San Sisto in PiacenzaGiorgio Vasari beschreef in zijn Vite dit werk van Rafaël als cosa veramente rarissima e singulare, 'werkelijk zeer bijzonder en zeldzaam'. Waarschijnlijk maakte Rafaël het in opdracht van paus Julius II. Vasari meldt nog dat het bestemd was voor de benedictijnen van de San Sisto te Piacenza. In deze kerk hing in het doksaal een groot kruis dat mogelijk een rol speelde bij de compositie van het schilderij. De Sixtijnse Madonna bleef er hangen tot 1754 toen het werk voor een prikkie werd verkocht aan de fervente kunstverzamelaar Augustus III van Polen, waarna het verhuisde naar Dresden. In de San Sisto werd het vervangen door een kopie. Al vanaf de zestiende eeuw werd het geprezen als een van de meesterwerken uit de renaissance en vanaf de voltooiing werd het reeds veelvuldig gekopieerd.Het werk is een Sacra Conversazione tussen Maria en heiligen, de enigen die gerechtigd waren met haar te spreken. |
Sacra ConversazioneHet geopende gordijn opent de blik op heiligen in de wolken.
|
De twee putti
Aan het einde van het schilderproces voegde Rafaël twee putti toe, die op de borstwering naar beneden leunen en lijken te leunen op het altaar.
Ze symboliseren de onschuld. Waarnaar kijken ze tamelijk verveeld? Meer naar Barbara dan naar Maria die op haar beurt weer terugkijkt naar beneden? Of kijken ze naar het grote kruis buiten beeld in het oksaal van de kerk? Compositorisch sluiten de twee figuurtjes het beeld van beneden af, waarmee een gesloten geheel wordt gecreëerd. De beide putti zijn in de loop der tijd een iconische functie gaan vervullen in de Westerse cultuur. Tegenwoordig prijken ze op posters, ansichtkaarten, koffiemokken, T-shirts en zelfs op toiletpapier. Op de achtergrond, met name links achter het gordijn en bovenin, lijken bij eerste aanblik wolkjes zichtbaar. Bij goed kijken blijken het echter engelengezichten te zijn. |
Ingres
Voor Jean-Auguste-Dominique Ingres was Rafaël de meest favoriete kunstenaar uit de renaissance.
Het onderwerp van dit monumentale doek is gebaseerd op een gebeurtenis uit 1638. Op 10 februari van dat jaar maakte de Franse koning Lodewijk XIII officieel zijn dédication bekend, waarbij hij verklaarde dat de ‘Allerheiligste en Roemrijke Maagd Maria’ de ‘bijzondere beschermvrouwe’ van Frankrijk was aan wie hij ‘onze persoon, onze staat, onze kroon en onze onderdanen’ opdroeg. We zien Lodewijk XIII, geknield voor de heilige maagd Maria op Hemelvaartsdag, deze gelofte afleggen waarin hij zijn kroon en staf aan haar toevertrouwt. Ingres koos ervoor om dit historische gebeuren, en tegelijkertijd een bovennatuurlijke gebeurtenis vanwege Maria Hemelvaart, weer te geven in de vorm van een visioen. Daarom zien we onder meer twee engelen die aan weerszijde van het tafereel een gordijn wegtrekken, waarachter vandaan komt Maria tevoorschijn komt, gezeten op een wolk. Op deze plechtige miraculeuze wijze wordt ze aan de koning geopenbaard. De figuur van Maria baseerde Ingres op Rafaëls Sixtijnse Madonna die hij in Rome had bestudeerd. De twee putti van Rafaël heeft Ingres ten volle afgebeeld. Ze houden een plaat omhoog waarop de gebeurtenis staat vermeld: VIRG[ini] DEIP[arae] REGN[um] VOV[et] LUDOV[icus] XIII A[nno] R[eparatae] S[alutis] H[ominum] MDCXXXVIII [X] FEB Koning Lodewijk XIII legt een eed af aan de Maagd Moeder Gods, in het jaar sinds het herstel van het heil voor de mens (= de geboorte van Christus)' 1638, 10 februari. Afbeelding: Jean-Auguste-Dominique Ingres (1780-1867) - De gelofte van Lodewijk XIII (1824), olieverf op doek, 421 x 265 cm, Montauban - Kathedraal |
|
Raffaello Sanzio (1483-1520)
Madonna Sistina (1512-13) Olieverf op doek, 270 x 201 cm Dresden - Gemäldegalerie Alte Meister |
| 2016 Paul Verheijen / Nijmegen |