Paul Verheijen

SIXTIJNSE KAPEL

Gewelfhoeken

Vier heldenverhalen

In de vier pendentieven, ook zwikken geheten, in de hoeken van de Sixtijnse kapel staan uiterst dramatische taferelen afgebeeld.
Deze hebben betrekking op wonderbaarlijke of heroïsche episodes uit de geschiedenis van het joodse volk die in deze kapel nu symbool staan voor de hele christenheid.
Het zijn voorbeelden van deugdzaamheid en overwinning op een vijand in een schijnbaar hopeloze situatie.
Dit thema is waarschijnlijk door eigentijdse gebeurtenissen ingegeven.
Te denken valt dan aan bijvoorbeeld intriges in hofkringen.
Giorgio Vasari was in zijn Vite zeer lovend over deze vier voorstellingen.

A - David en Goliat


Michelangelo toont niet David die Goliat met zijn slinger doodt.
Hij kiest voor het moment erna, wanneer David het hoofd van Goliat afhakt.
Rechts kijken twee soldaten toe.
Michelangelo plaatste David boven het lijk van Goliat zodat er een driehoek ontstaat met de punt naar boven, omgekeerd aan de vorm van het pendentief.

Vasari:
In het ene slaat David, met zijn jongenskracht, zo hard hij kan het hoofd af van de reus over wie hij zegeviert, wat een uitdrukking van verbazing teweegbrengt bij een aantal soldaten rondom het strijdperk.
(1 Samuël 17)

B - Judit en Holofernes


Dit fresco is verdeeld in twee delen.
Rechts het lijk van de legeraanvoerder Holofernes zonder hoofd.
Uitgestrekt ligt hij in zijn tent.
Links Judit en haar dienstmeisje in het geel (symbool van de kerk?) dat vertrekt met het hoofd van Holofernes.
Judit draait zich om en kijkt voor de laatste keer naar het lijk en verbindt door deze houding beide delen van het fresco met elkaar: gewaagde onderneming en ontsnapping.
We zien het verweerde profiel van Holofernes' hoofd net vóór het discreet door Judit gaat worden bedekt.
Het hoofd is baardig, dreigend en met een platte neus.
Het wordt beschouwd als een zelfportret Michelangelo, maar is allesbehalve heroïsch.
Michelangelo schreef in zijn gedichten over zijn eigen uiterlijk in uiterst negatieve zin.
Hij zag zichzelf als erg lelijk en vond dat zijn gezicht een vorm had die angst aanjaagt.
Hij vergeleek zichzelf met een vogelverschrikker en schreef dat hij hoestte, snoof, spuwde, plaste, winden liet en zijn gebit verloor.

Vasari:
Zo ook verwondert men zich over de prachtige houdingen van de figuren die Michelanglo schilderde in het tafereel van Judit, in de andere hoek, waar het lichaam van Holofernes zonder hoofd ontwaakt, terwijl Judit de dode kop in een mand legt op het hoofd van haar oude dienstmaagd, die zo groot van gestalte is dat ze moet bukken om haar meesteres gelegenheid te geven erbij te kunnen en de kop goed te leggen; en terwijl Judit met haar handen de last helpt ondersteunen, tracht ze de kop te bedekken en intussen kijkt ze naar het onthoofde lichaam - dat, zo dood als het is, een been en een arm opheft en voor rumoer in de tent zorgt -, waarbij haar gezicht uitdrukking geeft aan een sterke vrees dat de dode met zijn rumoer de legerplaats zal doen ontwaken: voorwaar een bijzonder weloverwogen schildering.
(Judit 13)

C - Mozes en de bronzen slang


Toen het joodse volk tijdens de uittocht uit Egypte in de woestijn geplaagd werd door slangebeten, stelde Mozes een bronzen slang op.
Degenen die ernaar keken werden genezen.
Het verhaal werd opgevat als een allegorie op ketters die terugkeren tot het ware geloof.
Dit tafereel is een complexe voorstelling met meer dan twintig met gifslangen worstelende lichamen.
Michelangelo concentreerde zich volledig op deze kronkelende naakten - passend bij maniëristische kunstenaars - en liet een afbeelding van Mozes zelfs achterwege.

Net als de gekruisigde Haman op het tegenoverliggende pendentief, is de koperen slang een beeld van de kruisiging, en als zodanig een herinnering aan de door Christus gechonken verlossing, waarnaar Christus zelf ook verwijst:
De Mensenzoon moet hoog verheven worden, zoals Mozes in de woestijn de slang omhooggeheven heeft.
(Johannes 3,14)

Vasari:
Maar nog mooier en goddelijker dan dit en dan alle andere is het tafereel van de slangen van Mozes, in de hoek links boven het altaar; daarin namelijk ziet men het bloedbad dat de talloze slangen aanrichten door te bijten en te branden, en men wordt de koperen slang gewaar, door Mozes bevestigd aan een houten staak; in dit tafereel krijgt men een levendige indruk van de verschillende manieren waarop zij door de slangen gebeten zijn - en die geen enkele hoop meer hebben - doodgaan. Men ziet hoe het gruwelijke gif tallozen doet sterven in stuipen en in angst; om maar te zwijgen van hoe de slangen zich om armen en benen winden, zodat hun slachtoffers zich niet meer kunnen bewegen en blijven liggen zoals ze zijn gevallen; en dan zijn er nog de prachtige, wanhopig achterovergeworpen hoofden, die het uitschreeuwen. Niet minder fraai dan al deze figuren zijn zij die naar de slang kijken: al kijkende voelen ze hoe de pijn draaglijker wordt en het leven terugkeert, en hun blik getuigt van innige liefde; in hun midden ziet men een vrouw die ondersteund wordt, en de hulp die haar wordt geboden is even duidelijk waarneembaar als haar nood in deze zo plotselinge bange kwelling.
(Numeri 21,4-9)
Het donkere stuk in de punt van de zwik is na de restauratie van de fresco's in 1994 ontstaan; de restaurateurs wilden hiermee laten zien hoe donker de fresco's waren vóór men aan het herstel begon door deze rechthoek niet te behandelen.

D - Ester en de bestraffing van Haman


Rechts op dit fresco zien we Ahasverus in zijn bed, waarin hij niet kon slapen en uit zijn kronieken wordt voorgelezen, waarin vermeld staat over de aanslagpoging op hem die vanwege Moredechai was mislukt.
(Ester 6,1-3)

Links zien we het banket dat Ester organiseerde voor koning Ahasverus en Haman waarbij zij vertelt van de snode plannen van Haman, waarna Ahasverus zich keert tegen Haman.
(Ester 7,1-6)

Het 'banket' is door Michelangelo uiterst sober weergegeven.
De bijbeltekst schrijft dat Haman 'kromp van schrik ineen', maar op het fresco lijkt het alsof hij wil zeggen dat Ester leugens verkondigt en hij er letterlijk zijn handen van afhoudt.
Voor de donkere rechthoek op het gewaad van Haman: zie de tekst bij de bronzen slang.

Deze twee delen van dit fresco worden gescheiden door de centrale, dramatische figuur van de opgehangen Haman.
(Ester 7,9-10)

Deze grote vijand van het joodse volk heeft Michelangelo niet afgebeeld aan een galg wat de meeste kunstenaars deden, maar aan een gevorkte boom.
Dit is in aansluiting bij de Latijnse Vulgaatvertaling die spreekt over een lignum, een stuk hout.
Maar deze grote vijand van het joodse volk is doordat de boom, het hout, gevorkt is, te zien in een houding die gewoonlijk wordt geassocieerd met de gekruisigde Christus.
De grote vraag is nu of Michelangelo dit bewust of onbewust zo heeft uitgebeeld.
Theologen die menen dat dit bewust gebeurd is, wijzen erop dat na de kruisiging van zowel Haman als Christus een 'verlossing' volgde.
Dit zou ook de reden kunnen zijn waarom de scène (en die van de bronzen slang) is afgebeeld bij de muur waar het altaar zich bevindt.
Opmerkelijk is verder dat van de kruisiging van Haman veel voorstudies bewaard zijn gebleven, meer dan van welk ander tafereel op het plafond.

De twee anonieme door Michelangelo aan het verhaal toegevoegde toeschouwers tussen beide delen hebben de functie de executie van de naakte figuur een grotere illusionistische diepte te geven.

Vasari:
Ook in het andere tafereel, waar Ahasverus in bed in zijn annalen ligt te lezen, treft men heel fraaie figuren aan: onder meer ziet men drie figuren die aan een tafel zitten te eten, voorstellende de raad die werd gehouden om het joodse volk te bevrijden en Haman op een paal te spietsen; de figuur van Haman werd door Michelangelo buitengewoon goed in verkorting uitgevoerd, want hij gaf de boomstam weer waartegen Hamans lichaam staat opgericht, waarbij zijn arm naar voren reikt, niet geschilderd maar levend en naar buiten stekend, zoals hij ook een been naar voren brengt, terwijl andere lichaamsdelen naar binnen wijken; van alle moeilijke en mooie figuren is dit beslist de mooiste en de moeilijkste.
Michelangelo (1475-1564)
Heroïsche episodes joodse volk (circa 1508-12)
Vier fresco's
Vaticaanstad - Sixtijnse kapel (pendentieven)