Bruidsschat
Tegen een gouden achtergrond schilderde Antoniazzo Romano het tafereel uit het evangelie volgens Lucas.
Links heeft de engel Gabriël een witte lelie in de linkerhand bij zich.
Deze lelie is zowel het symbool voor Maria's koningin-zijn als haar maagdelijkheid en wordt ook wel Madonna-lelie genoemd.
God kijkt linksboven toe.
Een witte duif, symbool voor de heilige Geest is weggevlogen uit Gods handen en is onderweg naar het hoofd van Maria, die naast een lessenaar knielt met daarop een boekje (Psalter?).
Romano volgt hier de traditionele iconografie.
Het merkwaardige aan deze afbeelding is echter dat Maria zakjes overhandigt aan drie in het wit geklede meisjes die in gezelschap van de dominicaanse kardinaal Juan de Torquemada, ook bekend onder zijn Latijnse naam Johannes de Turrecremat (1388-1468) (de oom van de beruchte grootinquisiteur Tomás de Torquemada) voor haar neerknielen. De kardinaal heeft zijn kardinaalshoed tegen zijn geknielde been gezet.
Rond 1460 had deze kardinaal de Confraternita dell'Annunziata gesticht met als doel arme meisjes een maritagio, een soort bruidsschat, te geven om hen aan een man te helpen en te behoeden voor prostitutie.
De Broederschap deelde de bruidsschat uit tijdens een plechtige ceremonie op het feest van Maria Boodschap (25 maart) in aanwezigheid van de paus. De broederschap selecteerde arme meisjes vanaf 15 jaar via een lijst. Na drie jaar proeftijd kregen ze de bruidsschat als ze 'verdienstelijk' werden bevonden.
De groep jonge meisjes die door de kardinaal wordt voorgesteld, is hier op kleinere schaal geschilderd, een typisch middeleeuwse methode, om de mensenwereld vertegenwoordigd door de jonge meisjes en de kardinaal, te onderscheiden van de bovennatuurlijke wereld, vertegenwoordigd door de Madonna en de aartsengel Gabriël.
|