Paul Verheijen

LAURENTIUS

Diaken - Het rooster - Passende patronaten - Hendrik II de Heilige en Cunegundes van Luxemburg

Diaken

Laurentius was in 257 tot een van de zeven Romeinse diakens gewijd door paus Sixtus II.
Onder de vervolging van keizer Valerianus werd de paus naar het executieterrein geleid.
Laurentius begeleidde hem al huilende en wilde sterven.
De paus zei dat dit na drie dagen ook zou gebeuren en droeg Laurentius op intussen zo snel mogelijk de schatkist te verdelen onder de arme weduwen en wezen.
De prefect van Rome hoorde wat Laurentius deed en zette hem gevangen.
Aldaar genas Laurentius enkele blinden.
Na een tijdje beval de prefect Laurentius hem die schatten van de kerk te laten zien.
Laurentius kreeg drie dagen de tijd om ze te verzamelen.
Hij bracht daarop heel veel arme mensen bijeen en liet die aan de prefect zien als de schatten van de kerk.
Deze werd kwaad dat hij zo bespot werd.
Hij liet Laurentius geselen en met gloeiende platen branden.

Het rooster

De soldaat Romanus (Tarcisius?) die bij deze marteling aanwezig was, bekeerde zich. Hij zag namelijk hoe een engel de wonden op Laurentius’ lichaam afdroogde met een doek. Na de marteling doopt Laurentius de soldaat tot christen. Romanus werd hiervoor terechtgesteld en Laurentius werd opnieuw voor de stoel van de rechter gesleept.

De prefect gaf bevel op de Viminaal-heuvel een groot rooster klaar te maken en er bijna gedoofde, smeulende kolen onder te gooien, zodat Laurentius slechts langzaam zou verbranden.
Laurentius werd naakt op het rooster vastgebonden en zijn vlees werd stukje bij beetje gebraden. Maar hij bleef kalm en zei zelfs tegen zijn beul dat hij gekeerd kon worden omdat de ene kant gaar genoeg was. De beul deed het, waarop Laurentius zei dat de beul kon gaan eten, omdat hij gaar genoeg was. Daarna verzonk Laurentius in gebed waarbij hij God vroeg Rome te bekeren. Toen Laurentius zijn gebed beëindigd had, overleed hij 10 augustus 258. Hij werd begraven op de akker van Veranus (nu Campo Verano) aan de Via Tiburtina. 10 augustus werd bijgevolg zijn kerkelijke feestdag.

Zoals bekend is de bekering van Rome naar behoren volbracht. Daarom vinden we deze aan hem gewijde gebouwen nu in Rome:
  • San Lorenzo in Damaso (Titulus Damasi) (huiskerk 4e eeuw; herbouwd 15e eeuw)
  • San Lorenzo in Lucina (Titulus Lucinae) heeft het rooster als relikwie (huiskerk 4e-5e eeuw; meermaals gerestaureerd)
  • San Lorenzo fuori le mura (al Verano) op de plaats waar hij is begraven heeft zijn lichaam zonder hoofd als relikwie (6e eeuw; uitbreidingen 13e eeuw)
  • San Lorenzo in Piscibus (12e eeuw; herbouwd 17e eeuw)
  • San Lorenzo in Fonte op de plaats waar hij gevangen zat (16e eeuw)
  • San Lorenzo in Palatio ad Sancta Sanctorum, een pauselijke kapel in het gebouw waar zich ook de Scala Santa bevindt heeft zijn hoofd als relikwie (16e eeuw)
  • San Lorenzo in Miranda op de plaats waar hij werd berecht (17e eeuw)
  • San Lorenzo in Panisperna op de plaats waar hij is geëxecuteerd (17e eeuw)

Passende patronaten

Mogelijk berust de traditie van de ongebruikelijke marteling van Laurentius op een rooster op een zeer vroege, foutieve lezing van een notitie in een martyrologium, waar passus est (hij heeft geleden) verstaan werd (kopieerfout?) als assus est (hij is verbrand).
Feit is dat deze vorm van marteldood veel passende patronaten heeft opgeleverd.
Laurentius werd de beschermheilige van koks, banket- en pasteibakkers, kolenbranders, brandweerlieden en overige beroepen die met vuur werken.
Men riep hem aan tegen de pijnen van het vagevuur, tegen brandwonden, vurige huidaandoeningen en brandgevaar in het algemeen.

De Perseïden, een zwerm meteorieten die rond 10 augustus de baan van de aarde kruisen, werden vroeger 'Laurentiustranen' genoemd.
Hij behoort ook tot de zogenaamde regenheiligen.

Hendrik II de Heilige en Cunegundes van Luxemburg

De Legenda Aurea vertelt over Laurentius' postume wonderbaarlijke hulp bij de dood van keizer Hendrik II de Heilige.
Men leest in 'Het leven van keizer Hendrik de heilige' dat hij en zijn gemalin Cunegundes in maagdelijke staat samenleefden, maar dat hij op aanstoken van de duivel met betrekking tot een zekere ridder argwaan tegen zijn echtgenote opvatte. Daarom liet hij haar blootsvoets over een lengte van vijftien voet over witgloeiende ploegscharen lopen. Toen zij erop stapte, zei ze: 'U weet dat noch Hendrik noch iemand anders mij heeft aangeraakt. Daarom, Christus, kom mij te hulp!' Hendrik, gedreven door schaamte, sloeg haar op haar wang. Maar een stem zei tegen haar: 'De maagd Maria zal jou, een maagd, bevrijden.' En zij liep het hele pad witgloeiend ijzer af zonder enig letsel. Toen de keizer stierf, kwam een grote menigte demonen langs de cel van een kluizenaar. Hij opende zijn venster en vroeg de laatste van de rij wie ze waren. Deze antwoordde: 'Wij zijn een legioen van demonen en wij haasten ons om bij het sterven van de keizer te zijn. Misschien kunnen we iets bij hem vinden wat ons toebehoort.' De kluizenaar legde hem door bezwering op dat hij bij hem terug moest komen. Bij zijn terugkeer zei de demon: 'We zijn er niets mee opgeschoten. Toen zijn valse verdenking tegen zijn vrouw en al zijn goede en slechte daden in de weegschaal waren gelegd, droeg die geroosterde Laurentius een gouden pot van onmetelijk gewicht aan. We dachten al dat we de overwinning hadden behaald, maar toen hij die pot erop gooide, sloeg de andere schaal van de weegschaal helemaal door. Toen heb ik van woede een oor van die pot afgebroken.' Wat de demon een pot noemde, was een kelk die de keizer voor de kerk van Eichstätt had laten maken ter ere van sint Laurentius, voor wie hij een bijzondere verering had gehad; omdat de kelk zo groot was had hij twee oren. En men stelde vast dat op dezelfde tijd én de keizer was overleden én een oor van de kelk was gebroken.
(Legenda Aurea 113,180-196)
In 1200 werd Cunegunde(s) (Kunegonde) heilig verklaard net als eerder haar man in 1146.
Op de liturgische kalender krijg zij haar feestdag op 3 maart en Hendrik op 13 juli.
Afbeelding: Franz Carl Stauder (1660/4-1714) - Gottesurteil Kunigunde (1708) (plafondschildering Abdij van Corvey)
2016 Paul Verheijen / Nijmegen