Paul Verheijen

PETRUS MARTYR

Drie bloederige martelingen

De martelaar van Verona

Petrus is waarschijnlijk rond 1205 geboren in Verona als zoon van ouders die in de ogen van het kerkelijk gezag als ketters bekend stonden, omdat zij beweerden dat niet God, maar de duivel de schepper was van de zichtbare dingen. Petrus keerde zich om die reden tegen hen, ging rechten studeren in Bologna, werd gegrepen door de preken van Dominicus en besloot in 1221 tot diens orde toe te treden. Hij viel op door zijn fanatisme en redenaarstalent en werd benoemd tot prior, zijn faam als prediker en ook wonderdoener nam gestaag toe. Gregorius IX (paus van 1227-1241) benoemde hem tot inquisiteur voor Noord-Italië.
Petrus' tegenstanders die behoorden tot ketterse beweging van de katharen, organiseerden in 1252 een hinderlaag voor Petrus bij de bossen van Barlassina tussen Como en Milaan, waarheen Petrus op weg was. Twee huurmoordenaars werden door hen ingeschakeld en Petrus kreeg een bijl in zijn schedel.

Petrus is de eerste martelaar van de dominicanen en om die reden aangeduid als Petrus Martyr. Reeds een jaar na zijn dood werd hij heilig verklaard door Innocentius IV (paus van 1243-1254) en de bijl in zijn schedel maakte dat hij wordt aangeroepen tegen hoofdpijn. Zijn lichaam is bijgezet in de San Eustorgio in Milaan en zijn kerkelijke feestdag op 29 april.

Legenda Aurea

Het is niet verbazingwekkend dat ordegenoot Jacobus de Voragine buitenproportioneel veel aandacht heeft besteed aan de marteldood van Petrus in zijn Legenda Aurea (hoofdstuk 61 telt 250 paragrafen). Over diens leven is hij echter vrij kort van stof. Bij zijn beschrijving van de marteldood citeert De Voragine uit de heiligverklaringsbul van Innocentius.
Toen dan de onverschrokken prediker, die weldra een bloedgetuige zou zijn, van Como op weg was naar Milaan om ketters te ondervragen, verwierf hij onderweg de palm van het martelaarschap, zoals Innocentius beschrijft: 'Toen hij van de stad Como, waar hij prior was van zijn daar gevestigde ordebroeders, onderweg was naar Milaan om er het onderzoek tegen de ketters uit te voeren dat hem door de Apostolische Stoel was toevertrouwd, gebeurde het, zoals hij in een openbare preek al had voorspeld, dat een van de gelovigen van de ketters, door hen overgehaald en betaald, hem op weg naar zijn heilzame taak met moorddadige bedoelingen besprong, zoals een wolf een lam, een wilde een tamme, een goddeloze een vrome, een razende een zachtmoedige, een ongebreidelde een beheerste, een heiden een heilige. De man bereidt de aanslag voor, gaat tot handelen over, bedreigt hem met de dood. Wreed treft hij zijn heilige hoofd en, nadat hij hem verschrikkelike wonden heeft toegebracht en het zwaard is verzadigd van het bloed van de rechtvaardige, laat hij deze eerbiedwaardige heilige, die zich niet van zijn vijand afkeert, maar zich dadelijk als slachtoffer aanbiedt en lijdzaam de woeste houwen van zijn moordenaar ondergaat, terwijl zijn geest naar de hemel snelt, doodgeslagen achter op de plaats van zijn lijden. Ook toen de goddeloze zijn dodelijke stoten op Christus' dienstknecht verdubbelde, verdroeg deze alles geduldig, zonder protest, zonder klagen er vertrouwde zijn geest toe aan de Heer met de woorden: "In uw handen, Heer, beveel ik mijn geest" Hij begon zelfs de geloofsbelijdenis te zeggen, waarvan hij ook op dit beslissende ogenblik nog niet ophield de verkondiger te zijn. De misdadiger zelf, die door gelovigen gevangen werd genomen, en een broeder Dominicus, Petrus' metgezel, die door dezelfde beul was neergeslagen en nog enkele dagen leefde, hebben dit later verteld.' Maar terwijl de martelaar van de Heer nog stuiptrekte, greep de wrede beul zijn dolk en doorboorde zijn zijde.
(Legenda Aurea 61,57-63)
Hier wordt duidelijk dat Innocentius de imitatio Christi voor ogen heeft gehad toen hij dit neerpende. Dat Petrus bij zijn marteldood de geloofsbelijdenis uitspreekt, maakt de oorspronkelijke betekenis van het woord 'martelaar' duidelijk: 'getuige', namelijk van je geloof. Merk op dat in het Credo staat dat God schepper van hemel en aarde is, hetgeen de ouders van Petrus en deze ketters juist bestreden.

Over de vele wonderen van en door Petrus raakt De Voragine niet uitgeschreven. Hij vertelt over vijf wonderen die door Petrus tijdens zijn leven zijn verricht, maar na zijn marteldood vond een veelvoud van wonderen op zijn voorspraak plaats. Acht van die wonderen vindt hij beschreven in de bul van Innocentius en hij weet daar nog ruim twintig aan toe te voegen. Veel wonderbaarlijks vond plaats op of met de grond waarop Petrus werd vermoord, met het bebloede kleed dat hij droeg, of bij zijn graf.

Fra Angelico

Fra Angelico (circa 1395-1455)
Stigmatisatie Franciscus en dood Petrus Martyr (1435)
Tempera op paneel, 24 x 44 cm
Zagreb - Gallerija Strossmayer

Fra Angelico combineert de stigmatisatie van Franciscus met de marteldood van Petrus van Verona.
Hij baseert zich bij de uitbeelding van de marteldood op een variant op de geloofsbelijdenis die Petrus bij zijn dood uitspreekt volgens de Legenda Aurea.
Deze variant vertelt dat Petrus een knielende houding had aangenomen en het begin van het Credo, de apostolische geloofsbelijdenis met zijn eigen bloed op de grond begon te schrijven.
Bij Fra Angelico komt hij niet verder dan Credo in unu [m Deum], 'ik geloof in éé [n God]', voordat hij definitief bezwijkt.

Giovanni Bellini

Giovanni Bellini (1426/30?-1516)
De moord op de heilige Petrus van Verona (1505-07)
Olieverf op paneel, 100 x 165 cm
Londen - National Gallery

In een pastorale setting met veel bomen heeft Giovanni Bellini tamelijk uniek niet Petrus centraal afgebeeld, maar diens medebroeder Dominicus. Petrus zelf is links afgebeeld, op zijn knieën gevallen. Er zit een bijl in zijn schedel. Zijn moordenaar geeft een genadeslag op zijn borst met een dolk. De houthakkers gaan door met hun hak- en zaagwerk alsof er niets aan de hand is.

Het werk was voor de laatste restauratie bedekt met vernislagen die in de loop van de tijd donkerder waren geworden, evenals oude overschilderingen. Bij het schoonmaken kwam de bijl in het hoofd van Petrus aan het licht, een karakteristiek kenmerk van afbeeldingen van hem. Bij het schoonmaken bleek ook dat de donkere boomstammen worden afgewisseld met glinsteringen van helder zomerlicht. Dit licht is misschien een belofte van verlossing die verwijst naar zijn heiligverklaring.

Palma il Vecchio

Palma il Vecchio (Jacopo Negretti) (circa 1480-1528)
De moord op de heilige Petrus van Verona (circa 1520)
Olieverf op paneel
Lombardo - Museo della Basilica di San Martin Vescovo

Petrus met de bijl in zijn hoofd krijgt van twee door God gestuurde engeltjes de gloriekroon aangereikt van boven, terwijl het rechterengeltje ook de martelaarspalm vasthoudt.
Palma schildert ook een bos waarmee hij verwijst naar de bossen waar de hinderlaag en moord plaatsvond.
De medebroeder van Petrus die probeerde te vluchten heeft Palma ook afgebeeld.
De huurmoordenaar gaat met heftig geweld tekeer, maar zal enkele jaren later zijn ketterij afzweren en zelf toetreden als lekebroeder bij de dominicanen.
2016 Paul Verheijen / Nijmegen