Paul Verheijen

DE CAPPELLA PAOLINA

Pauselijke privékapel

Petrus en Paulus

De Cappella Paolina bevindt zich in het pauselijk paleis naast de Sixtijnse Kapel, gescheiden door de Sala Regia.
In tegenstelling tot de Sixtijnse Kapel (cappella magna) is de Cappella Paolina (cappella parva) gesloten voor publiek omdat de kapel door de paus wordt gebruik voor privé-gebed.
Wat op deze pagina wordt getoond is voor gewone stervelingen dus niet op de plaats zelf te bekijken.
In de Cappella Paolina werd het Heilig Sacrament tentoongesteld en tot 1670 werd de kapel gebruikt voor een conclaaf.
Op 25 januari 1540, de liturgische gedenkdag van de bekering van Paulus, werd de kapel plechtig ingewijd door de paus.
Toen het Laatste Oordeel in de Sixtijnse Kapel was voltooid, gaf Paulus III aan Michelangelo de opdracht om de kapel te versieren met fresco's met scènes uit het leven van Petrus en Paulus.
De keuze voor deze twee apostelen lag voor de hand: de paus als opvolger van Petrus had als pausnaam Paulus gekozen.
De naam van de kapel verwijst dus zowel naar de apostel als naar de paus zelf.
De oude Michelangelo werkte langzaam aan het werk, voor zover hij dat vanwege zijn ouderdom kon, terwijl hij bovendien tegelijkertijd werkte aan het graf van Julius II.
Hij schilderde twee fresco's: de Bekering van Saulus op de linkerwand, gemaakt tussen 1542 en 1545 en de Kruisiging van Petrus op de rechterwand, gemaakt tussen 1546 en 1550.
De decoratie van de kapel werd vervolgens voltooid tijdens het pontificaat van Gregorius XIII door Lorenzo Sabbatini en Federico Zuccari, die andere scènes uit het leven van Petrus en Paulus vertellen (zie onder).
Tussen 2002 en 2009 vond een grote restauratie van de gehele kapel plaats.

Linkerwand - Paulus

De linkerwand van de Cappella Paolina is beschilderd alsof het een triptiek betreft met drie fresco's voorstellend drie scènes uit het leven van Paulus.

1 - Paulus keurt de steniging van Stefanus goed

Lorenzo Sabatini (±1530-1576)

Toen ze dit hoorden, ontstaken ze in woede en begonnen te knarsetanden. Maar vervuld van de heilige Geest sloeg Stefanus zijn blik op naar de hemel en zag de luister van God, en Jezus, die aan Gods rechterhand stond, en hij zei: 'Ik zie de hemelen geopend en de Mensenzoon, die aan Gods rechterhand staat.' Maar ze schreeuwden en tierden, hielden hun handen voor hun oren en stormden met zijn allen op hem af. Ze dreven hem de stad uit om hem te stenigen. De getuigen gaven hun mantel in bewaring bij een jongeman die Saulus heette. Hij viel op zijn knieën en riep luidkeels: 'Heer, reken hun deze zonde niet aan!'En na deze woorden stierf hij. Saulus keurde de moord op hem goed.
(Handelingen 7,54-60)

Sabatini heeft het visioen en de steniging in een beeld gevangen.
Onduidelijk is of Saulus/Paulus ook is afgebeeld.
Het verhaal dat zich afspeelt vóór de bekering van Saulus laat in het midden of hij zelf ook aan de steniging heeft deelgenomen.
Mogelijk dat de naar Stefanus wijzende persoon linksachter Saulus moet voorstellen; maar deze man heeft de gebruikelijke fysionomie van de oudere Saulus/Paulus en niet van een jongeman.

2 - Paulus wordt bekeerd

Michelangelo (1475-1564)

Intussen bedreigde Saulus de leerlingen van de Heer nog steeds met de dood. Hij ging naar de hogepriester met het verzoek hem aanbevelingsbrieven mee te geven voor de synagoge in Damascus, opdat hij de aanhangers van de Weg die hij daar zou aantreffen, mannen zowel als vrouwen, gevangen kon nemen en kon meevoeren naar Jerualem. Toen hij onderweg was en Damascus naderde, werd hij plotseling omstraald door een licht uit de hemel. Hij viel op de grond en hoorde een stem tegen hem zeggen: 'Saul, Saul, waarom vervolg je mij?' Hij vroeg:'Wie bent u, Heer?' Het antwoord was: 'Ik ben Jezus, die jij vervolgt. Maar sta nu op en ga de stad in, daar zal je gezegd worden wat je moet doen.' De mannen die met Saulus meereisden, stonden sprakeloos; ze hoorden de stem wel, maar zagen niemand.
(Handelingen 9,1-7)

Michelangelo beeldt dit moment uit het verhaal uit.
We zien Saulus op de grond liggen en de lichtstraal.
Het onderweg zijn wordt gesuggereerd door slechts één paard waarvan Saulus is gevallen.
De afgebeelde meereizende mannen gingen blijkbaar volgens Michelangelo te voet.
De stem van Jezus is in een afbeelding moeilijk weer te geven (tenzij er wordt gewerkt met tekstbalonnen).
Dit probleem heeft Michelangelo min of meer opgelost door Jezus zelf bovenin de lichtstraal weer te geven, omgeven door hemelse wezens.
De man rechts die we op de rug zien, houdt zijn handen voor zijn oren, anderen beschermen hun ogen.

3 - Paulus wordt gedoopt

Lorenzo Sabatini (±1530-1576)

Ananias vertrok en ging naar het huis, waar hij Saulus de handen oplegde, terwijl hij zei: 'Saul, broeder, ik ben gezonden door de Heer, door Jezus, die aan u verschenen is op de weg hierheen, om ervoor te zorgen dat u weer kunt zien en vervuld wordt van de heilige Geest.' Meteen was het alsof er schellen van Saulus' ogen vielen; hij kon weer zien, stond op en liet zich dopen, en nadat hij gegeten had, kwam hij weer op krachten.
(Handelingen van de apostelen 9,17-19)

De doop van Paulus vormt de afsluiting van zijn bekering.
Ananias had in een visioen de opdracht gekregen van Jezus zich naar Saulus te begeven en hem de handen op te leggen, zodat Saulus weer kon zien.
Hoewel het verhaal niet nadrukkelijk vertelt dat het Ananias zelf is die Paulus vervolgens ook doopt, wordt dat door Sabatini wel gesuggereerd, omdat de doop gepaard gaat met een handoplegging.
De heilige Geest van wie Saulus vervuld zal worden, zien we bovenin als duif omgeven door putti en engelen.

Rechterwand - Petrus

De rechterwand van de Cappella Paolina is eveneens beschilderd alsof het een triptiek betreft met drie fresco's voorstellend drie scènes uit het leven van Petrus.

1 - Petrus doopt de honderdman Cornelius

Federico Zuccari (±1540-1609)


In Caesarea krijgt de Romeinse centurio Cornelius een visioen van een engel die hem opdracht geeft een gezantschap naar Joppe te sturen om daar Petrus te vragen of deze bij Cornelius wil komen.
Nog vóórdat dit gezantschap arriveert bij Petrus, krijgt deze een visioen als hij op het dakterras aan het bidden is.
Hij ziet hoe vanuit de geopende hemel een voorwerp - lijkend op een groot linnen kleed - aan vier punten op aarde wordt neergelaten.
Op het kleed bevinden zich alle lopende en kruipende dieren van de aarde en alle vogels van de hemel.
Hij hoort tot drie keer toe een stem zeggen dat hij zijn gang mag gaan en alles - rein of onrein - mag slachten en opeten.
Daarna wordt het voorwerp weer in de hemel opgenomen.
Nadat het gezantschap is gearriveerd, gaat Petrus mee naar Cornelius.
Petrus concludeert dat God hem in het visioen heeft willen laten zien dat Hij geen onderscheid maakt tussen joden en niet-joden en vertelt Cornelius en diens huisgenoten en vrienden over de leer van Jezus.
Dit heeft tot gevolg dat de heilige Geest neerdaalt op het gezelschap dat vervolgens begint te spreken in vreemde talen en God te prijzen.
Petrus geeft dan opdracht hen te dopen in de naam van Jezus Christus.
(Handelingen van de apostelen 10,1 - 11,18)

Cornelius heeft op 2 februari zijn kerkelijke feestdag.
Zuccari heeft de doop van het niet-joodse gezelschap toegespitst op de doop van Cornelius door Petrus zelf.
De centurio is gekleed in een wit doopgewaad; het zwaard en de Romeinse helm op de grond voor hem identificeren hem als de honderdman.
In de compositie is ook opgenomen het vierpuntige kleed-visioen van Petrus - op het dakterras - dat hangt aan een hemelse wolk met daarin de heilige Geest omgeven door putti en engelen.
Hiermee wordt een link gelegd met de doop van Paulus op de tegenoverliggende muur.
Ook hier gaat de handoplegging gepaard met de eigenlijke doop die nog moet plaatsvinden (of al plaatgevonden heeft?).
De man achter de tafel links houdt een schoteltje in een waterkom.

2 - Petrus wordt gekruisigd

Michelangelo (1475-1564)

Michelangelo volgt de traditionale voorstelling waarbij Petrus ter dood wordt gebracht door kruisiging met het hoofd naar beneden.
Meer informatie over Petrus' kruisdood op de menupagina over Petrus.

3 - Petrus ontmaskert Simon de Tovenaar

Lorenzo Sabatini (±1530-1576)

Over Simon de Tovenaar / Magiër lezen we alleen in Handelingen van de apostelen 8,9-24.
Hij was een magiër in de stad Samaria die zich voor zeer bijzonder uitgaf en onder de indruk van de prediking en wonderen van de diaken Filippus zich liet dopen met veel andere Samaritanen.
Toen hij van Petrus de (wonder)macht wilde kopen (simonie) om de heilige Geest door handoplegging aan anderen te schenken, werd hij door deze scherp terechtgewezen en vervloekt.
Een apokrief verhaal uit de Handelingen van Petrus is mogelijk geïnspireerd door Latijnse auteurs die berichten over een oosterse tovenaar die onder Nero in een theater een vliegpoging ondernam.
Dit fresco van Sabatini is daarop gebaseerd.

En de volgende dag verzamelde zich een nog grotere menigte op de Via Sacra om hem te zien vliegen. En ook Petrus ging daarheen om het spektakel te zien en hem aan de kaak te stellen. [...] En kijk, hij werd opgetild en ze zagen hem boven Rome omhooggaan, over de tempels en de heuvels. En de gelovigen keken naar Petrus. En toen hij het ongelooflijke spektakel zag, schreeuwde Petrus naar de Heer Jezus Christus: 'Als U hem toestaat te doen wat hij heeft ondernomen, zullen allen die in U geloven van hun stuk raken en de tekens en wonderen die U door middel van mij aan hen getoond hebt zullen niet geloofd worden. Haast U, o Heer, toon uw genade en laat hem neerstorten en kreupel worden, maar niet sterven; laat hem invalide worden en breek zijn been op drie plaatsen.' En hij stortte neer en brak zijn been op drie plaatsen. En ze stenigden hem en allen gingen naar huis terwijl ze in Petrus geloofden.
Handelingen van Petrus 32 (Vertaling: A.F.J.Klijn)