH verscheen opnieuw aan Abraham zijn te beschouwen als een latere theologische interpretatie van het verhaal. Nu verraadt het ook al teveel van het mysterieuze bezoek. Het is de zesde keer dat JHWH zich aan Abraham laat zien en de vraag rijst nu of er betekenis gehecht moet worden aan het feit dat het een verschijning in drieën betreft. Het spreekt voor zich dat alle theorieën over de Drie-eenheid die hierop gebaseerd zijn van christelijke (dus in de tekst niet bedoelde) oorsprong zijn. Deze samengestelde tekst wordt helderder wanneer we aannemen dat de drie gezanten elk met een eigen boodschap komen. De joodse Talmoed verklaart de drie als drie aartsengelen: Michael die de geboorte aankondigt, Rafael die Abraham genezing brengt van de besnijdenis en Gabriël die Sodom moet verwoesten.
Bij de eik van Mamre te Hebron had Abraham reeds een altaar voor JHWH opgericht (Genesis 13,18; 14,13; zie ook 35,27). De pleisterplaatsen tijdens Abrahams reisroute betekenen telkens een hoopvolle belofte. De plaatselijke omstandigheden zijn ook nu dus weer rijp voor een Godsverschijning. In Genesis 15,12 verscheen JHWH bij zonsondergang terwijl Abraham sliep. Nu komen vreemdelingen op het heetst van de dag, de toenmaals gebruikelijke wijze om een dagdeel aan te geven, dus juist op een tijdstip dat reizigers schaduw zoeken. Zij komen onverwacht bij Abraham staan, terwijl hij voor zijn tent zit, waar mensen in en uit gaan en voorbijgangers langs komen en iedereen met zijn dagelijkse beslommeringen in de weer is. Abraham nodigt hen direct uit. Omdat de vreemdelingen eerbetoon waardig kunnen zijn, buigt hij diep voor hun en spreekt hun aan met het meervoud adonaj, dus 'mijne heren'. Deze aanspreektitel kan echter ook op de Godsnaam slaan. Abraham biedt hen aan, dat ze zich de stoffige voeten kunnen wassen en dat ze in de schaduw (onder de boom) mogen uitrusten. Tot de beleefde omgangstaal zou je kunnen rekenen dat hij slechts brood aanbiedt, maar later een complete maaltijd laat toebereiden dat de vreemdelingen vervolgens opeten. Dit kun je toch wel opvatten als goddelijk anthropomorfie ten top: JHWH eet vlees en lust pannekoeken. We laten hier maar even in het midden hoe de verteller van dit verhaal zich voorstelt dat een pas geslacht kalf 'snel' tot spijs wordt toebereid: moet zo'n geslacht kalf niet minimaal 24 uur bewaard worden voordat het geschikt is voor consumptie?
De belofte van een zoon wordt gedaan aan Abraham. In de meeste parallellen van dit verhaal wordt de belofte van een zoon gedaan aan de moeder. Om die reden wordt Sara opgevoerd als degene die staat te luisteren. Met een biologische verklaring van dergelijke beloftes ga je de mist in. De kern ervan is: er is weer een toekomst nu er een zoon geboren gaat worden.

Gerelateerde werken

Rembrandt van Rijn (1606-1669)
Abraham en de engelen (1646)
Olieverf op paneeltje, 17 x 22 cm
Particuliere collectie (Verenigde Staten)