Paul Verheijen

BOTTICELLI

Aanbidding der wijzen

De Medici als koningen

Dit altaarstuk werd geschilderd voor de grafkapel van Gaspare di Zanobi del Lama (ook gespeld als Guasparre dal Lami), agent van het bankiersgilde, waartoe ook De'Medici-familie behoorde, in de kerk van Santa Maria Novella in Florence. Het is een openbaar eerbetoon aan deze familie, met wie Botticelli contact had. Omdat een van de drie koningen in de traditie Caspar is gaan heten, zal dit het onderwerp voor het altaarstuk hebben bezorgd.
Giorgio Vasari meldt hierover in zijn Vite:
Het verbeeldt de aanbidding der koningen, en men wordt een grote gemoedsbeweging gewaar bij de oudste koning, die smeltend in vertedering de voet van Onze Heer kust, terwijl hem heel goed is aan te zien dat hij een verschrikkelijk lange reis achter de rug heeft; en de figuur van deze koning is het portret van Cosimo De'Medici (de Oude), en het is het sprekendste en best gelijkende portret dat van hem tegenwoordig nog te vinden is. De tweede koning is Giuliano De'Medici, de vader van paus Clemens VII, en men ziet hoe hij uiterst aandachtig en met een vroom gemoed het Kind eer bewijst en het zijn geschenk aanreikt. De derde, eveneens geknield, maakt de indruk het Kind aanbiddend dank te betuigen en het te erkennen als de ware Messias: dit is Giovanni, de zoon van Cosimo. En onbeschrijflijk is de schoonheid die Sandro in de hier afgebeelde hoofden heeft gelegd, die in verschillende houdingen zijn weergegeven (de een en face, de ander en profil, een derde en trois quarts, een vierde gebogen, en nog anderszins), en ook de verscheidenheid in uitdrukkingen van zowel oude als jonge mannen, en daarbij al die merkwaardige bijzonderheden waaruit blijkt hoe volmaakt zijn meesterschap was, zoals hij bijvoorbeeld de hofhoudingen van de drie koningen zo onderling verschillend heeft gemaakt dat men begrijpt wie de dienaren van de een zijn en wie die van de ander: voorwaar een schitterend werk, zo mooi gedaan, zowel waar het gaat om het koloriet als om het ontwerp en de compositie, dat tegenwoordig elke kunstenaar zich erover verbaast.
De opname van de Medici-portretten laat zien hoe invloedrijk de familie destijds was in de Italiaanse samenleving. De'Medici's waren lid van de Confraternita o compagnia dei Magi, ook wel La stella genoemd, naar de ster van Betlehem. Dit broederschap organiseerde jaarlijks festiviteiten met Driekoningen. Tot wel 700 mensen namen deel aan een processie door de straten van Florence om de aanbidding van de wijzen te herdenken. Met een spectaculaire viering in 1468, waarbij de stad zelf één groot toneeldecor werd, bereikte de verering van de Wijzen een hoogtepunt. Gedurende de viering droegen de jonge leden maskers die versierd waren met de gezichten van hun vaders en imiteerden ze hun daden en gewoonten. De rollen van de middelste en oudste koning werden ook vervuld door jonge mannen in soortgelijke vermommingen. Door hun theatrale imitatie van de oudere mannen lieten de leden van de jongere generatie zien dat zij de maatschappelijke positie wilden bereiken die hun vaders nog steeds bekleedden en met hand en tand verdedigden.
Drie leden van De'Medici, aldus Vasari, zijn in het schilderij dus gekleed als de drie oosterse koningen.
Het is ook mogelijk dat hun portretten werden gebruikt om de wens naar goddelijke bescherming voor de Medici-familie over te brengen. Of Botticelli's intieme relaties met de gebroeders Medici de rijke Gaspare in staat stelden de portretten van hun verwanten in zijn altaarstuk te introduceren, of dat Gaspare blij was met deze gelegenheid om deze machtige personages een gracieus compliment te geven, is moeilijk te zeggen. Het is echter duidelijk uit de grote moeite die Botticelli met deze figuren besteedde, dat dit een belangrijk deel van de taak vormde.

De drie Medici die Vasari noemt, waren alledrie al overleden toen Botticelli dit paneel maakte.
Er zijn vermoedelijk meer personen geschilderd, die toen nog wel leefden: Giuliano, een zoon van Piero (staand rechts van Giovanni, in donker gewaad), en Lorenzo il Magnifico, een andere zoon van Piero en op dat moment de machtigste man van Florence. Hij is de aanvoerder van de groep links, in licht gewaad en met hoed.
Leunend tegen Giuliano aan, staat de dichter Poliziano met de erudiete Pico della Mirandola naast hem.
De man rechts, die ons aankijkt, is waarschijnlijk Sandro Botticelli zelf.
De opdrachtgever Gaspare is te zien in het midden van de groep figuren die zich rechts van de centrale scène bevinden. Hij wordt afgebeeld als een oudere man met witgrijs haar die een blauw gewaad draagt en ook oogcontact maakt met de kijker.
Over al deze identificaties bestaat echter geen unanimiteit onder kunsthistorici.

Pracht en praal

Het verhaal van de Aanbidding der Wijzen werd talloze malen geschilderd in de vijftiende eeuw door kunstenaars. Botticelli kreeg minstens zeven keer de opdracht het te schilderen. Beschermheren en schilders in heel Europa voelden zich bijzonder aangetrokken tot dit verhaal, vooral in Florence. Men neemt aan dat Leonardo Da Vinci dit werk van Botticelli als voorbeeld heeft genomen voor zijn versie van de Aanbidding der koningen.
Rijke beschermheren voelden zich mogelijk bijzonder aangetrokken tot de vertoning van rijkdom en pracht die werd getoond in de dure en exotische kleding en geschenken van de wijzen. In Florence waren veel beschermheren zelf betrokken bij de internationale handel, ook met delen van de islamitische wereld.
De scène speelt zich af in een landschap met klassieke ruïnes uit de Grieks-Romeinse tijd, zoals de klassieke arcade links op de middelste achtergrond. Maria, Jozef en het Kind zitten op een van deze klassieke ruïnes, die diende als geïmproviseerde kribbe. Groen groeit uit de scheuren in de ruïne en rechts zit een pauw. De ster van Betlehem straalt gouden stralen uit aan de bovenkant van het schilderij, waardoor Maria en Kind worden geraakt. We zien solide, stevige figuren en intense, verzadigde kleuren, vooral rood. Deze elementen hielpen het schilderij op het altaar op te vallen, omdat het gedempt werd door de beperkte verlichting. Na zonsondergang werd het schilderij waarschijnlijk bekeken bij kaarslicht, wat er mogelijk voor gezorgd heeft dat de rode tinten warm werden en leken te gloeien.

Anders

'De Ander' of 'Het Andere' zijn termen die tegenwoordig door kunsthistorici worden gebruikt om te beschrijven hoe Europese kijkers onbekende volkeren en buitenlanders, waaronder moslims, joden en volkeren uit het Oosten, als objecten beschouwen. Identificeerbare kleding was een van de belangrijkste manieren waarop de 'Ander' werd afgebeeld. Zo schildert Botticelli veel figuren met verschillende soorten textiel met gouden banden op de schouders en zomen. Deze verwijzen waarschijnlijk naar Aziatische textielsoorten die bekendstaan als 'tartaardoeken' of islamitische tiraz - textielsoorten met inscripties. Luxe textielsoorten uit Azië en islamitische landen verleenden eer en glorie aan afbeeldingen van heilige figuren en aan de beschermheer.

Een andere manier waarop het idee van 'Het Andere' wordt gedemonstreerd, is door de opname van zeldzame en exotische objecten. De geschenken die de koningen aanbieden, verwijzen waarschijnlijk naar objecten in zowel koninklijke als kerkelijke collecties, evenals naar die luxeartikelen uit verre landen die verkrijgbaar waren op markten in Florence.
Sandro Botticelli (±1445-1510)
Adorazione dei Magi (1472-75)
Tempera op hout, 111 x 134 cm
Florence - Uffizi
2016 Paul Verheijen / Nijmegen