Paul Verheijen

ALBRECHT DÜRER

Maria Lactans

Tanden

Albrechts Dürers Madonna's, die over een periode van twee decennia ontstonden, lijken allemaal sterk op elkaar. Maar wat op dit paneeltje (linkerafbeelding) opvallend afwezig is, is dat de moeder haar linkerhand gebruikt om het kind te ondersteunen. Op de ondertekening is nog een duim te zien die de bovenarm van Jezus omvat, maar Dürer verwijderde deze tijdens het schilderen. Oorspronkelijk was hij van plan de andere duim de borst te laten vasthouden, maar uiteindelijk besloot hij ook die weg te laten. Op een negen jaar later gemaakte tekening (rechterafbeelding) met hetzelfde onderwerp zijn beide handen van de Maagd te zien.

Dürer toont op het paneeltje - vermoedelijk bedoeld voor privédevotie - echter niet veel meer dan een buste van de Maagd, die het Christuskind – dat inmiddels enkele weken of maanden oud is – de borst geeft. Haar blik is neergeslagen, maar niet op het hoofd van het kind gericht. Haar mond staat iets open, waardoor de voortanden achter haar tere, roze lippen zichtbaar zijn. Het tonen van tanden – hoe discreet ook – werd lange tijd afgekeurd als een ongepaste gewoonte van de laagste standen en werd gebruikt om figuren met een negatieve bijklank te typeren. Deze afwijking van de conventie hangt mogelijk samen met Dürers belangstelling voor de uiteenlopende expressieve mogelijkheden van het menselijk gezicht.

Er is maar weinig van het kind te zien: de linkerhand, die aarzelend tast naar de naad van de mantel van zijn moeder – die opzij is geschoven –, zijn blonde donshaar en, slechts heel vaag, zijn verloren profiel. De Maagd houdt haar borst met haar rechterhand op zijn plaats.

Tegen een diepzwarte achtergrond doen de figuren denken aan een subtiel gekleurd albasten reliëf. Sterkere kleuraccenten zijn te zien in Maria's golvende haar, het rood van haar mantel en het gele hemdje van het kind.
Albrecht Dürer (1471-1528)
Maria das Kind stillend
Olieverf op paneel, 24 x 18 cm (1503)
Tekening, 42 x 29 cm (1512)
Wenen - Kunsthistorisches Museum
2016 Paul Verheijen / Nijmegen