Welke Johannes?De naam Johannes wordt in het Tweede Testament van de Bijbel gegeven aan vijf verschillende personen:
Zie op deze website bijvoorbeeld:
|
||||||
Aankondiging geboorte aan ZachariasToen Herodes koning van Judea was, leefde er een priester die Zacharias heette en tot de priesterafdeling van Abia behoorde. Zijn vrouw, Elisabet, stamde af van Aäron. Beiden waren rechtvaardig in Gods ogen en leidden een onberispelijk leven, geheel volgens de geboden en wetten van de Heer. Ze hadden geen kinderen, want Elisabet was onvruchtbaar, en beiden waren al op leeftijd. |
||||||
Geboorte en besnijdenisToen de dag van haar bevalling was aangebroken, bracht Elisabet een zoon ter wereld. Haar buren en verwanten hoorden hoe barmhartig de Heer voor haar was geweest, en ze verheugden zich samen met haar. Op de achtste dag kwamen ze het kind besnijden, en ze wilden het Zacharias noemen, naar zijn vader. Maar zijn moeder zei: ‘Nee, Johannes zal hij heten!’ Ze zeiden tegen haar: ‘Er is niemand in je familie die zo heet.’ Ze beduidden zijn vader te laten weten hoe hij het kind wilde noemen. Hij vroeg om een schrijftablet en schreef erop: ‘Johannes is zijn naam.’ Iedereen was verbaasd. En meteen werd zijn tong losgemaakt en zijn mond geopend, en hij begon te spreken en God te loven. Alle omwonenden waren diep onder de indruk, en in heel het bergland van Judea werden deze gebeurtenissen besproken. Ieder die het hoorde bleef erover nadenken en vroeg zich af: Hoe zal het verdergaan met dit kind? Want de hand van de Heer steunde hem. Zijn vader Zacharias werd vervuld van de heilige Geest en sprak deze profetie: ‘Geprezen zij de Heer, de God van Israël, Hij heeft zich over zijn volk ontfermd en het verlost. Een reddende kracht heeft Hij voor ons opgewekt uit het huis van David, zijn dienaar, zoals Hij van oudsher heeft beloofd bij monde van zijn heilige profeten: bevrijding uit de hand van onze vijanden, uit de greep van allen die ons haten. Zo toont Hij zich barmhartig jegens onze voorouders en herinnert Hij zich zijn heilig verbond: de eed die Hij gezworen had aan Abraham, onze vader, dat wij, bevrijd van onze vijanden en vrij van angst, Hem dienen zouden, oprecht en toegewijd, ons leven lang. En jij, mijn kind, jij zult genoemd worden: profeet van de Allerhoogste, want voor de Heer zul je uit gaan om de weg voor Hem gereed te maken, en om zijn volk bekend te maken met hun redding door de vergeving van hun zonden. Dankzij de liefdevolle barmhartigheid van onze God zal het stralende licht uit de hemel zich over ons ontfermen en schijnen over allen die in duisternis verkeren, in de schaduw van de dood, zodat we onze voeten kunnen zetten op de weg van de vrede.’ Het kind groeide op en werd gesterkt door de Geest. Johannes leefde in de woestijn tot de dag aanbrak waarop hij zich kenbaar maakte aan het volk van Israël. |
||||||
OptredenJohannes de Doper wordt in de geschriften van het Tweede Testament voorgesteld als ‘wegbereider’ van Jezus. Dat is ook in de kerken van het Oosten zijn naam: ho prodromos, 'de voorloper'.Met zijn ascetisch kleding en voeding (sprinkhanen en honing) en indringende boodschap werd hij een opvallende figuur in en buiten de woestijn van Juda (Matteüs 3:4 en Lucas 1:80). Bij de Jordaan riep hij in krachtige maar humane bewoordingen op tot bekering en tot de doop als teken daarvan (Lucas 3:10-14). De eindtijd naderde immers: de bijl lag al aan de wortel van de boom (Matteüs 3:10). Daarnaast wees hij op de komst van iemand die belangrijker zou zijn dan hijzelf en die in plaats van met water met vuur zou dopen (Matteüs 3:11-12). Velen kwamen onder de indruk van zijn verschijning en boodschap en lieten zich dopen, onder wie ook Jezus. Toen aan Johannes bij de doop van Jezus diens messiaanse zending geopenbaard werd, wees hij deze dopeling aan als het ware Lam Gods (Johannes 1:29). Jezus sloot zich bij Johannes aan tot hij zich van zijn eigen zending bewust was geworden. Zij bleven elkaar daarna respecteren en prezen elkaar zelfs bovenmatig (Matteüs 11:1-18; Johannes 3:25-30). Tussen hun leerlingen bestond soms rivaliteit. Johannes' tijdgenoten zagen in hem een profeet. Jezus zag echter meer dan dat: de bode van de komst van het messiaanse rijk (Matteüs 11:9-11). |
||||||
Banket-onthoofdingIn de eerste eeuw VGJ schreef de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius in zijn Ab Urbe Condita minachtend over een zekere consul Flaminius die een drink- en eetgelag organiseerde en daarvoor een courtisane uitnodigde, op wie hij smoorverliefd was. Tegenover deze beruchte vrouw schiep hij hevig op over de strengheid waarmee hij rechtzaken onderzocht en de velen die hij ter dood had veroordeeld, waarop de vrouw vroeg of ze niet eens zo'n executie mocht meemaken. Hierop beval de toegeefijke Flaminius een van de veroordeelden naar binnen te brengen en met het zwaard zijn hoofd af te slaan. Aldus maakte hij van deze executie een schouwspel voor een schaamteloze hoer, aldus Livius. Hieronder de bijbelse versies van Johannes' onthoofding.
Johannes' executie wordt in verband gebracht met het huwelijk van Herodes en Herodias. Johannes had daar kritiek op geuit, hoogstwaarschijnlijk in verband met het zogenaamde leviraats- of zwagerhuwelijk. Dat hield in dat wanneer een vrouw kinderloos weduwe werd, de broer van haar man met haar diende te huwen om nageslacht veilig te stellen (zie Deuteronomium 25:5-10). De kritiek van Johannes op Herodes was, dat zijn broer Filippus nog niet was overleden en zijn huwelijk met Herodias dus tamelijk prematuur en als onwettig beschouwd moest worden. De executie van Johannes wordt ingevuld als een onthoofding na een feestelijk banket, hoewel, volgens Matteüs, Herodes dat uit angst voor het volk in eerste instantie niet durfde. Het volk hield Johannes voor profeet.
De evangelist Markus is veel positiever over Herodes en meldt dat hij Johannes eigenlijk in bescherming wilde nemen. Herodias is echter het kwade genius. Opmerkelijk in bovenstaande synopsis is verder dat de evangelist Lucas Johannes' levenseinde slechts summier en fragmentarisch meldt en dat de vierde evangelist, Johannes, over Johannes' dood helemaal niets schrijft. De dochter heeft in de traditie de naam Salome gekregen. Het hoofd op een schotel is talloze malen uitgebeeld. Het komt zelfs op gemeentewapens voor (zie inzet wapen van Goirle). |
||||||
Flavius JosephusDe enige bron buiten de bijbel die Johannes de Doper noemt, is de joodse historicus Flavius Josephus. Johannes de Doper wordt door hem in verband gebracht met een conflict dat ontstond tussen de koning van Petra, Aretas, en Herodes. Herodes was jarenlang getrouwd met de dochter van Aretas, maar toen Herodes eens logeerde bij zijn halfbroer Filippus, werd hij verliefd op diens vrouw Herodias. Herodes vroeg haar ten huwelijk en Herodias stemde hiermee in op voorwaarde dat hij zou scheiden van de dochter van koning Aretas. Aretas werd door zijn dochter op de hoogte gebracht van het beoogde nieuwe huwelijk van Herodes waarop hij een grensoorlog begon tegen hem. In die oorlog werd het hele leger van Herodes in de pan gehakt, mede als gevolg van infiltratie van Filippus-aanhangers binnen het leger van Herodes. Sommige joden zagen in deze ondergang van Herodes de hand van God als wraak op de executie die hij had voltrokken aan Johannes de Doper.Johannes was een goed man. Hij riep de joden op deugdzaam te leven, tegenover elkaar gerechtigheid te betrachten, en eerbied tegenover God, en zich door hem te laten dopen. Het eerste diende vooraf te gaan aan het tweede, want alleen dan was het dopen welgevallig in de ogen van God. De doop diende niet tot vrijstelling van zonden, maar was een manier om het lichaam ritueel te reinigen nadat ze daaraan voorafgaand hun ziel al gereinigd hadden door te leven in gerechtigheid. Toen de mensen massaal toestroomden en ze, door naar zijn woorden te luisteren, bovenmate opgewonden werden, werd Herodes bang. Hij vreesde dat iemand die over zoveel overredingskracht beschikte, de mensen wel eens tot opstand zou kunnen oproepen. Het leek er namelijk op dat ze in alles zijn raad volgden. Hij vond het veel beter om, voordat er revolutie en ellende van zou komen, zelf het initiatief te nemen en de man te doden dan om pas als het eenmaal zover was in te grijpen. Daar zou hij dan wel eens berouw van kunnen krijgen. Herodes vertrouwde hem niet erg. Dus werd Johannes opgepakt, naar het eerder genoemde fort Machaerus overgebracht, en daar gedood. De joden nu hielden het erop dat het leger ten onder was gegaan omdat God Herodes kwaad had willen doen en dat het een wraakactie was. |
||||||
Legendes, relieken en folklore
|
||||||
Drievoudige vinding van het hoofdVanaf de middeleeuwen maakte men zich al vrolijk over de hoeveelheid hoofden van Johannes de Doper die op verschillende plaatsen als relieken werden getoond. In de middeleeuwen schijnt een abt te hebben beweerd dat hij in Amiens het zesde hoofd van Johannes heeft aanbeden. Zelfs de islam beweert ook een hoofd van hem te bewaren in de grote moskee van Damascus. Ook de doek waarin het hoofd zou zijn opgevangen werd een relikwie. Aken claimt dit te bezitten.Johannes' stoffelijke resten werden wijd verspreid en veroorzaakten tevens een enorme hoeveelheid aan afbeeldingen van deze heilige. Daar kwam bij dat het Rituale Romanum uit 1614 verplicht stelde dat elke doopkerk of -kapel een afbeelding van De Doper diende te hebben. Vanaf de 13de eeuw was het hoofd op een schotel al een geliefd geïsoleerd thema in de christelijke iconografie. De Legenda Aurea weet uitgebreid te vertellen wat er met het hoofd van Johannes is gebeurd. Herodias liet het hoofd van Johannes naar Jeruzalem brengen en het uit voorzorg naast de woning van Herodes begraven, bang als ze was dat de profeet zou herrijzen als het hoofd bij het lichaam begraven was.Hierna verhaalt De Voragine over een drievoudige vinding van dit hoofd. Eerste vinding Rond het jaar 452 vonden twee monniken in het voormalige paleis van Herodes het hoofd terug, gewikkeld in zijn kameelharen kleed dat Johannes in de woestijn had gedragen. Toen zij met het hoofd naar huis terugkeerden werden zij vergezeld door een pottenbakker aan wie zij de ransel toevertrouwden met daarin het hoofd van Johannes. Op een nacht kreeg hij van Johannes zelf te horen dat hij van beide monniken weg moest vluchten. De pottenbakker vertrok daarop naar Emesa en hield daar zolang hij leefde het hoofd verborgen in een grot. Op zijn sterfbed verklapte hij dit geheim aan zijn zus. (Legenda Aurea 121,116-120) Tweede vinding Na lange tijd ging de heilige monnik Marcellus in de bewuste grot wonen. Op een nacht droomde hij dat een grote menigte de grot binnenkwam onder psalmgezang en riep: 'Zie, Johannes de Doper is nabij!' Daarop zag hij Johannes de Doper links en rechts door twee mensen begeleid die naar de menigte toekwam en hen zegende. Ook Marcellus trad naar voren en viel voor zijn voeten neer, maar Johannes richtte hem op pakte hem bij zijn kin en gaf hem een vredeskus. Marcellus vroeg hem waar hij vandaan kwam en Johannes antwoordde dat hij van Sebaste kwam, waarop Marcellus wakker werd en zich afvroeg wat deze droom kon betekenen. In een volgende nacht werd hij in zijn slaap gewekt en zag hij een lichtende ster boven de ingang van de grot. Hij stond op en wilde de ster aanraken, maar de ster verplaatste zich en Marcellus volgde hem tot de ster stilstond boven de plek waar het hoofd van Johannes lag. Marcellus groef in de grond en vond een urn met daarin de heilige schat. Er was een man die dit niet wilde geloven, maar toen hij met zijn hand de urn aanraakte, verdorde die en bleef vastzitten aan de urn. Op gebed van zijn vrienden liet de urn de hand los, maar die bleef zwak en ziek. Toen verscheen Johannes aan hem en sprak: 'Wanneer mijn hoofd in de kerk wordt bijgezet, leg dan je hand op de urn, zodat die weer gezond wordt.' Aldus geschiedde en de hand werd gezond. Marcellus liet het hoofd vervolgens aan de bisschop van de stad zien die het naar Constantinopel liet vervoeren, maar onderweg bleef de ossenwagen met pech in Chalcedon steken en aldaar werd het hoofd bijgezet. (Legenda Aurea 121,121-142) Derde vinding Keizer Theodosius wilde het in Chalcedon weghalen en verzocht dat de vrouw die het hoofd onder haar bescherming had. De keizer vervoerde het hoofd daarop in zijn purperen mantel alsnog naar Constantinopel en bouwde er een mooie kerk voor. Ten tijde van Pippijn werd het hoofd naar Poitiers vervoerd waar door zijn kracht veel doden weer levend werden. (Legenda Aurea 121,143-146) |
||||||
MuzieknotenPaulus, de geschiedschrijver van de Longobarden, was diaken van de Kerk van Rome en monnik van Monte Cassino. Toen hij op een keer een kaars moest wijden, had hij een schorre keel, terwijl hij kort daarvoor goed bij stem was. Om zijn stem terug te krijgen, dichtte hij ter ere van de heilige Johannes de hymne Ut queant lassis etc., waar hij aan het begin bidt dat zijn stem teruggegeven mag worden, zoals ook bij Zacharias was gebeurd. Dit leest men bij Johannes Beleth.De hymne die De Voragine hier noemt stamt uit de 9e eeuw en telt 13 strofen, waarvan de eerste strofe luidt: UT queant laxīsDe muziektheoreticus Guido van Arezzo (995-1050), die als eerste notenbalk en sleutel hanteerde, koos uit de woorden van deze hymne bij het muziekonderricht die lettergrepen uit de eerste strofe op de bepaalde toonhoogten, die correspondeerden met de opeenvolgende tonen van de toonladder, ‘ut (later do, afgeleid van dominus), re, mi, fa, sol, la, si’. |
||||||
GedenkdagenJohannes de Doper kent verschillende feest- of herdenkingsdagen:
|
| 2016 Paul Verheijen / Nijmegen |