Paul Verheijen

BRANCACCI KAPEL

Afbeelding 06 - Genezing lamme & opwekking Tabita

Schijnbaar alledaags tafereel

Op een dag gingen Petrus en Johannes zoals gewoonlijk omstreeks het negende uur naar de tempel voor het namiddaggebed. Men had ook een man die al sinds zijn geboorte verlamd was naar de tempel gebracht; hij werd daar elke dag neergelegd bij de poort die de Schone heet, om te bedelen bij de bezoekers van de tempel. Toen hij zag dat Petrus en Johannes de tempel wilden binnengaan, vroeg hij om een kleinigheid. Petrus richtte zijn blik op hem, evenals Johannes, en zei: ‘Kijk ons aan.’ De bedelaar keek naar hen op, in de verwachting iets van hen te krijgen. Maar Petrus zei: ‘Zilver of goud heb ik niet, maar wat ik wel heb, geef ik u: in de naam van Jezus Christus van Nazaret, sta op en loop.’ Hij pakte hem bij zijn rechterhand om hem overeind te helpen. Onmiddellijk kwam er kracht in zijn voeten en enkels. Hij sprong op, ging staan en begon te lopen. Daarna ging hij samen met hen de tempel binnen, lopend en springend en God lovend. Alle tempelbezoekers zagen hem lopen en hoorden hem God loven. Ze herkenden hem als de bedelaar die altijd bij de tempelpoort had gezeten en waren buiten zichzelf van verbazing over wat er met hem was gebeurd.
(Handelingen van de apostelen 3:1-10)

In Joppe woonde een leerlinge die Tabita heette, in onze taal is dat Dorkas. Ze deed veel goeds voor anderen en gaf vaak geld aan de armen. Maar juist in die tijd werd ze ziek en stierf. Ze werd gewassen en in het bovenvertrek opgebaard. Omdat Lydda dicht bij Joppe ligt, stuurden de leerlingen, die gehoord hadden dat Petrus daar was, twee mannen naar hem toe met het dringende verzoek om direct te komen. Petrus ging meteen met hen mee. Na zijn aankomst werd hij naar het bovenvertrek gebracht, waar de weduwen om hem heen kwamen staan en hem huilend de tunica’s en mantels lieten zien die Dorkas nog maar pas gemaakt had. Petrus stuurde iedereen weg, waarna hij knielde om te bidden. Na het gebed draaide hij zich om naar het lichaam en zei: ‘Tabita, sta op!’ Ze opende haar ogen, en toen ze Petrus zag ging ze rechtop zitten. Hij nam haar bij de hand en hielp haar opstaan, en toen hij de heiligen en de weduwen weer binnengeroepen had, liet hij hun zien dat ze weer leefde. Dit voorval werd in heel Joppe bekend en velen kwamen tot geloof in de Heer. Petrus bleef nog enige tijd in Joppe, bij een zekere Simon, een leerlooier.
(Handelingen van de apostelen 9:36-43)
Deze twee episodes spelen zich volgens Masolino af op dezelfde plek en in dezelfde stad, hoewel ze zich volgens het bijbelverhaal op verschillende tijdstippen en locaties afspelen. Links is de episode van de genezing van de kreupele man te zien en rechts de opstanding van Tabita.
Op het plein in het midden van de scène scheiden en verbinden twee elegant geklede figuren de twee wonderen, die door de aanwezigheid van deze figuren en de mensen in de buurt van de gebouwen de sfeer van een alledaagse gebeurtenis in de stad krijgen.
Het tafereel lijkt sprekend op een plein in Florence. Het zou bijvoorbeeld een herinterpretatie van Piazza della Signoria kunnen zijn, als de tempelportiek aan de rechterkant wordt gezien als een verwijzing naar de Loggia van Orcagna. Ook andere elementen versterken dit gevoel van alledaagsheid: de vazen ​​op de vensterbanken, de was die te drogen hangt, de mensen voor de ramen, de beugels en horizontale palen aan de gebouwen.
Masolino (Tommaso di Cristoforo Fini) (1383-1440)
06 - Guarigione dello storpio e resurrezione di Tabita (±1425)
Fresco, 260 x 599 cm
Florence - Santa Maria del Carmine (Brancaccikapel)
2016 Paul Verheijen / Nijmegen