Paul Verheijen

MICHELANGELO

Crucifix

Jeugdwerk

Voor de Santo Spirito in Florence vervaardigde hij een houten kruisbeeld, dat op de bovenste ronding van het hoogaltaar werd geplaatst, waar het zich nog steeds bevindt; dit maakte hij om de prior een plezier te doen, die hem enige kamers ter beschikking stelde, waar Michelangelo vaak lijken vilde om de anatomie te bestuderen, en zo begon hij zijn ontwerpend vermogen te vervolmaken.
(Vasari Vite)
Na de dood van zijn beschermer Lorenzo de' Medici, toen Michelangelo 17 jaar oud was, was hij een geregelde gast in het klooster van Santa Maria del Santo Spirito in Florence. Het anatomisch onderzoek, waarover Vasari schrijft, kon Michelangelo doen bij overledenen uit het hospitaal dat van het klooster deel uitmaakte. Het kruisbeeld werd lang als verloren beschouwd totdat experts in 1962 het beeld in de Santo Spirito als authentiek beschouwden. Een later onderzoek in 2001 bevestigde de authenticiteit. Het crucifix is tegenwoordig te zien in de achtzijdige sacristie van de Santo Spirito.
In 2008 kocht de Italiaanse overheid van een antiekdealer voor € 3,2 miljoen een ander houten corpus van een kruisbeeld. De toeschrijving van dit werk aan Michelangelo is echter discutabel. Veel experts denken dat dit corpus het werk van Jacopo Sansovino is.

Het kruisbeeld in de Santo Spirito is van gepolychromeerd hout. Het is een van de weinige werken Michelangelo in hout en is opvallend vanwege de volledige naaktheid van de Christusfiguur. Dat is een zeldzaamheid bij kruisbeelden in de christelijke iconografie. Het hoofd van de Christusfiguur toont een opvallende gelijkenis qua stijl en uitdrukking met de Pietà in de Sint-Pieter in Rome.

De titulus

Pilatus had een inscriptie laten maken die op het kruis bevestigd werd. Er stond op: ‘Jezus van Nazaret, koning van de Joden’. Het stond er in het Hebreeuws, het Latijn en het Grieks, en omdat de plek waar Jezus gekruisigd werd dicht bij de stad lag, werd deze inscriptie door veel Joden gelezen. De hogepriesters van de Joden zeiden tegen Pilatus: ‘U moet niet “koning van de Joden” schrijven, maar “Deze man heeft beweerd: Ik ben de koning van de Joden”.’ ‘Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven,’ was het antwoord van Pilatus.
(Johannes 19,19-22)
Dit kruisopschrift is vele malen door kunstenaars weergegeven met de afkorting INRI, naar de Latijnse regel IESUS NAZARENUS REX IUDAEORUM.

Op het kruisbeeld van Michelangelo is het titelbord echter volledig uitgeschreven in wat - van boven naar beneden - Hebreeuws/Aramees, Grieks en Latijn moet voorstellen. Het Hebreeuws/Aramees is correct geschreven van rechts naar links. Maar opmerkelijk genoeg zijn de tweede en derde regel in respectievelijk Grieks en Latijn ook - verkeerd dus - van rechts naar links geschreven. De achtergrond daarvan is waarschijnlijk het volgende.

Op 1 februari 1492 werd een titelbord ontdekt dat zat verborgen in een loden koffer met de drie zegels van kardinaal Gerardo Caccianemici dal Orso - de latere Lucius II (paus van 1144-1145). Het werd direct beschouwd als de originele titulus van Jezus' kruis. Het notenhouten tablet bevat een inscriptie die over drie regels loopt, in drie talen en ook allemaal van rechts naar links in volgorde Hebreeuws, Grieks en Latijn. Dit 'originele' kruisopschrift wordt in een reliekschrijn bewaard in de kerk 'Santa Croce in Gerusalemme', niet in Florence maar in Rome (zie afbeelding).

Mogelijk heeft deze 'vondst' in hetzelfde jaar als het ontstaan van het kruisbeeld ook de titulus van Michelangelo beïnvloed.
Michelangelo Buonarroti (1475-1564)
Crucifix (1492)
Hout, 139 x 135 cm (corpus)
Florence - Santo Spirito