Paul Verheijen

WALARICUS

Koortsheilige

Bijzondere tuinman

Walaricus (Walrik/Walrick) is de Latijnse naam voor de Fransman Valery. Hij werd rond 565 geboren in Auvergne uit zeer eenvoudige ouders. Hij leerde zichzelf lezen uit een psalter. Via een oom kwam hij terecht in het klooster van Autumo waar hij zijn opleiding voltooide. Enkele jaren later vestigde hij zich in het klooster in Luxeuil. Als jonge novice kreeg hij de opdracht de tuin bij te houden. Het deel dat hij verzorgde was altijd mooi begroeid, terwijl de jonge plamtjes van de andere tuinierende monniken door insecten werden opgevreten. De abt begreep dit als een goddelijk teken en liet Walaricus snel de kloostergelofte afleggen, maar Walaricus bleef niet in het klooster. Eerst trok hij predikend rond, bekeerde velen tot het geloof en vestigde zich vervolgens als kluizenaar aan de monding van de rivier de Somme. Van heinde en ver stroomden volgelingen toe. Gezamenlijk kerstenden zij de Franse kust langs Het Kanaal. De legende vertelt dat vogels uit zijn handen aten en dat hij een onschuldig opgehangen man had losgeknoopt en door gebed weer tot leven had gewekt. Een andere specialiteit was zijn bescherming tegen koorts.
Uit het kluizenaarscelletje ontstond het later naar Walaricus genoemde klooster van Saint-Valery. In vermoedelijk 619 overleed hij in een plaats die nu Saint-Valery-sur-Somme wordt genoemd.
Het Roomse Martelaarsboek herdenkt hem kort op 1 april:
Te Amiens de heilige abt Walaricus wiens graf door veelvuldige wonderen wordt verheerlijkt.
Op 12 december wordt ook zijn translatie naar Amiens herdacht.

Willem de Veroveraar

Willem I (±1028-1087), ook bekend als Willem de Veroveraar (William the Conqueror), was de eerste Normandische koning van Engeland van 25 december 1066 tot zijn dood. Hij was ook hertog van Normandië van 1035 tot zijn dood, onder de naam Willem II. Vóór zijn verovering van Engeland, stond hij bekend als Willem de Bastaard omdat hij een buitenechtelijk kind was. Om zijn aanspraken op de Engelse kroon kracht bij te zetten was Willem van plan Engeland binnen te vallen. Hij liet in 1066 het gebeente van Walaricus uit de kerk halen en in processie ronddragen om zo een gunstige wind voor de oversteek naar Engeland af te smeken. Zijn bede werd verhoord.

Sint-Walrickkapel

In Nederland kreeg Walaricus een opmerkelijke rol in de volksdevotie. In de 15e eeuw werd in Overasselt de Sint-Walrickkapel gesticht. Mogelijk heeft zij vanaf die tijd gediend als locatie voor bedevaarten ter ere van Walaricus. Twee eeuwen later was de kapel vervallen tot ruïne. Vanaf ongeveer 1850 verviel ook Walaricus in de vergetelheid en associeerden bedevaartgangers de kapel met Willibrordus. Behalve om er te bidden en geld te stoppen in het offerblok voor de armen, togen pelgrims naar deze heilige plaats om er de koorts van zieken 'af te binden'. Vanaf de 19e eeuw werd zijn verering verplaatst naar de naast de ruïne gelegen struiken en bomen. En sinds de 20e eeuw worden er in de zogenaamde koortsboom lapjes en repen stof 'gebonden'. Het 'afbinden' is een in wezen animistisch ritueel in het geloof dat levenloos materiaal het vermogen heeft ziektes over te nemen van mensen.

Ook met de kapel is een legende verbonden. Hierin wordt verhaald hoe een dochter van een hoofdman van de Hoemannen-rovers door ziekte werd getroffen. Zij en haar vader leefden in een boshut op de plaats waar later de kapel zou worden gebouwd. De dochter dreigde aan de koorts te bezwijken. Haar vader deed een beroep op Willibrordus die juist in dat gebied aan het missioneren was. Willibrordus probeerde niet alleen de man tot inkeer te brengen, maar gaf hem ook de opdracht een haarband van zijn dochter aan een naburige struik te binden. De Hoeman gehoorzaamde en merkte spoedig dat zijn dochter was genezen. Daarop bekeerden vader en dochter zich tot het christendom tot woede van de andere Hoemannen die hen vervolgens vermoordden.
Sindsdien werd deze plaats een pelgrimsoord waar vooral koortslijders genezing vonden. In 777 zou zelfs Karel de Grote de wonderdadige kracht van een bezoek aan deze plaats hebben ondervonden. Uit dankbaarheid voor zijn herstel liet hij er toen een kapel bouwen, gewijd aan Willibrordus. De huidge ruïne is volgens deze legende het overblijfsel van deze kapel. Tot zover de legende.
In 1951 werd vastgesteld dat de ruïne uit de 15e eeuw stamt en dat de kapel was gewijd aan Walaricus. De benedictijnerabdij St.Valery-sur-Somme kreeg zeggenschap over grond in Overasselt. Er werd een kloosterboerderij gebouwd waartoe de kapel ook behoorde.

Anno nu worden er nog steeds lapjes in de koortsboom gehangen al dan niet vanuit religieuze of animistische motivatie. Intenties zijn ook enigszins veranderd: er wordt ook gevraagd om examenvrees weg te nemen. Oeroude gebruiken krijgen zo een nieuwe lading.
St. Walrick terwijl hij een gehangene tot leven wekt
Illustratie uit: Ribadineira en Rosweydus - Generale legende der heylighen (1686)
2016 Paul Verheijen / Nijmegen