Paul Verheijen

NOACH

Gilgamesj
Ark
De boog
Berg Ararat

Gilgamesj

Verhalen over de totale vernietiging van de wereld zijn van alle tijden en komen voor in vele culturen en religies. De zondvloed wordt voor het eerst vermeld in het Mesopotamische Gilgamesj epos (rond 1200 VGJ) waarin Oetnapisjtim samen met zijn gezin, hun vee en talloze andere dieren en zaden van gewassen de zondvloed overleeft.

Ark

Dit is de geschiedenis van Noach en zijn nakomelingen. Noach was een rechtschapen man; hij was in zijn tijd de enige die een onberispelijk leven leidde, in verbondenheid met God. Hij had drie zonen: Sem, Cham en Jafet.
In Noachs tijd was de aarde in Gods ogen verdorven en vol onrecht. Toen God zag dat de aarde door en door slecht was, dat iedereen een verderfelijk leven leidde, zei Hij tegen Noach: ‘Ik heb besloten een einde te maken aan het leven van alle mensen, want door hen is de aarde vol onrecht. Ik ga hen vernietigen, en de aarde erbij. Maak jij nu een ark van pijnboomhout. Maak daar verschillende ruimten in, en bestrijk hem vanbinnen en vanbuiten met pek. Maak hem driehonderd el lang, vijftig el breed en dertig el hoog. Je moet er een lichtopening in aanbrengen en aan de bovenkant één el openlaten; de ingang moet je in de zijkant maken. De ark moet een benedenverdieping krijgen en daarboven nog twee verdiepingen. Ik laat een grote vloed over de aarde komen, een watermassa die haar zal overspoelen, om alles onder de hemel waarin levensadem is te vernietigen; alles op aarde zal omkomen. Maar met jou zal Ik een verbond sluiten. Jij moet de ark in gaan, samen met je zonen, je vrouw en de vrouwen van je zonen. En van alle dieren moet je er twee in de ark brengen, om ervoor te zorgen dat die met jou in leven blijven. Een mannetje en een wijfje moeten het zijn. Van alle soorten vogels, alle soorten vee en alle soorten dieren die op de aardbodem rondkruipen zullen er twee naar je toe komen; die zullen in leven blijven. Leg ook een voorraad aan van alles wat eetbaar is, zodat jullie allemaal te eten hebben.’ Noach deed dit; hij deed alles zoals God het hem had opgedragen.
Toen zei de HEER tegen Noach: ‘Ga de ark in, samen met je hele gezin, want Ik heb gezien dat jij als enige van deze generatie rechtschapen bent. Van alle reine dieren moet je zeven mannetjes en hun wijfjes meenemen, van de onreine dieren moet je er twee meenemen, een mannetje en zijn wijfje, en van de vogels weer zeven mannetjes en wijfjes, zodat alle dieren zich kunnen voortplanten op de aarde. Want over zeven dagen zal Ik het veertig dagen en veertig nachten op de aarde laten regenen; dan zal Ik alles wat er bestaat van de aardbodem wegvagen, alles wat Ik heb gemaakt.’ Noach deed alles zoals de HEER het hem had opgedragen.

(Genesis 6:9 - 7:5)
Kanttekeningen bij dit verhaal.
  • De Ark
    Het Hebreeuwse woord tevah wordt gewoonlijk vertaald met 'ark'. Dit woord komt in het Eerste Testament alleen in dit verhaal voor en in het verhaal van de vinding van Mozes waar het vrijwel altijd wordt vertaald met 'mandje'. Het gereedmaken van de tevah lijkt op het vervaardigen van die in het Mozesverhaal. In beide gevallen komt de vertaling 'kist' misschien beter tot zijn recht. Een kist kan verschillende maten hebben van zeer klein tot enorm groot, een houten boot bijvoorbeeld. De overeenkomst is dat in een kist gewoonlijk iets wordt bewaard wat kostbaar is. In beide verhalen betekent de tevah redding uit het water dat voor anderen de ondergang betekent.
  • Geredde dieren
    God geeft Noach twee keer een opdracht welke dieren ook gered moeten worden. Letterlijk gelezen zijn deze twee opdrachten in strijd met elkaar. Deze tegenstrijdigheid wordt verklaard door de aanname dat het Genesis-zondvloedverhaal een mix is van verschillende oudere overleveringen.
  • Feit of fictie
    Het leidt ad absurdum als je dergelijke oude mythen letterlijk gaat lezen. Zo schreef Maarten 't Hart in Magdalena (2015) een heel hoofdstuk over de ark van Noach. Het verhaal leest hij volstrekt letterlijk (zo is hij door dominees ook geïndoctineerd) en komt dan uiteraard tot de conclusie dat het zondvloedverhaal rammelt aan alle kanten. Een vermakelijk voorbeeld:
    Mij leek het volstrekt ondenkbaar dat zoveel dieren zo lang – de Bijbel gaf niet duidelijk aan hoelang, maar toch minstens veertig dagen en veertig nachten – in de ark hadden kunnen vertoeven. Hoe werden zij al die tijd gevoed? Voor een paar olifanten had je al een kolossale hooiberg nodig. En al die roofdieren? Vergrepen die zich in de ark niet aan de knaag- en hoefdieren? Maar dat kon niet, want dan zouden die stakkers van prooidieren de ark niet ongeschonden hebben kunnen verlaten.
    Als 't Hart zijn twijfels aan zijn moeder Magdalena voorlegt, zegt zij dat Maarten niet zoveel moet tobben en moet geloven als een kind, anders zou het slecht met hem aflopen.
Zoals vaak bij figuren uit het Eerste Testament werd ook Noach door het christendom gezien als voorbode van Christus. Hij werd het prototype voor de door geloof en doop - vanwege het water - geredde mens en de ark werd beeld voor de Kerk.

Noach kreeg op 10 november zijn eigen feestdag op de heiligenkalender en werd niet geheel verrassend de patroon van scheepsbouwers en wijngaardeniers.

N.B.: In de bijbel staat nog een andere kist of ark beschreven. Daar is dat een vertaling van het Hebreeuwse woord aroon. Het betreft de ark van het verbond die Mozes op bevel van God moest maken.

De boog

Ook zei God tegen Noach en zijn zonen: ‘Hierbij sluit Ik een verbond met jullie en met je nakomelingen, en met alle levende wezens die bij jullie zijn: vogels, vee en wilde dieren, met alles wat uit de ark is gekomen, alle dieren op aarde. Ik sluit met jullie dit verbond: nooit weer zal alles wat leeft door het water van een vloed worden uitgeroeid, nooit weer zal er een zondvloed komen om de aarde te vernietigen. En dit,’ zei God, ‘zal voor alle komende generaties het teken zijn van het verbond tussen Mij en jullie en alle levende wezens bij jullie: Ik plaats mijn boog in de wolken; die zal het teken zijn van het verbond tussen Mij en de aarde. Wanneer Ik wolken samendrijf boven de aarde en in die wolken de boog zichtbaar wordt, zal Ik denken aan mijn verbond met jullie en met al wat leeft, en nooit weer zal het water aanzwellen tot een vloed die alles en iedereen vernietigt. Als Ik de boog in de wolken zie verschijnen, zal Ik denken aan het eeuwigdurende verbond tussen God en al wat op aarde leeft. Dit,’ zei God tegen Noach, ‘is het teken van het verbond dat Ik met alle levende wezens op aarde gesloten heb.’
(Genesis 9:8-17)
Een boog dient als teken van het verbond. Het Hebreeuwse woord qesjet (Genesis 9:13) slaat primair op de krijgsboog. Vanwege de overeenkomst in vorm en benaming kan het woord ook slaan op de regenboog. Na korte, vaak zeer hevige stortbuien op hete dagen, als de zon weer helder tevoorschijn komt, vormt de regenboog, die met zeven kleuren, vooral door het zachte groen in het midden, een brug van de hemel naar de aarde.

Berg Ararat

Eigenaardige informatie is te vinden bij de joodse historicus Flavius Josephus die het zondvloedverhaal navertelt in zijn Joodse Geschiedenis, Boek I,72-108.
De Armeniërs noemen die plek de Landingsplaats. Het was namelijk daar dat de ark veilig aan land was gekomen. Ze tonen de restanten ervan tot op de dag van vandaag.
Alle auteurs van niet-Griekse geschiedenissen maken melding van die overstroming en van de ark. Een van hen is de Chaldeeër Berosus. In zijn relaas van de overstroming schrijft hij ergens het volgende: 'Men zegt dat er nog een deel van het vaartuig bestaat, in Armenië, bij de berg van de Cordyeeërs, en dat men er stukken asfalt vanaf haalt en meeneemt. De mensen gebruiken die om onheil af te weren.' Er wordt ook melding van gemaakt door de Egyptenaar Hiëronymus, die een boek over de oude geschiedenis van Phoenicië heeft geschreven, en door Mnaseas en vele anderen. Nicolaüs van Damascus beschrijft de gebeurtenis in het 96ste boek als volgt: 'Boven Minyas ligt een grote berg in Armenië. Hij wordt Baris genoemd. Het verhaal gaat dat tijdens de overstroming vele mensen daarheen gevlucht zijn en het hebben overleefd, en dat iemand, varend op een ark, geland is op de top en dat de restanten van het hout nog lange tijd bewaard zijn gebleven. Dat zou wel eens dezelfde man kunnen zijn, over wie de joodse wetgever Mozes heeft geschreven'.

(Joodse Geschiedenis, Boek I,92-95)
Ook in onze tijd vernemen we geregeld van bergbeklimmers en piloten dat zij een mysterieus object gezien hebben onder de gletsjer en in de spelonken van de berg Ararat in Turkije. Restanten van de ark van Noach? Overtuigend bewijsmateriaal konden zij echter niet overleggen. Veel archeologische expedities zijn er inmiddels ondernomen naar dit gebied. Vast schijnt te staan dat het object uit prehistorische tijden stamt.
2016 Paul Verheijen / Nijmegen