Paul Verheijen

BRANCACCI KAPEL

Afbeelding 05 - Doop Neofieten

Bijbel

Volksgenoten, u zult mij wel toestaan dat ik over de aartsvader David zeg dat hij gestorven en begraven is; zijn graf bevindt zich immers nog steeds hier. Maar omdat hij een profeet was en wist dat God hem onder ede beloofd had dat een van zijn nakomelingen zijn troon zou bestijgen, heeft hij de opstanding van de messias voorzien en gezegd dat deze niet aan het dodenrijk zou worden overgeleverd en dat zijn lichaam niet tot ontbinding zou overgaan. Jezus is door God tot leven gewekt, daarvan getuigen wij allen. Hij is door God verheven, zit aan zijn rechterhand, en heeft van de Vader de heilige Geest ontvangen, zoals beloofd was. Die Geest heeft Hij over ons uitgegoten, en dat is wat u ziet en hoort. David is weliswaar niet naar de hemel opgestegen, maar toch zegt hij:
De Heer sprak tot mijn Heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand, tot Ik van je vijanden een bank voor je voeten heb gemaakt.’
Laat het hele volk van Israël er daarom zeker van zijn dat Jezus, die u gekruisigd hebt, door God tot Heer en messias is aangesteld.’
Toen ze dit hoorden, waren ze diep getroffen en vroegen aan Petrus en de andere apostelen: ‘Wat moeten we doen, broeders?’ Petrus antwoordde: ‘Kom tot inkeer en laat u allen dopen in de naam van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor uw zonden. Dan zal de heilige Geest u geschonken worden, want voor u geldt deze belofte, evenals voor uw kinderen en voor allen die ver weg zijn en die de Heer, onze God, tot zich zal roepen.’ En met nog veel meer woorden legde hij getuigenis af, waarbij hij een dringend beroep op zijn toehoorders deed met de woorden: ‘Laat u redden uit deze verdorven generatie!’
Degenen die zijn woorden aanvaardden, lieten zich dopen; op die dag breidde het aantal leerlingen zich uit met ongeveer drieduizend. Ze wijdden zich trouw aan het onderricht dat de apostelen gaven, aan de onderlinge gemeenschap, het breken van het brood en het gebed.

(Handelingen van de apostelen 2:29-41)

Moeilijk zichtbare details

Hoewel dit fresco slechts twaalf neofieten toont die alleen door Petrus worden of zijn gedoopt, lijkt de rij dopelingen rechts door te lopen tussen de bergen. Het koude, stromende water van de beek bedekt de benen van de knielende neofiet. Petrus giet het doopwater met een zaaibeweging uit de beek op het hoofd van de jongeman, waardoor talloze bubbels ontstaan ​​die zijn haar bevochtigen, waarna het water terugstroomt en ook op het oppervlak van de beek bubbels achterlaat.
Dit zijn details die van onderaf moeilijk te zien zijn, zoals de stoppels op de kin van een van de figuren die bij de doop aanwezig zijn of het oor dat door de tulband wordt samengedrukt bij de neofiet geheel links. Een van de neofieten in het lichtblauwe gewaad is bezig dit dicht te knopen, terwijl zijn haar nog nat is. Giorgio Vasari waardeerde vooral de rillende bijna naakte neofiet rechts.

Giorgio Vasari

In het tafereel waar Petrus aan het dopen is, valt vooral een naakt te waarderen dat tussen de andere dopelingen staat te rillen en te huiveren van de kou, dat heel mooi met diepte en in gracieuze stijl is uitgevoerd, en door zowel de oude als de moderne kunstenaars altijd bewonderd en in ere is gehouden; vandaar dat tot op de huidige dag een aanhoudende, eindeloze stroom tekenaars en meesters deze kapel heeft bezocht, waar nog enige zeer levende koppen te zien zijn, zo mooi dat men wel kan zeggen dat geen enkele meester uit die periode zo dicht de modernen is genaderd als hij. Daarom verdient hij voor zijn inspanningen zeer veel lof, te meer daar zijn meesterschap de grondslag heeft gelegd voor de schone stijl van zijn eigen tijd. En hoe waar dit is, blijkt uit het feit dat schilders en beeldhouwers die sinds die zijn tijd naar deze kapel zijn gekomen om er te studeren en zich te bekwamen, voortreffelijke en vermaarde meesters zijn geworden.
Giorgio Vasari noemt dan 25 kunstenaars onder wie 'de goddelijke Michelangelo Buonarotti'. En bij diens levensbeschrijving meldt Vasari in zijn Vite dat Michelangelo maandenlang in de Carmine tekeningen maakte van de fresco's van Masaccio.
Diens schilderingen werden door hem zo oordeelkundig nagetekend dat het de kunstenaars en alle anderen versteld deed staan, zodanig dat het hem niet alleen een goede naam bezorgde, maar ook andermans nijd. Men zegt dat Torrigiano, die vriendschap met hem had aangeknoopt, vervolgens afgunstig werd toen hij zag dat Michelangelo beter was in de kunst en meer eer ontving dan hij, en hij bespotte hem en sloeg hem zo hard op zijn neus dat deze ongelukkigerwijs brak en werd platgedrukt, waardoor Michelangelo levenslang getekend bleef.

Michelangelo (1475-1564), tekening met bruine inkt, 33 x 20 cm (Parijs - Particuliere collectie)
Masaccio (Tommaso di Giovanni Casaio) (1401-1428)
05 - Battesimo dei neofiti (±1425)
Fresco, 260 x 170 cm
Florence - Santa Maria del Carmine (Brancaccikapel)
2016 Paul Verheijen / Nijmegen