Albrecht Dürer toont de toeschouwer een close-up van de scène, die zich afspeelt tegen een zwarte achtergrond en is opgebouwd uit dicht op elkaar geplaatste half-figuren, zonder enige aanduiding van de ruimtelijke omgeving. Ondanks de dichte ruimtelijke gelaagdheid zijn drie niveaus te onderscheiden die trapsgewijs naar achteren lopen.
Op de voorgrond bevinden zich links en rechts twee mannen met baarden die boeken vasthouden. Op het voorhoofd van de linker schriftgeleerde staat geen betrouwbaar leesbare tekst. Ze wordt doorgaans geïnterpreteerd als een verwijzing naar de tefillien, de joodse gebedsriem. De afzonderlijke letters zijn echter door Dürer niet duidelijk genoeg weergegeven voor een zekere transcriptie. Op de gebedsriem zit een doosje met vier teksten. Onder de knop LEES MEER zijn deze te lezen.
Hij zei tegen Mozes: ‘Wijd alle eerstgeborenen aan Mij; alles wat bij de Israëlieten of bij hun vee als eerste de moederschoot verlaat behoort Mij toe.’ Mozes zei tegen het volk: ‘Blijf deze dag gedenken, de dag waarop u weggetrokken bent uit Egypte, dat slavenland, want met krachtige hand heeft de HEER u daaruit bevrijd. Er mag dan niets gegeten worden dat zuurdesem bevat. Deze dag, de dag van uw uittocht, valt in de maand abib. Als de HEER u eenmaal in het gebied van de Kanaänieten, de Hethieten, Amorieten, Chiwwieten en Jebusieten gebracht heeft, in het land dat Hij onder ede aan uw voorouders beloofd heeft, een land dat overvloeit van melk en honing, neem dan steeds in deze maand het volgende gebruik in acht: Eet zeven dagen lang ongedesemd brood, en vier op de zevende dag feest ter ere van de HEER. Niet alleen moet u die zeven dagen ongedesemd brood eten, ook mag er in het hele land geen gedesemd brood of zuurdesem bij u te vinden zijn. En vertel uw kinderen die dag: “Zo gedenk ik wat de HEER voor mij heeft gedaan toen ik wegtrok uit Egypte.” Laat dit gebruik zijn als een herinneringsteken om uw arm en op uw voorhoofd, zodat de wetten van de HEER voortdurend op uw lippen zijn. De HEER heeft u immers met sterke hand uit Egypte bevrijd. Ieder jaar opnieuw moet u dit gebruik op de vastgestelde tijd in acht nemen.
Als de HEER u in het land van de Kanaänieten gebracht heeft, zoals Hij u en uw voorouders onder ede heeft beloofd, en als Hij u dat land in bezit heeft gegeven, dan moet u alles wat als eerste de moederschoot verlaat aan de HEER afstaan. Alle eerstgeboren mannelijke dieren die uw vee werpt, moeten aan de HEER gegeven worden. Elk eerstgeboren veulen van een ezel moet u vrijkopen met een lam. Koopt u het niet vrij, dan moet u het de nek breken. Ook elke eerstgeboren zoon moet u vrijkopen. En als een van uw kinderen u later vraagt: “Waarom doen wij dit?”, dan moet u dit antwoord geven: “Met krachtige hand heeft de HEER ons bevrijd uit Egypte, uit de slavernij. Toen de farao weigerde ons te laten gaan, heeft de HEER alle eerstgeborenen in Egypte, van de mensen en van het vee, gedood. Daarom offer ik de HEER alle mannelijke dieren die als eerste de moederschoot verlaten en koop ik elke eerstgeboren zoon vrij.” Laat dit gebruik zijn als een teken om uw arm en een band op uw voorhoofd, om u eraan te herinneren dat de HEER ons met krachtige hand uit Egypte heeft bevrijd.’ (Exodus 13:1-10 en Exodus 13:11-16)
Luister, Israël: de HEER, onze God, de HEER is de enige! Heb de HEER, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht. Houd de geboden die ik u vandaag opleg steeds in gedachten. Prent ze uw kinderen in en spreek er steeds over, thuis en onderweg, als u naar bed gaat en als u opstaat. Draag ze als een teken om uw arm en als een band op uw voorhoofd. Schrijf ze op de deurposten van uw huis en op de poorten van de stad.
Als u de geboden gehoorzaamt die ik u vandaag voorhoud, en de HEER, uw God, liefhebt en Hem met hart en ziel dient, belooft de HEER: ‘Ik zal jullie land op de juiste tijd regen geven, in het najaar en in het voorjaar. Je zult je oogst binnenhalen, graan, wijn en olie, en Ik zal groene weiden geven voor je vee. Je zult er volop te eten hebben.’ Maar pas op: laat u er niet toe verleiden van de juiste weg af te wijken, voor andere goden neer te knielen en ze te vereren. Want dan zal de HEER in woede tegen u ontsteken en de hemel sluiten. Er zal geen regen meer vallen en de hele oogst zal mislukken, en u zult spoedig verdreven worden uit het goede land dat de HEER u zal geven.
Houd mijn woorden dus in gedachten, maak ze u eigen, draag ze als een teken om uw arm en als een band op uw voorhoofd. Prent ze uw kinderen in en spreek er steeds over, thuis en onderweg, als u naar bed gaat en als u opstaat. Schrijf ze op de deurposten van uw huis en op de poorten van de stad. Dan zullen u en uw kinderen lang mogen wonen in het land dat de HEER uw voorouders onder ede heeft beloofd, zolang de hemel boven de aarde staat. (Deuteronomium 6:4-9 en Deuteronomium 11:13-21)
Op het strookje papier dat uit het boek van deze leraar steekt staat:
1506 AD [in legatuur] opus quinque dierum, 'werk van vijf dagen'.
Maakt deze informatie duidelijk dat dit schilderij uiteindelijk onvoltooid is gebleven? Of wilde Dürer hier benadrukken dat hij vertrouwde op een snelle, virtuoze uitvoering in plaats van op tijdrovende, fijn uitgewerkte schilderkunst?
In de middelste zone fungeert de twaalfjarige Jezus als hoofdfiguur. Hij telt zijn argumenten op zijn vingers af en wordt geflankeerd door twee schriftgeleerden. Rechts zien we een oudere leraar zonder baard in profiel, met een witte kap, wiens bleke, gebarende handen dicht bij die van Jezus komen en samen met die van hem een decoratief geheel van handen vormen. Links staat een leraar die zijn opengeslagen boek bestudeert.
Op de achtergrond zijn slechts twee hoofden zichtbaar van een jongeman aan de linkerkant en een man met een baard aan de rechterkant, die frontaal wordt weergegeven. De schilderkunstige uitwerking van de twee koppen op de achtergrond en de kostuums lijken weliswaar aangezet, maar nooit voltooid, waar de 'vijf dagen' van de signatuur op zouden kunnen duiden.
Het centrale motief is het contrast tussen de knappe, jeugdige Jezus en de gespannen, grimmige gelaatstrekken van de oude geleerden. Hun trekken zijn tot karikatuur overdreven, vooral het hoofd in profiel dat zich direct naast Jezus bevindt. Dürer zal in Italië ongetwijfeld bekend zijn geraakt met de traditie van de teste grottesche, groteske hoofden, op werken van bijvoorbeeld Leonardo da Vinci. Kunstenaars overdreven bewust menselijke gezichten om een komisch of satirisch effect te creëren.
De specifieke omstandigheden waaronder dit schilderij tot stand kwam – of het bijvoorbeeld om een opdrachtwerk ging – zijn niet bekend.
Studies
Hieronder een compilatie van vier studies voor dit schilderij. Ze worden bewaard in het Albertina in Wenen (A) en het Germanisches Nationalmuseum in Neurenberg (B).
1 - Hoofd 12-jarige Jezus Carta azzurra, 27 x 21 cm (A)
2 - Handen 12-jarige Jezus Carta azzurra, 21 x 19 cm (B)
3 - Hand met boek Carta azzurra, 19 x 25 cm (A)
4 - Handen met boeken Carta azzurra, 25 x 42 cm (B)
Albrecht Dürer (1471-1528)
Christus unter den Schriftgelehrten (1506)
Olieverf op paneel, 64 x 80 cm
Madrid - Museo Thyssen-Bornemisza